Posts tonen met het label De Militante Kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Militante Kerk. Alle posts tonen
maandag 25 mei 2026
vrijdag 10 mei 2024
zondag 18 mei 2014
Young Men of Faith: 5 Katholieke Martelaren
Polen, september 1939, de Duitse vijand begint zijn meedogenloze veroveringsmars en prepareert het oorlogstheater voor Wereldoorlog II.
Op 1 september 1939 viel Hitler Polen binnen en begon zo de Tweede Wereldoorlog.
Het Salesiaanse huis in Poznan, in de Wroniecka-straat, werd bezet en in een kazerne voor Duitse soldaten omgevormd.
De jonge mensen van het huis bleven echter samenkomen in de bossen buiten de stad en in de stadsparken. Zo ontstonden er een aantal 'geheime' verenigingen.
In september 1940 werden Francis Kesy (20 jaar) en 4 compagnons van het oratorium van Don Bosco gearresteerd en beschuldigd van lidmaatschap van een verboden organisatie.
Zij werden overgebracht naar het sinistere Fort VII in de buurt van Poznan. Daarna werden ze eerst naar de Neukoln-gevangenis en later naar de Zwickau-gevangenis verplaatst.
Daar werden ze ondervraagd, gemarteld en tot dwangarbeid veroordeeld.
Twee notities laten zien, dat we te maken hebben met 'Reuzen van de geest':
"God alleen weet wat wij lijden."
"Gebed was onze enige steun in de donkerste nachten en dagen."
"God heeft ons dit kruis gegeven, en Hij geeft ons de kracht om het te dragen."
Ze baden de hele tijd de rozenkrans en de novenen van Don Bosco en Maria-Hulp-der-Christenen, het ochtend- en het avondgebed.
Indien het mogelijk was, vierden ze vreugdevol de liturgische feesten in hun cel.
Hun Geloof wankelde nooit!
Ze bleven geloofwaardige getuigen tot het einde.
Ze werden ter dood veroordeeld wegens 'hoogverraad' op 1 augustus 1942.
De uitspraak werd gevolgd door een langdurige stilte totdat één van de vijf uitriep: "Uw Wil geschiede!"
Ze werden gewoon veroordeeld voor het feit dat ze tot Katholieke organisaties behoorden, die ervan verdacht werden, dat ze aanleiding zouden kunnen geven tot het ontstaan van verzetsbewegingen.
Voordat zij stierven, waren ze in staat om naar hun ouders te schrijven.
Bij het lezen van deze zinnen staat men verbaasd als voor de echt 'grote' mensen.
Als voorbeeld zijn er de woorden die door Francis werden geschreven:
"Mijn lieve ouders, broers en zusters, de tijd is gekomen om afscheid te nemen op 24 augustus, de dag van Maria-Hulp-der-Christenen. Moge de Goede God mij naar Hemzelf geleiden. Heb geen spijt dat ik deze wereld zo jong zal verlaten. Ik ben nu in een staat van genade. Ik ga naar de hemel. Daar zal ik tot God bidden... Bid soms ook voor mij... Ik ga nu."
Ze werden meegenomen naar de binnenplaats van de gevangenis van Dresden en met een bijl onthoofd.
maandag 3 maart 2014
vrijdag 21 februari 2014
zondag 29 september 2013
vrijdag 26 juli 2013
donderdag 25 juli 2013
woensdag 17 juli 2013
woensdag 3 juli 2013
donderdag 9 mei 2013
zondag 17 maart 2013
Voor de bekering van de kerkvervolgers
HEER,
Wij bidden voor Uwe en onze vijanden,
die door wetten, politiek en propaganda,
met list of met geweld,
Uw Kerk belasteren, kwellen en vervolgen...
Wij zijn zoals de jonge David:
ons enig wapen is
de kleine slinger van de rozenkrans,
om onze vijanden te treffen,
niet aan het hoofd, maar in het hart...
