BREAKING NEWS

News Ticker --- 31-12-2022 SEDE VACANTE --- Einde berichten ---
Posts tonen met het label Tu es Petrus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tu es Petrus. Alle posts tonen

zondag 24 november 2013

Over de beenderen van de Heilige Petrus: "PETROS ENI - PETRUS IS HIER"

Tekst van de aankondiging van Paus Paulus VI betreffende de relieken van de Heilige Petrus - The New York Times 27 juni 1968

"Paus Pius XII zei in zijn Kerstboodschap voor de radio op 23 december 1950: 'De essentiële vraag is als volgt: Is het graf van de Heilige Petrus werkelijk gevonden? De definitieve conclusie van het werk en het onderzoek beantwoordt die vraag met een zeer duidelijk 'ja'."

"Nieuwe onderzoeken, zeer uitgebreid en nauwgezet, zijn daarna uitgevoerd op de beenderen met resultaten die we, gesteund door het oordeel van gekwalificeerde, prudente en bekwame mensen, geloven positief te zijn. De relieken van de Heilige Petrus zijn geïdentificeerd op een wijze die wij als overtuigend beschouwen."

Paus Paulus VI - 27 juni 1968 


De Vaticaanse Necropolis

De Vaticaanse necropolis, ook bekend als de Scavi, ligt onder de 'grotten' van de Sint-Pietersbasiliek.

De necropolis ontstond vanaf de 1ste eeuw langs de Via Cornelia die over de Vaticaanse heuvel in westelijke richting liep. Volgens de overlevering werd hier Petrus begraven, nadat hij in het naastgelegen Circus van Nero was gekruisigd. Ondanks de verscheidene perioden van de christenvervolgingen, werd zijn graf op deze plaats altijd vereerd door het groeiende aantal Christenen. Zij kwamen als pelgrims naar het graf om te bidden.

Constantijn de Grote liet boven het graf van Petrus vanaf 324 de Oude Sint-Pietersbasiliek bouwen. Voor de bouw van deze grote kerk was het noodzakelijk een deel van de Vaticaanse heuvel te egaliseren. Er werd een grote hoeveelheid aarde aangevoerd die bovenop de necropolis werd gestort, waardoor een kunstmatig platform ontstond. Het altaar van de kerk stond precies boven de tombe van de Heilige Petrus. Dit graf en vele andere tombes langs de Via Cornelia bleven zo ondergronds bewaard. In 1506 werd de sterk vervallen oude kerk afgebroken en vervangen door de huidige basiliek.

Tussen 1940 en 1949 werd in opdracht van Paus Pius XII een grote opgraving georganiseerd onder de crypte van de Sint-Pieter. Immers, enige dagen nadat Eugenio Pacelli tot Pius XII verkozen was, in maart 1939, gaf hij opdracht aan Monseigneur Ludwig Kaas, de 'domheer' van de Sint-Pietersbasiliek, om de opgravingen onder de Vaticaanse Grotten te starten.

Bij deze werkzaamheden werd een deel van de antieke necropolis blootgelegd. Ook de tombe van de Heilige Petrus werd opgegraven. In het originele graf, beneden de 'Muro Rosso' - 'de Rode Muur' werden er echter géén menselijke beenderen in situ aangetroffen. De beenderen van de Heilige Petrus werden aangetroffen in een 'Verborgen Bewaarplaats in de Graffiti-muur'.

Paus Pius XII maakte daarop wereldkundig dat de stoffelijke resten van de Apostel Petrus waarschijnlijk waren teruggevonden.

In zijn 'Kerkelijke Historie' [II xxv 6-7] verhaalt Eusebius van Ceasarea over een geestelijke met de naam Gaius

Eusebius schrijft:

"Gaius, in een geschreven dialoog met Proclus, de leider van de Phrygiërs, zegt het volgende over de plaatsen waar de heilige relieken van de genoemde Apostelen [Petrus en Paulus] geplaatst zijn: 'Maar ik kan de tropaia van de Apostelen aanwijzen; want als je naar het Vaticaan gaat [Petrus] of richting Ostia [Paulus], zal je daar de tropaia vinden van diegenen die de Kerk gesticht hebben."


