donderdag 3 januari 2013

Over de afgezaagde, sofistische en bevooroordeelde meningen van Etienne Vermeersch: "De mythen van de Bijbel" - De Standaard 26/12/2012

De maagdelijke ontvangenis, de sterre die stille bleef staan, de drie wijzen met hun wierook, goud en mirre. In zijn laatste boek betoogt paus Benedictus XVI dat de kerstverhalen 'werkelijke geschiedenis' zijn. Dat is niet langer houdbaar, zegt Etienne Vermeersch [Nog meer meningen van Vermeersch.].

Bij de verwekking van Siddharta (de jonge Boeddha) droomde zijn moeder Maya dat hij in haar schoot binnenkwam als een wit olifantje. De hele natuur juichte: bomen en planten bloesemden, rivieren stopten met vloeien en muziekinstrumenten speelden vanzelf. Na de zwangerschap kwam het kind, pijnloos, uit haar rechterzijde te voorschijn; het kon onmiddellijk lopen en overal waar het zijn voetjes zette, ontsproot een lotusbloem. [In het eerste geval betreft het, zoals Vermeersch zelf zegt, een droom en in het tweede geval beschouwen de boeddhisten zélf de biografie van Boeddha als een symbolisch verhaal. Het boeddhisme is trouwens geen godsdienst, maar atheïstisch nihilisme.]

'Toen Jezus geboren werd in Bethlehem (!), als kind van een 'maagd' uit Nazareth (!), kwamen er 'wijzen' uit het Oosten die vroegen 'waar is de pasgeboren koning der Joden? Want we hebben zijn ster gezien.' Herodes verwees hen naar Bethlehem en toen ging die ster, die even was verdwenen, weer voor hen uit en stond dan stil boven de plaats waar het kind zich bevond.' (Mt, 2)

Nooit heeft een botanist de vraag gesteld hoe die lotusbloemen onder de voetjes van Siddharta konden ontspruiten [Omdat het ook symbolisch is bedoeld!]. Westerse astronomen hebben wel nagegaan of de 'wijzen' een supernova, een komeet, of een planetenconjunctie hadden gezien. Alsof zo'n 'ster' mensen kon begeleiden en dan stilstaan boven een welbepaalde plaats. [Blijkbaar heeft Vermeersch zich nog niet gerealiseerd, dat niet iedereen deze ster kon zien. Ook voor de wijzen was deze ster niet altijd zichtbaar. Daarom moet de ster van Bethlehem niet in eerste instantie beschouwd worden als een astronomisch fenomeen, maar eerder als een metafysisch fenomeen. Waarom zouden de wijzen anders bij het zien van de ster 'met diepe vreugde' worden vervuld?]

Wonderverhalen uit andere culturen zijn voor ons fantasie, maar als het om onze bijbel gaat, verliezen ook verstandige mensen elk kritisch vermogen. Dit jaar - we leven intussen in de 21ste eeuw - publiceerde Joseph Ratzinger, niet als paus, maar toch als een exegeet, 'Jezus van Nazareth / Proloog: De kinderjaren', een boek over de Kindheitsgeschichten rond Jezus. Heel vlug poog je dan te weten wat hij over de 'ster der wijzen', de daarmee verbonden 'kindermoord' en de 'vlucht naar Egypte' te vertellen heeft. Dat had kort gekund ('Het zijn legenden') [Het zijn ook geen legenden! Zo is de 'vlucht naar Egypte' één van de historische feiten die nog zeer levendig zijn in de Kerk in Egypte.], maar hij wijdt er ongeveer een vierde van het boek aan. Deze Mattheüstekst stelt problemen; dat weet hij. Toch beschouwt hij die niet als 'meditatie in een verhalende omkleding' (wat de beste, ook katholieke, exegeten nu denken). Neen, Mattheüs brengt 'werkelijke geschiedenis', schrijft Ratzinger, die theologisch geïnterpreteerd is (blz. 125-126).