Gij bemint alle mensen:
ook vijanden wilt Gij verlossen.
Leer ons te bidden zoals Gij:
'Vader, vergeef het hun'...
Wijzelf moeten iedere dag vragen:
'Vergeef ons onze schulden'.
Help ons dan telkens verder te bidden:
'wij vergeven aan onze schuldenaren'...
Laat ons nooit naar uw altaar komen
met wrok of haat in het hart.
Geef dat de slachtoffers van de vervolgers
blijven bidden voor hun beulen.
AMEN
zondag 13 januari 2013
vrijdag 16 november 2012
maandag 12 november 2012
zondag 7 oktober 2012
donderdag 26 juli 2012
Een Gestapo-ondervrager stelde Titus Brandsma de volgende vraag: "Waarom verzet uw Kerk zich tegen de Nationaal Socialistische Beweging?"
Titus Brandsma (geboren Anno Sjoerd Brandsma te Oegeklooster bij Bolsward, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) was een Nederlandse Karmelietenpater, hoogleraar en publicist uit Friesland. In de Tweede Wereldoorlog verzette hij zich tegen Duitse maatregelen. Hij vond in het concentratiekamp Dachau de dood, in 1985 werd hij als martelaar door de Rooms-Katholieke Kerk zalig verklaard.
Tijdens de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland, is Titus Brandsma in de jaren `30 op de gebieden van het Katholiek onderwijs en de Katholieke pers een naaste medewerker van Aartsbisschop de Jong geworden. Na mei 1940 krijgt hij in deze hoedanigheid eerst te maken met ondermijnende maatregelen van de Duitse bezetter die gericht zijn tegen het Katholiek onderwijs. Er volgen kortingen op salarissen van religieuzen waardoor scholen in hun bestaan worden bedreigd. Dan volgt ook de opdracht om joodse kinderen de toegang tot de scholen te ontzeggen. Vanuit zijn functie als voorzitter van de Bond voor Hoger en Middelbaar onderwijs leidt hij het verzet tegen dit onderwijsbeleid.
Bij de R.-K. Journalistenvereniging is Titus sinds 1935 betrokken als geestelijk adviseur. In die functie reist hij in 1941 langs de redacties en directies van de Katholieke dagbladen om het standpunt van de bisschoppen mee te delen dat NSB-advertenties en -artikelen niet in overeenstemming zijn te brengen met een Katholieke signatuur. Deze behoren in het vervolg te worden geweigerd.
Het antwoord van de Duitse bezetter laat niet lang op zich wachten. Maandag 19 januari 1942 wordt Titus Brandsma door de Gestapo gearresteerd op verdenking van sabotage en samenzwering en naar de gevangenis van Scheveningen gebracht. Daar wordt hij enige weken ondervraagd op het bureau van de Sicherheitsdienst op het Binnenhof in den Haag. In deze periode schrijft hij het geschrift 'Mijn Cel, dagorde van een gevangene' en op last van de Gestapo een verweerschrift over de vraag: 'Waarom het Nederlandse volk en met name het Katholieke volksdeel zich verzet tegen de Nationaal Socialistische Beweging?'
Na enige weken, op 12 maart, wordt Titus naar het doorgangskamp Amersfoort gebracht, waar honger is en mishandelingen aan de orde van de dag zijn. Hieraan lijdt het zwakke gestel van Titus ernstig. Op 28 april vertrekt hij dan ook verzwakt uit Amersfoort. Via een kort verblijf in Scheveningen gaat hij verder op transport naar de strafgevangenis in Kleef, om na enige weken naar het concentratiekamp Dachau te worden vervoerd. Hier wordt Titus stelselmatig ernstig mishandeld. Net als in de andere gevangenissen laat hij bij mensen echter een onuitwisbare indruk van Godsbetrokkenheid en goedheid achter.