Over de menselijke beenderen uit de 'Verborgen Bewaarplaats in de Graffiti-muur':

Op minder dan zes meter onder het hoofdaltaar van de Sint-Pietersbasiliek bevindt zich een met graffiti bedekte muur van gepleisterd baksteen. In die muur bevindt zich een rechthoekige holte die negentien doorzichtige plexiglas dozen bevat die gevuld zijn met oude botten, waarvan gezegd wordt dat het de sterfelijke resten zijn van de Heilige Petrus zelf. Een smalle spleet in de muur maakt het mogelijk twee van die dozen met hun inhoud van botten te zien.

Op zekere avond vroeg in 1942, een paar dagen nadat het team voor het eerst de 'Graffiti-muur' blootgelegd had en vluchtig in de door mensenhanden gemaakte holte gekeken hadden, met het voornemen daar later eens nader naar te kijken, kwam Mgr. Kaas op zijn inspectieronde in het gebied, samen met de voorman Segoni. Segoni onderzocht de holte met zijn zaklamp. Toen hij wat leek op een aantal botten, vermengd met puin rapporteerde, gelastte Mgr. Kaas hem zonder aarzelen deze te verwijderen om ze veilig te stellen. Behalve wat stukken mortel en puin die uit de bovenliggende muurvulling gevallen waren, waren het allemaal menselijke beenderen, die tot spierwit gebleekt waren. Mgr. Kaas plaatste ze één voor één eerbiedig in een doos.

Deze beenderen werden veertien jaar lang door Paus Pius XII zelf bewaard in zijn privé-appartement. Hoewel hij later enigszins terughoudend was over de authenticiteit van de botten, is duidelijk dat hij voor zichzelf geloofde dat ze echt waren. Tenslotte hadden zijn lijfarts Dr. Galeazzi-Lisi en verscheidene medische deskundigen de botten nauwgezet onderzocht in het bijzijn van de Paus, en hadden ze verklaard, dat het de botten van een man waren, krachtig gebouwd, misschien zeventig jaar oud ten tijde van zijn dood.


Over de dierlijke beenderen die werden opgegraven onder de 'Muro Rosso' - 'de Rode Muur':

Deze beenderen werden door Luigi Cardini geïndentificeerd als zijnde de botten van kippen, varkens, schapen en geiten. Deze botten, samen ongeveer vijftig tot zestig fragmenten, waren de restanten van een Romeins grafmaal. Hier hebben we te maken met de opvulling van het originele, lege graf, nadat de beenderen van de Heilige Petrus omwille van veiligheidsredenen uit het graf gehaald waren en in de 'Graffiti-muur' ingemetseld werden.


"PETROS ENI - PETRUS IS HIER"

Margherita Guarducci was een deskundige op het gebied van oude opschriften, die door het Vaticaan in september 1953 werd ingehuurd om de graffiti van de 'Graffiti-muur' te bestuderen, die ruim een decade eerder was blootgelegd. Zij kwam tot de conclusie, dat veel van de graffiti een Christelijke geheime code betrof, daarmee aangevend, dat de plaats niet alleen bezocht werd (waarschijnlijk in het geheim) door Christenen tot aan de tijd dat Constantijn zijn basiliek er over heen bouwde, maar ook dat een verering van Petrus daar had bestaan.

Guarducci kwam tot de conclusie, dat al deze aan Petrus gewijde graffiti betekenden, dat ze dicht bij een plaats was die van grote betekenis was geweest voor de vereerders van Petrus. Bovendien, een fragment van het ingekraste pleister op de 'Rode Muur' scheen de doorslag te geven. Geschreven in Griekse hoofdletters stond erop te lezen: "Petros Eni" (= "Petrus is hier"). Het fragment werd ontdekt door Antonio Ferrua, één van de vier oorspronkelijke onderzoekers.

Guarducci geloofde dat de beenderen die door Segoni te voorschijn waren gebracht geassocieerd waren met de 'Graffiti-muur' en ze geloofde dat de graffiti plus het Petros Eni fragment van de 'Muro Rosso' bewezen, dat het grafcomplex niets anders kon zijn dan het Tropaion van Gaius, dat we kennen van Eusebius van Ceasarea.