Nemen we als tweede illustratie van die lichtgelovigheid het verhaal van de 'Visitatie' (Lc 1, 39-56). Volgens de Joodse regels in die tijd werd de verloving van een meisje geregeld rond haar twaalfde - van Maria dus ook [Maria was ouder dan twaalf.]. Toch gaat ze na de 'boodschap van de engel' prompt haar nicht Elisabeth bezoeken in Juda [Maria wist niet dat Elisabeth in verwachting was, ook al was ze in haar 6de maand. De Engel deelde het mede aan Maria. Dit betekent dat ze op enige afstand van elkaar woonden.]. Stel u voor! In een cultuur waar vrouwen, en zeker ongehuwde, nauwelijks alleen het huis mogen verlaten, vat een zwanger meisje van twaalf jaar te voet een tocht aan van meer dan 100 kilometer, door een gevaarlijk gebied [Wie zegt dat Maria alleen was? Het is niet duidelijk in welke stad Elisabeth verbleef. Zelfs al zou het Jeruzalem zijn, dan nog zou het maar 60 km zijn, aangezien destijds met niet zoals nu rond de West-Bank moet reizen, maar rechtdoor kon. Mensen waren toen mobieler dan Vermeersch denkt. Aan de andere kant bleef Maria 3 maanden bij Elisabeth. Dit duidt toch op enige afstand.]. Om daar, geïnspireerd door een bijbelpassus (1 Sm, 2, 1-10), een 'Magnificat' uit te spreken, hoewel meisjes in die tijd nauwelijks iets over de Schrift te horen kregen [Dit zijn veronderstellingen van Vermeersch. Trouwens, Lucas schrijft dat Elisabeth vervuld raakte van de Heilige Geest. Het was dus de Heilige Geest die Elisabeth de woorden in de mond legde. De beschrijving die Lucas geeft, is tot in de details correct].

Ook dat is kenmerkend voor al die verhalen: zelfs iemand die de mogelijkheid van wonderen zou aanvaarden, stuit op zoveel anomalieën dat het gezond verstand erbij tilt slaat. Stel dat een engel inderdaad de maagdelijke ontvangenis heeft aangekondigd; dat Jozef dat dankzij een droom geloofde; dat die geboorte inderdaad plaatsvond en door engelenkoren aan herders werd verkondigd; dat een ster de 'wijzen' naar Bethlehem leidde met goud, wierook en mirre; dat Jezus' Messiaskarakter in de tempel door Simeon en Hanna werd beklemtoond; dat Jozef daarna in dromen de opdracht kreeg naar Galilea te gaan en dat 'Maria dat alles in haar hart bewaarde' (Lc 2,19). Dan is het toch vreemd dat Jozef en Maria, radeloos op zoek naar hun verloren gelopen zoon, de woorden van de toen twaalfjarige Jezus toen ze hem eindelijk terugvonden in de kerk [Tempel!] ('Wist ge niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?') niet begrijpen? (Lc 2,50).

Jezus was niet verloren gelopen. Lucas schrijft: "In de veronderstelling dat Hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze Hem gingen zoeken bij familie en kennissen." Hier krijgt Vermeersch al meteen het antwoord op zijn eerdere vraag hoe het mogelijk was dat Maria alleen naar Elisabeth kon reizen. Het antwoord is, dat Maria niet alleen was. Men reisde destijds in een soort van convoyen; karavanen. Net zoals dat nu in het Midden-Oosten nog steeds het geval is. Meer nog, in de karavaan bevonden zich "familie en kennissen". Vermeersch toont hier duidelijk aan dat hij zich met zijn 'rationele geest' moeilijk kan inleven in de realiteit van destijds. Zijn ongelovig 'verstand' maakt het Vermeersch onmogelijk om te geloven!

Als al die wonderen plaatsgehad hebben, hoe kan het dan dat Jozef en Maria na twaalf jaar ouderschap nog niet doorhebben dat hun zoon eigenlijk de zoon van God is?

Lucas 2 [48] 'Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.’ [49] Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?’ [50] Maar zij begrepen deze uitspraak niet.'

