De zaak kreeg internationale aandacht omdat de eerste klacht tegen Yesquén al in maart 2020 bij 'bisschop' Prevost was ingediend, toen Robert Francis Prevost nog aan het hoofd stond van het bisdom Chiclayo.
Het vermeende slachtoffer zegt dat zij 'bisschop' Prevost hierover voor het eerst in 2020 op de hoogte heeft gesteld. Volgens het Canoniek Recht zijn bisschoppen verplicht een vooronderzoek in te stellen zodra zij geloofwaardige informatie ontvangen over mogelijk misbruik. De klagers stellen dat er nooit een geldig vooronderzoek tegen Yesquén is ingesteld. Uit foto’s en officiële publicaties van het bisdom blijkt dat hij na het indienen van de klacht deelnam aan processies, liturgieën en bijeenkomsten van geestelijken.
Het bisdom Chiclayo heeft consequent ontkend dat er sprake was van een doofpotaffaire en houdt vol dat 'bisschop' Prevost de klagers heeft ontmoet, de zaak heeft doorverwezen naar het Dicasterie voor de Geloofsleer van het Vaticaan en de kerkrechtelijke procedures heeft gevolgd. De klagers betwisten deze versie van de feiten. Volgens hen omschreef canonist Giampiero Gambaro, die later werd aangesteld om de zaak te beoordelen, de eerdere afhandeling van het dossier onder Prevost als "una tomadura de pelo" (= "een grap"), waarbij hij toevoegde dat deze "zeer slecht was uitgevoerd", "veel fouten bevatte" en blijk gaf van "grove oppervlakkigheid".
Twee beschuldigde priesters, één pastorie in La Victoria (Chiclayo)
Yesquén was één van de twee priesters die door dezelfde groep vrouwen werden beschuldigd. De andere, Eleuterio Vásquez Gonzales - ook bekend als 'Padre Lute' - werd geconfronteerd met afzonderlijke beschuldigingen waarbij meerdere meisjes betrokken waren. Volgens geluidsopnames erkende Vásquez het gedrag dat hem ten laste werd gelegd. Vásquez is echter ook nooit voor een kerkelijk rechtbank gebracht. In 2025 willigde 'Leo' zijn verzoek om ontslag uit de priesterlijke stand in, waarmee de kerkelijke zaak zonder uitspraak werd beëindigd, ondanks bezwaren van de klagers.




.jpg)