Beeldmateriaal:


Grafveld 'P', het zogenaamde Tropaion of het Grafmonument van Petrus en de 'Rode Muur' onder het hoofdaltaar van de Sint-Pietersbasiliek
Dwarsdoorsnede van de Sint-Pietersbasiliek, de Vaticaanse 'Grotten' en de Scavi
Grafveld 'P', het Tropaion/Grafmonument van Petrus en de 'Rode Muur' onder het hoofdaltaar van de Sint-Pietersbasiliek en de apsis van de Constantijnse Basiliek
Dwarsdoorsnede van de complexe architectonische situatie onder het Pauselijke altaar
Aanduiding van de 'Rode Muur'
De Romeinse weg met grafgebouwen onder de 'Grotten' van de Sint-Pietersbasiliek
Reconstructie van het Tropaion/Grafmonument van Petrus
De beenderen die onder de 'Rode Muur' werden gevonden
De 'Graffiti-muur' en de 'Verborgen Bewaarplaats' waarin de beenderen van de Heilige Petrus werden teruggevonden
De geheime Christelijke codetekens
Het Petros Eni fragment
De 'Verborgen Bewaarplaats in de Graffiti-Muur' nadat de beenderen verwijderd werden
De 'Verborgen Bewaarplaats in de Graffiti-Muur' met de beenderen van de Heilige Petrus in glazen kistjes zoals ze tegenwoordig worden bewaard
De beenderen van de Heilige Apostel Petrus
De beenderen van de Heilige Apostel Petrus
De beenderen van de Heilige Apostel Petrus

vrijdag 20 juli 2012

De ketters, de afvalligen en de ongelovigen proberen onder leiding van hun meester Satan de Kerk omver te trekken...

Toch zullen de poorten der hel Haar niet overweldigen!
























DE PAUS IS PETRUS

Matt. 16:18-19

Christus zegt daar, op Petrus zelf, Zijn Kerk te zullen bouwen. De Kerk krijgt daardoor een steenrots tot fundament. Door zijn grote stevigheid moet dit fundament zorg dragen, dat de Kerk wankelt noch scheurt. De Paus moet derhalve de Kerk besturen en de eenheid van geloof bewaren. Dat kan geen feilbaar mens. De Paus moet daartoe door Gods bijstand een onfeilbaar leergezag bezitten. Hij moet de eenheid van geloof bewaren, en daarom kunnen wij begrijpen, dat Christus deze woorden sprak naar aanleiding van Petrus' geloofsbelijdenis, wat echter geheel iets anders is dan dat Hij deze, en van alle mensen, alleen op het oog had. Wij kunnen zo ook begrijpen, dat Hij later tot Petrus zei: "Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens bekeerd zult zijn, zo versterk uwe broeders" (Luk. 22:32).

Daarna vervolgde Christus: "En ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der Hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn, en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn." Iemand de sleutels van een stad overdragen betekende ten allen tijde overdracht van bestuursmacht. Binden en ontbinden betekenen volgens het joodse spraakgebruik, en zèker in dit verband, opleggen en ontslaan van verplichtingen, dus vormen van deze bestuursmacht.

Dit leergezag en deze bestuursmacht moeten tot aan het einde der wereld blijven bestaan, want aangaande de toekomst zei Christus: "En de poorten der hel zullen Haar niet overweldigen", Petrus moet hierin dus opvolgers hebben.

  •  H. Cyprianus in brief 43, 5: Éen God is er en één Christus en één Kerk en één zetel door het woord des Heren op Petrus gegrondvest."
  •  H. Hieronymus in brief 25, 2: "Ik, die allereerst een volgeling ben van Christus, sta met uwe heiligheid, namelijk de zetel van Petrus, in verbinding. Ik weet dat op die rots de Kerk gebouwd is. Al wie buiten deze woning laat weiden is onheilig. Als iemand niet in de ark van Noë is geweest zal hij tijdens de vloed verloren gaan.
  •  H. Augustinus in "Contra Donatistas": "Telt de bisschoppen tenminste vanaf de zetel van Petrus, en ziet wien ieder in die opeenvolging van Vaders is opgevolgd: die zetel is de steenrots, welke de trotse poorten der hel niet overwinnen." In Sermo 131: "Aangaande deze aangelegenheid zijn de besluiten van twee concilies aan de apostolische stoel opgezonden. Het antwoord is van daar ook gekomen, mocht er nu ook eens een einde komen aan de dwaling!"

maandag 27 februari 2012

"Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen" (Mt. 16, 18)