We moeten dus vaststellen, dat Maria en Jozef het inderdaad nog niet begrepen hadden. Dat staat daar toch letterlijk bij Lucas! Wij weten wat de Incarnatie is, namelijk dat God mens werd in Jezus Christus. God, die een geestelijk wezen is, heeft in de vorm van de mens Jezus van Nazareth een menselijke vorm aangenomen en is in Hem volledig mens geworden. Behalve in de zonde. Dat is de betekenis van de Incarnatie, maar hoe dat mogelijk is, ook wij begrijpen dat niet! Wat is dan het probleem van Vermeersch? Ik begrijp zijn houding niet. Kan hij niet lezen? Wil hij het niet weten?

Volgens Mc 3,21 wilden de verwanten van Jezus hem zelfs overmeesteren omdat hij uitzinnig geworden was [Merkwaardig is, dat in de context van de familie van Jezus NIET over 'broers' wordt gesproken!] en ook volgens Joh. 7,5 geloofden zijn broers niet in hem [Deze 'broers' waren duidelijk géén familie van Jezus. Het waren zijn 'broers', 'broeders', 'fraters', 'medebroeders', Zijn 'ingewijde' volgelingen, Zijn 'apostelen'. De apostelen zagen Zijn daden, maar ook zij konden niet geloven, dat Jezus de Zoon van God was.]. De engeltjes, de herdertjes, de wijzen, de profeten in de tempel: allemaal voor niets. Het was Maria helemaal ontgaan, of ze vond het nooit de moeite waard het aan haar kinderen te vertellen. [Inderdaad, het getuige zijn van een mirakel laat iemand niet automatisch gelovig worden. Een ongelovige gaat een mirakel rationaliseren en er allerlei verklaringen voor geven, omdat hij de meest voor de hand liggende verklaring, namelijk een mirakel, niet wil geloven.]

Ratzinger schijnt ook niet te weten dat er rond beroemde personages vaak een 'mythopoëtische' tendens ontstaat. Dat is de behoefte om mythen en legenden te vertellen, hetzij om de betekenis van die figuren te belichten, hetzij om te beantwoorden aan een diepmenselijke behoefte aan het wonderbaarlijke. Die koningen, profeten of heiligen verrichten in diverse culturen mirakels en bij hun geboorte en dood vinden zeldzame natuurverschijnselen plaats: aardbevingen, nieuwe sterren, kometen, zons- en maansverduisteringen of bevruchtingen door een god. Vooral in verband met godsdienst lijkt die tendens onuitputtelijk. Terecht heeft Goethe gezegd: Das Wunder ist des Glaubens liebstes Kind. [Vermeersch heeft het hier over volksdevotie. Maar, echte wonderen laten mensen niet automatisch gelovig worden. Het Geloof is een Genade van God. Christus zei vaak: "Uw Geloof heeft u gered." Dit betekent niet dat het persoonlijke geloof van iemand die persoon redt. Neen, een gelovige mens heeft een speciale Genade van God ontvangen. DIE Genade van God redt!]

Maar met dergelijke verhalen wil men ook bepaalde stellingen onderbouwen. Na de visioenen over de verrezen Jezus beschouwden zijn leerlingen hem vrij vlug als de Messias [Blijkbaar was dat het cruciale en noodzakelijke gebeuren om van zijn ongelovige leerlingen eindelijk gelovigen te maken.]. Maar hoe kon een obscure prediker uit Galilea op die titel aanspraak maken? Wel, als afstammeling van David! [Dit speelt geen enkele rol!] Paulus (rond 56 na Christus) kende al de traditie dat hij 'geboren is uit het zaad van David (ek spermatos Dauid)' (Rom, 1,3). Latere tradities geven de voorkeur aan een maagdelijke conceptie - die dat sperma eigenlijk uitsluit. [Vermeersch weet blijkbaar niet dat zowel Jozef als Maria uit het Geslacht van David waren. De afstamming is verwant aan de definitie van "wie is Joods". Het Jood-zijn is gebaseerd op de traditionele joodse wetgeving en luidt: Alleen die persoon waarvan de moeder ten tijde van de geboorte een Jodin was, is Joods. Jozef was enkel de voedstervader van Jezus en is zijn hele leven ook maagdelijk gebleven!]

