Om de geest van de Post-conciliaire 'kerk' te herkennen als "protestantisme op steroïden" moet men de satanische, Christus-verwerpende geest erachter begrijpen. Het is natuurlijk helemaal niet verrassend dat ketters als Jorge Bergoglio en de Duitse bisschop George Bätzing – in dit stadium van de Grote Apostasie – beiden de revolutionaire Maarten Luther hebben geëerd.
Het wezen van het protestantisme betreft het verheffen van het eigen oordeel boven het Goddelijk Gezag – of anders gezegd, de mens wordt tot ultieme scheidsrechter gemaakt. Dit leidde over een periode van ongeveer 500 jaar onvermijdelijk tot het Modernisme dat de erosie van de onveranderlijke Waarheid nastreefde en de vermeende 'ondergeschiktheid' van het Bovennatuurlijke aan de tijdgeest vooropstelde.
Wie de Post-Conciliaire 'religie' werkelijk wil doorgronden, moet dit principe begrijpen. Net als het protestantisme is het geen verzameling leerstellingen (integendeel: relativisme is de enige leer), maar uiteindelijk een voortdurende poging om de Kerk ondergeschikt te maken aan de wil van de mens en de wereld. Met andere woorden: net als in het occultisme worden de wil en de verlangens van de mens de hoogste autoriteit. In plaats van gehoor te geven aan de waarschuwingen in de Heilige Schrift om strijd te voeren tégen de wereld, het vlees en de duivel, geeft de Neo-protestantse, Post-conciliaire 'religie' zich met groot enthousiasme over aan deze drie vijanden van de ziel.
In tegenstelling tot wat velen denken, heeft het 'Tweede Vaticaans Concilie' of beter de 'Synode van Roncalli-Montini' het modernisme niet op magische wijze uitgevonden. Deze "synthese van alle ketterijen" was slechts een volgende fase in dezelfde voortdurende revolutie waarvan het protestantisme een eerdere fase vormde. Vandaag de dag is de zogenaamde 'synodaliteit' de logische doch ketterse manifestatie, mutatie en synthese van zowel het protestantisme als het Neo-modernisme van het Tweede Vaticaans Concilie.