Wat zegt de Heer eigenlijk met deze woorden tegen Petrus? Welke belofte doet Hij hem daarmee en welke taak vertrouwt Hij hem toe? En wat zegt Hij tegen ons - tegen de Bisschop van Rome die op de kathedra van Petrus zetelt, en tegen de Kerk van vandaag? Willen wij de betekenis van deze woorden van Jezus begrijpen, dan is het nuttig zich te herinneren dat de Evangelies ons over drie situaties berichten waarin de Heer telkens op een bijzondere manier aan Petrus de taak overdraagt die hem eigen zal zijn. Het gaat steeds om dezelfde taak, maar uit de verscheidenheid van situaties en van beelden die worden gebruikt, wordt voor ons duidelijker wat de Heer ermee beoogde en nog beoogt.

In het Evangelie volgens Matteüs dat we zojuist hebben gehoord geeft Petrus zijn belijdenis aan Jezus door Hem te erkennen als Messias en Zoon van God. Op grond daarvan wordt hem zijn bijzondere taak toevertrouwd door middel van drie beelden: dat van de steenrots die fundament of hoeksteen wordt, dat van de sleutels en dat van het binden en ontbinden. Op dit ogenblik wil ik niet nog eens deze drie beelden interpreteren die de Kerk in de loop der eeuwen steeds weer opnieuw heeft uitgelegd; ik zou liever de aandacht willen vestigen op de geografische plaats en op de chronologische context van deze woorden.

De belofte vindt plaats bij de bronnen van de Jordaan, aan de grens van het Joodse land, aan de grens die toegang geeft naar de heidense wereld. Het moment van de belofte markeert een beslissende wending op de weg van Jezus: vanaf nu trekt de Heer op naar Jeruzalem en voor het eerst zegt hij tegen de leerlingen dat deze weg naar de Heilige Stad de weg is naar het Kruis: "Van dat ogenblik af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen" (Mt. 16, 21).

Beide zaken gaan samen en bepalen de innerlijke plaats van het Primaat, sterker nog: van de Kerk in het algemeen: voortdurend is de Heer onderweg naar het Kruis, naar de nederigheid van de lijdende en ter dood gebrachte Dienaar van God, maar tegelijkertijd is Hij ook altijd onderweg naar heel de wijde wereld, waarbij Hij ons voorgaat als Verrezene, opdat in de wereld het licht zal stralen van zijn woord en van de aanwezigheid van zijn liefde; Hij is onderweg opdat door middel van Hem, de gekruisigde en verrezen Heer, God zelf in deze wereld komt.

In deze zin kwalificeert Petrus in zijn Eerste Brief zichzelf als "getuige van het lijden van Christus, tevens deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden" (1 Pt. 5, 1). Voor de Kerk gaan Goede Vrijdag en Pasen altijd samen; zij is steeds zowel het mosterdzaadje als de boom in de takken waarvan de vogels uit de lucht nestelen. De Kerk - en Christus in haar - lijdt ook vandaag de dag. In haar wordt Christus steeds weer bespot en geslagen; steeds weer opnieuw wordt geprobeerd Hem uit te stoten uit deze wereld. Steeds weer wordt de kleine boot van de Kerk geteisterd door de wind van de ideologieën die met hun watergolven in haar doordringen en haar tot zinken lijken te veroordelen.

En toch, juist in de lijdende Kerk is Christus aan de winnende hand. Ook nu beveelt Christus de wateren en toont Hij zich Heer van de elementen. Hij blijft in zijn boot, in het bootje van de Kerk. Zo openbaart zich ook in het Petrusambt van de ene kant de zwakte van wat eigen is aan de mens, maar tegelijkertijd ook de kracht van God: juist in de zwakheid van de mensen toont de Heer zijn kracht, laat Hij zien dat Hij zelf door middel van zwakke mensen zijn Kerk bouwt.