Daarom willen Mattheüs en Lucas (rond 90 na Christus) de relatie met David bekrachtigen door de geboorte in diens stad Bethlehem te situeren. Dat gebeurt echter op stuntelige wijze. Volgens Mattheus woonden Jezus' ouders in Bethlehem [Absurde bewering!] - de wijzen bezoeken hen 'in hun huis [of verblijf?]' (Mt 2,11) - en na de terugkeer uit Egypte moet een engel hen aanmanen om naar Galilea te gaan. Bij Lucas wonen ze in Nazareth, maar een volkstelling van Augustus stuurde hen naar Bethlehem. Een 'volkstelling' in de stad van de voorouders (Lc 2,4) - in het geval van David ongeveer duizend jaar tevoren - is te gek voor woorden. Er is wel een 'census' in Bethlehem geweest rond 6 na Christus, maar die had betrekking op immobiliënbelasting. [Er zijn wel meerdere volkstellingen geweest!]

Ratzingers fantasie lost dat op door aan te nemen dat Jozef in Bethlehem grond bezat (blz 73). Waarom Jezus dan in een stal geboren werd (Lc 2,7), blijft een raadsel [Omdat Jozef niet in Bethlehem woonde. Vermeersch creëert met zijn merkwaardige rederingen meer problemen dan hij denkt op te lossen.]. Lucas en Mattheüs willen hetzelfde betogen, maar met tegenstrijdige verhalen; dat bewijst hun totale ongeloofwaardigheid [Neen, alleen Vermeersch is geloofwaardig! Laten we lachen!].

Hetzelfde geldt voor de stambomen die 'vader' Jozef van David laten afstammen [De afstamming liep via Maria!]: die lopen nagenoeg volledig uiteen, zowel wat de namen als het aantal generaties betreft. Mijns inziens kan ook de link van Jezus' geboorte met Herodes bepaald zijn door de behoefte om hem als legitieme opvolger te beschouwen van de laatste grote koning van alle joden, de tempelbouwer. [Belachelijke redenering! Herodus zelf was geen jood.]

Kortom, Jezus is niet in Bethlehem geboren en we weten ook niet wanneer [Jezus is in het jaar -1 in Bethlehem geboren!]. De maagdelijke conceptie vanuit God heeft biologisch ook geen enkele betekenis [Het gaat ook niet over biologie.]. Een mens heeft tweemaal 23 chromosomen, de helft van de moeder en de helft van de vader. Als Jezus een echte mens was, had hij die tweede reeks ofwel van zijn vader, ofwel via (goddelijke) genetische manipulatie [Ik wilde het al niet zeggen. Al toont Vermeersch hier weinig respect voor zijn Schepper!]. Maar hoe dan ook, codeerden die chromosomen voor de normale eiwitten. 'Goddelijke' chromosomen bestaan niet [LOL], want bij definitie is de christelijke God onstoffelijk [Wie is de 'christelijke God' nu weer?]. In de Oudheid was DNA onbekend en was zo'n geloof, hoe bevreemdend ook, niet absurd. Maar in de 21ste eeuw? [Ook Darwin heeft nooit van DNA gehoord en toch 'geloven' sommigen in 'evolutie'!]