Op 19 juli wordt Titus opgenomen in het Revier van het concentratiekamp Dachau. Een anonieme bron meldt dat er experimenten op hem zijn uitgevoerd: ‘Hij is vernederd en onteerd’. Na enige dagen raakt Titus Brandsma bewusteloos en wordt met een dodelijke injectie ‘abgespritzt’ op 26 juli 1942.
zaterdag 23 juni 2012
zondag 17 juni 2012
Young Men of Faith: 5 Katholieke Martelaren
Polen, september 1939, de Duitse vijand begint zijn meedogenloze veroveringsmars en prepareert het oorlogstheater voor Wereldoorlog II.
Op 1 september 1939 viel Hitler Polen binnen en begon zo de Tweede Wereldoorlog.
Het Salesiaanse huis in Poznan, in de Wroniecka-straat, werd bezet en in een kazerne voor Duitse soldaten omgevormd.
De jonge mensen van het huis bleven echter samenkomen in de bossen buiten de stad en in de stadsparken. Zo ontstonden er een aantal 'geheime' verenigingen.
In september 1940 werden Francis Kesy (20 jaar) en 4 compagnons van het oratorium van Don Bosco gearresteerd en beschuldigd van lidmaatschap van een verboden organisatie.
Zij werden overgebracht naar het sinistere Fort VII in de buurt van Poznan. Daarna werden ze eerst naar de Neukoln-gevangenis en later naar de Zwickau-gevangenis verplaatst.
Daar werden ze ondervraagd, gemarteld en tot dwangarbeid veroordeeld.
Twee notities laten zien, dat we te maken hebben met 'Reuzen van de geest':
"God alleen weet wat wij lijden."
"Gebed was onze enige steun in de donkerste nachten en dagen."
"God heeft ons dit kruis gegeven, en Hij geeft ons de kracht om het te dragen."
Ze baden de hele tijd de rozenkrans en de novenen van Don Bosco en Maria-Hulp-der-Christenen, het ochtend- en het avondgebed.
Indien het mogelijk was, vierden ze vreugdevol de liturgische feesten in hun cel.
Hun Geloof wankelde nooit!
Ze bleven geloofwaardige getuigen tot het einde.
Ze werden ter dood veroordeeld wegens 'hoogverraad' op 1 augustus 1942.
De uitspraak werd gevolgd door een langdurige stilte totdat één van de vijf uitriep: "Uw Wil geschiede!"
Ze werden gewoon veroordeeld voor het feit dat ze tot Katholieke organisaties behoorden, die ervan verdacht werden, dat ze aanleiding zouden kunnen geven tot het ontstaan van verzetsbewegingen.
Voordat zij stierven, waren ze in staat om naar hun ouders te schrijven.
Bij het lezen van deze zinnen staat men verbaasd als voor de echt 'grote' mensen.
Als voorbeeld zijn er de woorden die door Francis werden geschreven:
"Mijn lieve ouders, broers en zusters, de tijd is gekomen om afscheid te nemen op 24 augustus, de dag van Maria-Hulp-der-Christenen. Moge de Goede God mij naar Hemzelf geleiden. Heb geen spijt dat ik deze wereld zo jong zal verlaten. Ik ben nu in een staat van genade. Ik ga naar de hemel. Daar zal ik tot God bidden... Bid soms ook voor mij... Ik ga nu."
Ze werden meegenomen naar de binnenplaats van de gevangenis van Dresden en met een bijl onthoofd.
Abonneren op:
Posts (Atom)
S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia
We Stand In Support of Padre Stefano Manelli
Paus Benedictus XVI
Een meditatie over het Heilig Misoffer
2 Timoteüs 2:3 Neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jezus
-------- “Wij zijn de zonen van de Kruisvaarders en we zullen niet terugdeinzen voor de zonen van Voltaire.” -------- -------- “We are the sons of the Crusaders and we shall not recoil before the sons of Voltaire.” ------------------------- -------- “Noi siamo i figli dei Crociati e non indietreggeremo davanti ai figli di Voltaire!” ---------------------------------