Wenden we ons nu tot het Evangelie volgens Lucas, die ons vertelt hoe de Heer tijdens het Laatste Avondmaal opnieuw een speciale taal toevertrouwt aan Petrus. Deze keer staan de woorden die Jezus tot Simon richt onmiddellijk na de instelling van de Allerheiligste Eucharistie. De Heer heeft zich zojuist nog aan de zijnen gegeven, onder de gedaanten van brood en wijn. Wij mogen in de instelling van de Eucharistie de ware en eigenlijke daad zien waardoor de Kerk is gesticht. Doormiddel van de Eucharistie geeft de Heer aan de zijnen niet alleen zichzelf, maar ook de realiteit van een nieuwe communio onderling, die zich zal voortzetten in de tijd "totdat Hij komt". Door middel van de Eucharistie worden de leerlingen zijn levend huis dat in de loop van de geschiedenis uitgroeit tot de nieuwe en levende tempel van God in deze wereld. En zo spreekt Jezus, onmiddellijk na de instelling van het Sacrament, over wat het leerling zijn, het ambt of "dienstwerk" in de gemeenschap, betekent: hij zegt dat het een inzet betekent om te dienen, zoals Hijzelf te midden van hen is als Degene die dient.

Dan richt Hij zich tot Petrus. Hij zegt dat Satan gevraagd heeft de leerlingen te mogen ziften als tarwe. Dit doet denken aan de passage uit het Boek Job, waar Satan vraagt Job te mogen treffen. De duivel - de lasteraar van God en van de mensen - wil daarmee bewijzen dat er geen ware godsdienstigheid bestaat, maar dat alles in de mens altijd en alleen maar het voordeel beoogt. In het geval van Job staat God Satan de gevraagde vrijheid toe, juist om daarmee zijn schepsel te verdedigen, de mens, en zichzelf. Zo ook in het geval van de leerlingen van Jezus - God geeft aan Satan in elke tijd een zekere vrijheid. Ons lijkt het dikwijls dat God Satan te veel vrijheid laat; dat Hij Hem de mogelijkheid gunt ons al te vreselijk door elkaar te schudden; en dat dit onze krachten te boven gaat en ons te zeer bedrukt. Altijd weer opnieuw zullen wij tot God roepen: Ach, zie toch de ellende van uw dienaren, bescherm ons toch! En inderdaad vervolgt Jezus met te zeggen: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken" (Lc. 22, 32). Het gebed van Jezus is de grens die aan de macht van de Boze is gesteld. Wij kunnen onze toevlucht zoeken onder deze bescherming, ons er aan vastklampen en gerust zijn.

Maar, zegt het Evangelie ons, Jezus bidt speciaal voor Petrus: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken". Dit gebed van Jezus is tegelijkertijd belofte en opdracht. Het gebed van Jezus beschermt het geloof van Petrus; dat geloof dat hij in Caesarea van Filippus heeft beleden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" (Mt. 16, 16). Kijk, hier ligt ook de opdracht van Petrus: niet toelaten dat dit geloof verandert, het steeds opnieuw verlevendigen, juist ook ten overstaan van het kruis en van alle tegenwerpingen van de wereld. Daarom juist bidt de Heer niet alleen voor het persoonlijke geloof van Petrus, maar voor zijn geloof als dienst aan de anderen. Dat is het, wat Hij wil zeggen met de woorden: "En gij, eenmaal tot inkeer gekomen, versterk uw broeders".

"Gij, eenmaal tot inkeer gekomen" - dit woord is tegelijkertijd profetie en belofte. Het profeteert de zwakte van Simon die, tegenover een dienstknecht en een dienstmaagd, zal loochenen Jezus te kennen. Door deze val moet Petrus, en met Hem ieder van zijn opvolgers, leren dat de eigen kracht alleen niet voldoende is om de Kerk van de Heer op te bouwen en te leiden. Niemand slaagt daar alleen uit eigen kracht in. Hoezeer bekwaam en moedig Petrus ook lijkt, al bij het eerste moment van beproeving bezwijkt hij.

"Gij, eenmaal tot inkeer gekomen" - de Heer die zijn val profeteert, belooft hem ook zijn bekering: "Toen keerde de Heer zich om en keek Petrus aan..." (Lc. 22, 61). De blik van Jezus bewerkt de verandering en wordt tot redding van Petrus: "Hij ging naar buiten en begon bitter te wenen" (Lc. 22, 62). Wij willen steeds weer smeken om deze heilzame blik van Jezus: voor allen die in de Kerk verantwoordelijkheid dragen; voor allen die lijden onder de verwarringen van deze tijd; voor de groten en de kleinen: Heer, zie ons steeds weer opnieuw aan, trek ons zo op uit iedere val en neem ons in uw goede handen.

De Heer vertrouwt Petrus de taak toe voor zijn broeders doormiddel van de belofte van zijn gebed. De opdracht van Petrus is verankerd in het gebed van Jezus. Dit is het, wat hem de zekerheid geeft van zijn volharding temidden van alle menselijke ellende. En de Heer vertrouwt hem deze taak toe in de context van het Avondmaal, in verband met de gave van de Allerheiligste Eucharistie. De Kerk, gesticht in de instelling van de Eucharistie, is in haar diepste wezen eucharistische gemeenschap (communitá), en zo gemeenschap (communio) in het Lichaam van de Heer. De taak van Petrus is: deze universele gemeenschap (communio) voor te zitten; haar aanwezig te laten blijven in de wereld als een ook zichtbare, geïncarneerde eenheid. Hij moet - zoals de heilige Ignatius van Antiochië zegt - samen met de Kerk van Rome de liefde voorzitten: de gemeenschap (communitá) van liefde voorzitten die voortkomt uit Christus en die steeds weer opnieuw de grenzen van het privé overschrijdt om de liefde van Christus uit de dragen tot aan de uiteinden der aarde.

De derde verwijzing naar het Primaat staat in het Evangelie volgens Johannes . De Heer is verrezen, en als Verrezene vertrouwt Hij Petrus zijn kudde toe. Ook hier doordringen elkaar wederzijds het Kruis en de Verrijzenis. Jezus voorzegt Petrus dat zijn weg op het kruis uit zal lopen. In deze Basiliek, opgericht boven het graf van Petrus - een armengraf - zien we dat de Heer juist zo, doorheen het Kruis, steeds weer overwint. Zijn macht is geen macht op de wijze van deze wereld. Het is de macht van het goede, van de waarheid en van de liefde, die sterker is dan de dood. Ja, zijn belofte is waar: de machten van de dood, de poorten van de hel, zullen de Kerk niet overweldigen, de Kerk die Hij heeft gebouwd op Petrus en die Hij persoonlijk juist zo zal blijven bouwen.

Op dit hoogfeest van de heilige Apostelen Petrus en Paulus richt ik mij in het bijzonder tot U, dierbare Metropolieten, die uit talrijke landen bent gekomen om uit de handen van de opvolger van Petrus het pallium te ontvangen. Ik begroet u hartelijk, evenals degenen die u hebben begeleid. Bovendien groet ik met bijzondere vreugde de Delegatie van het Oecumenisch Patriarchaat, onder voorzitterschap van zijne Eminentie Joannis Zizioulas, Metropoliet van Pergamo, voorzitter van de Internationale Gemengde Commissie voor de theologische dialoog tussen katholieken en orthodoxen. Ik ben Patriarch Bartholomeüs I en de Heilige Synode dankbaar voor dit teken van broederschap, dat een uiting is van het verlangen en de inzet om sneller vooruitgang te maken op de weg naar de volle eenheid waarom Christus voor al zijn leerlingen heeft gebeden.

Van onze kant voelen wij dat wij het vurige verlangen delen dat eens tot uitdrukking is gebracht door Patriarch Athenagoras en Paus Paulus VI: uit dezelfde Kelk te kunnen drinken en van hetzelfde Brood te kunnen eten dat de Heer zelf is. Bij deze gelegenheid bidden wij opnieuw dat die gave ons spoedig zal worden verleend. En wij danken de Heer dat wij ons verenigd mogen weten in de belijdenis die Petrus in Caesarea van Filippus heeft afgelegd namens alle leerlingen: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God". Deze belijdenis willen wij uitdragen in de wereld van vandaag. Moge de Heer ons helpen om, juist in dit uur van onze geschiedenis, ware getuigen te zijn van zijn lijden en deelgenoten van de heerlijkheid die zich zal openbaren.

Amen.

Paus Benedictus XVI
Homilie - 29 juni 2006

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer

2 Timoteüs 2:3 Neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jezus

2 Timoteüs 2:3  Neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jezus
-------- “Wij zijn de zonen van de Kruisvaarders en we zullen niet terugdeinzen voor de zonen van Voltaire.” -------- -------- “We are the sons of the Crusaders and we shall not recoil before the sons of Voltaire.” ------------------------- -------- “Noi siamo i figli dei Crociati e non indietreggeremo davanti ai figli di Voltaire!” ---------------------------------