Wat overigens opvalt aan Ratzingers boek, is wat er níét in staat. Wie het over Maria's maagdelijkheid heeft, kan er niet omheen dat volgens de katholieke leer Maria 'altijd maagd' gebleven is (semper virgo). Dat dogma vindt geen enkele grond in het Nieuw Testament en volgens Mt 12,46, Lc. 8,19, Joh 2,12 en 7,3-5 en 1Cor 9,5, had Jezus broers en volgens Mc 3,31 en 6,3 ook zusters. In Mc 6,3 en Mt 13,55 worden de vier broers met naam genoemd. Eén ervan, Jacobus, speelde een belangrijke rol in de vroege kerk en Paulus (Gal 1,19) noemt hem 'broeder van de heer'. Ook de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (Ant 20, 200) zegt dat in 62 Jacobus, 'de broeder van Jezus die Christus wordt genoemd', gestenigd werd. De opwerpingen tegen deze vaststelling zijn tot in den treure ontkracht. Vreemd dat een paus het niet passend vindt hierop in te gaan.

In Marcus 3 geeft Jezus zélf de definitie van 'broers', 'zusters' en 'moeder'... [35] 'Want wie de wil doet van God, die is Mijn broer en Mijn zuster en Mijn moeder'. Merkwaardig in Marcus 6,3 is dat Jezus 'de zoon van Maria' genoemd wordt en niet 'de zoon van Jozef'. 'Zijn broers' waren simpelweg Zijn apostelen!

Zo komen we tot de vraag: is Ratzinger dom of onwetend? In mijn optiek niet. Hij vertrekt wel van een onwrikbaar geloof in de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift en de waarheid ervan moet, zo nodig, op spitsvondige wijze [LOL] worden verdedigd. Er zijn katholieke exegeten die de problemen oplossen door een diepere boodschap te onderscheiden van een tijdsgebonden mythe of legende [Hetgeen exegeten met afwijkende meningen zeggen, heeft voor een gelovige geen enkele waarde!]. Ratzinger kan dit niet. Vreemd, maar enig respect is toch geboden.

Een tweede vraag betreft de wijze waarop onze cultuur, traditioneel van het christendom doordrenkt, met deze 'ontmythologisering' [Lord of the Rings, Harry Potter... Hoezo 'ontmythologisering'?] moet omgaan. In mijn optiek moeten we de strikt wetenschappelijke waarheidsvraag onderscheiden van mythen, riten en andere culturele uitingen die door een op zich waardevolle traditie gedragen worden. Händels Messiah ('For unto us.') en Bachs Weihnachtsoratorium ('Grosser Herr und starker König...') verliezen niets van hun waarde door mijn opmerkingen hierboven [Vermeersch vergist zich!]. 'Vrede aan alle mensen die van goeden wille zijn' blijft een zinvolle boodschap, ook al is het een foute vertaling. [De promotie van het atheïsme zet de poort open voor bloeddorstige dictators! Ongeloof eindigt altijd in genocide! Denken wij bijvoorbeeld maar aan het communisme, het nazisme en bijvoorbeeld abortus en euthanasie nu!]

En ook van de kerststalletjes en 'Stille Nacht' en van de Mariabeelden 'Waar men gaat langs Vlaamse wegen' hoeven we geen afstand te doen, zolang die riten en gebruiken vreugde en samenhorigheid onder de mensen bevorderen. [Ziedaar de illusies van een 'godsdienstige' atheïst!]

Bron: Etienne Vermeersch in 'De Standaard'

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Vermeersch is een gefrustreerde oude zeur die nog steeds aan het afrekenen is met een lang vervlogen tijdperk. Jammer dat een "katholieke" krant als De Standaard geen constructievere figuur aan het woord laat op Kerstmis. Dit is een absolute sfeerbreker!

Anoniem zei

Aan Anoniem 3 januari 2013 11:47: de sfeer is een beetje gered door een godsdienstige afbeelding.

Anoniem zei

Het is ook mijn conclusie die Vermeersch gefrustreerd is – met zijn eigen falen.

Eerst en vooral over dit stukje in ‘De Standaard’: een atheïst kan alleen maar tot het besluit komen dat de bijbel fout. Heb je ooit een atheïst (of eender wie, over eender wat) een rationele a priori redenering horen maken en tot het tegenovergestelde besluit kwam dan het uitgangspunt?

Het maakt niets uit of de bijbel juist of fout is. Voor de gelovige is de bijbel juist en voor de ongelovige is de bijbel fout. Daar kan geen enkele ‘rationele’ redenering iets aan veranderen.

Maar niet voor Vermeersch. Vermeersch heeft zijn leven lang in allerlei ‘wetenschappen’ bevestiging gezocht voor zijn ongeloof, zijn eigen groot gelijk, en is daarin gefaald omdat die wetenschappen niet de gewenste resultaten geboekt hebben. Er blijft hem alleen nog maar de optie het ongelijk van een ander te bewijzen, zoals hij het hier ‘beter meent te weten’ dan de Paus.

In de jaren ‘60 en ‘70 van vorige eeuw, heeft hij met artificiële intelligentie liggen knoeien. Dat was de tijd waarin men een rotsvast ‘GELOOF’ had in computers. Dat computers beter konden zijn dan de menselijke hersenen en dat men de imperfecte mens die God geschapen had kon verbeteren. Men ‘geloofde’ ook dat computers de perfecte maatschappij konden berekenen. Het is ook de tijd dat men ‘geloofde’ dat men tegen 1999 op een weekendreisje naar de planeet Venus kon of met zweefauto’s zou rondrijden. Toen de resultaten op zich lieten wachten is Vermeersch maar met moraal filosofie beginnen te knoeien.

Moraalfilosofie is zo een wetenschap waarin je eender wat kan beweren. In moraalfilosofie hoef je je niet op feiten te baseren, maar louter op opinie. Dus begin maar te fantaseren en wanneer je een debat wint, dan heb je gelijk, en worden je fantasieën feit. Maar dat maakt het nog geen waarheid – een feit dat ook in realiteit bestaat. Daarenboven hoeft men maar even naar de geschiedenis van de moraalfilosofie te kijken en men zal snel inzien dat moraalfilosofie de ‘wetenschap’ van de duivel is en de tegenpool van de gelovige theologie. Dit maakt moraalfilosofie de geknipte ‘wetenschap’ voor de atheïst. Vermeersch mag dan wel soelaas gevonden hebben in de moraalfilosofie, om zichzelf van zijn malthusiaanse overtuigingen te overtuigen, dit creëerde nog steeds niet de supermens en perfecte maatschappij waar hij ook in de artificiële intelligentie naar gezocht heeft.

Dus verschoof Vermeersch zijn ‘expertise’ gebied maar naar de bio genetica, waarin men net zoals artificiële intelligentie ook supermensen probeert te creëren – maar ook ziektes wil uitroeien, eeuwige jeugd en onsterfelijkheid wil bereiken, mensen supermenselijke krachten wil geven – kortweg de wetenschap die een mens wil creëren die almachtiger dan God is. Maar bio genetica is een wetenschap waarin men precies en correct moet zijn. Opinie telt niet, debat is nutteloos. In bio genetica zijn er wetenschappelijke feiten vereist. Vermeersch doet liever opinie, dus is de volgende logische stap dat hij naar de Bijbelexegese overstapte.

Bijbelexegese is opnieuw zo een wetenschap, zoals de moraalfilosofie waar men eender wat kan beweren (gelovige vs. ongelovige Bijbelexegese). Maar het wordt stilaan duidelijk dat tegen de eeuwwisseling Vermeersch niet meer geïnteresseerd is zijn eigen groot gelijk te bewijzen – want daar is hij in gefaald. Vanaf de eeuwwisseling begint hij het ongelijk van de ander te ‘bewijzen’.

Kortweg Vermeersch is een tragische figuur die van frustratie naar frustratie is gesukkeld en uiteindelijk niets gepresteerd heeft.

Anoniem zei

"Ik geloof in God, de almachtige Vader". Meer is er niet nodig om in wonderen te geloven. Vermeersch is een uitgetreden priester, verwacht U dan iets anders ?

Michael zei

Gelukkig dat we nog bisschoppen als Bonny hebben die deze aanvallen op ons geloof aanklagen in hun homilie van de middernachtmis en zijn gelovigen een hart onder de riem steken.

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer