vrijdag 20 mei 2016

Bisschop Athanasius Schneider: Rome Life Forum 2016 - Highlights




DEI FILIUS
3de Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof
Eerste Vaticaans Concilie
Datum: 24 april 1870


HOOFDSTUK 3 - Het Geloof

10 Aangezien de mens volledig afhankelijk is van God als zijn Schepper en Heer, en de geschapen rede geheel onderworpen is aan de ongeschapen Waarheid, zijn wij verplicht in het Geloof aan de zich Openbarende God de volle gehoorzaamheid van het verstand en van de wil te betonen.

11 Opdat niettemin de dienende gehoorzaamheid van ons geloof in overeenstemming zou zijn met de rede, behaagde het God aan de innerlijke bijstand van de Heilige Geest uitwendige tekenen van zijn Openbaring te verbinden: namelijk goddelijke werken, in de eerste plaats wonderen en profetiën.

12 Hoewel echter de instemming van het Geloof geenszins een blinde beweging van het hart is, toch kan niemand "de prediking van de heilsboodschap beamen', zoals dat voor het verkrijgen van het heil noodzakelijk is, 'zonder verlichting en inspiratie van de Heilige Geest, die alleen de zoetheid van de instemming met en de aanname van het geloof verleent".

13 Met Goddelijk en Katholiek Geloof moet dus al datgene geloofd worden, wat in het geschreven of overgeleverde Woord Gods vervat is en door de Kerk in plechtige beslissing of door gewone en algemene leerverkondiging als door God geopenbaard als te geloven wordt voorgelegd.




E SUPREMI APOSTOLATUS
Bij aanvang van het pontificaat, over alles herstellen in Christus

Encycliek
H. Paus Pius X
Datum: 4 oktober 1903


PARAGRAAF 2 - De treurige toestand, waarin de mensheid verkeert

4 Vervolgens, om de andere redenen stilzwijgend voorbij te gaan, we voelden ons op zijn allerhevigst afgeschrikt bij het gezicht van de dieptreurige toestand, waarin de mensheid op het ogenblik verkeert. Want wie zou niet weten, dat de maatschappij tegenwoordig. meer dan in het verleden, ten prooi is aan een zware, diep ingewortelde ziekte, die van dag tot dag verergert, die aan haar binnenste knaagt en haar ten ondergang voert? Ge begrijpt, eerbiedwaardige broeders, welke die ziekte is: het is de afval, de afscheiding van God. Niets is er, waar de ondergang zekerder mee verbonden is, volgens het woord van de profeet: “Want zie, die U verlaten, gaan zeker te gronde.” (Ps. 72, 27) Tegen die vreselijke ramp - zo zagen we - moeten we krachtens het ons opgedragen opperpriesterlijke ambt ons te weer stellen. We achtten immers het bevel van God tot ons gericht: “Zie, heden geef Ik u volmacht over volken en koninkrijken, om uit te roeien en af te breken, om op te bouwen en te planten” (Jer. 1, 10); maar in het bewustzijn van onze zwakheid schrikten we terug voor een taak, die geen uitstel duldt en tegelijk zo vol van moeilijkheid is.


HOOFDSTUK 1 - Het doel van de Paus: alles herstellen in Christus

ARTIKEL 1 - Een geweldige strijd tegen God is aan de gang


7 Als we nu dit heerlijke werk gaan ondernemen en altijd blijven voortzetten, hebben we, eerbiedwaardige broeders, als hoogste aanmoediging de zekerheid, dat gij allen onze krachtige helpers zult zijn om het te voltooien. Immers, om daaraan te twijfelen, zouden we u, zeker ten onrechte, voor onwetend of voor onverschillig moeten houden tegenover de misdadige strijd, die op het ogenblik bijna overal tegen God is ondernomen en voortdurend wordt aangewakkerd. Want waarlijk “de volken razen en de naties maken ijdele plannen” (Ps. 2, 1) tegen hun Schepper. De kreet van Gods tegenstanders: “Ga weg van ons” (Job 21, 14) is haast algemeen geworden. Vandaar bij zeer velen niet de minste eerbied meer voor de eeuwige God. Men houdt in het particuliere, in het openbare leven in geen enkel opzicht rekening meer met Zijn soeverein Wezen. Ja nog meer, men spant alle krachten in, men wendt alle middelen aan om zelfs de herinnering aan God en de notie van God geheel en al te doen verdwijnen.


ARTIKEL 2 - Men zou haast vrezen, dat de antichrist reeds op aarde is

8 De overweging hiervan doet onwillekeurig de vrees opkomen, dat deze verdorvenheid van de gemoederen een voorproef en als het ware het begin is van alle rampen, die op het einde der tijden te wachten staan, en dat de “zoon des verderfs”, waarvan de apostel spreekt (2 Tess. 2, 3), reeds hier op aarde verblijft. Zo groot is namelijk de vermetelheid, zo hevig de razende woede, waarmee men overal de eerbied voor de godsdienst aanvalt, de leerstukken van het geloof bestrijdt, en hardnekkig poogt alle plichtsbetrekkingen van de mens met God af te schaffen en totaal te vernietigen. Van de andere kant - en dat is volgens dezelfde apostel het karakteristieke kenteken van de antichrist - de mens heeft zich in ongeëvenaarde overmoed op de plaats van God gedrongen, en zich verheven “tegen al wat God heet”. Zover is hij daarin gegaan, dat hij, hoewel niet in staat de kennis van God geheel in zich te vernietigen, toch Gods opperhoogheid verworpen heeft en voor zichzelf deze zichtbare wereld als het ware tot een tempel heeft gewijd om zich door de overigen te laten aanbidden: “Hij zet zich neer in Gods tempel en geeft zich uit voor God.” (2 Tess. 2, 4)


ARTIKEL 3 - De einduitslag van de strijd is zeker: Gods zegepraal

9 Welke de uitslag zal zijn van deze strijd van de stervelingen tegen God, daarover kan wel geen verstandig mens in twijfel zijn. Zeker, de mens, die zijn vrijheid misbruikt, heeft de vrijheid, het recht en het gezag van de Schepper aan te randen, maar de overwinning is altijd aan de kant van God. Ja zelfs, de ondergang is juist dan het meest nabij, als de mens, in de hoop te triomferen, zich met groter vermetelheid verheft. God zelf waarschuwt ons hieromtrent in de heilige Schrift. “Hij doet namelijk alsof Hij de zonden van de mensen niet ziet” alsof Hij Zijn macht en opperhoogheid vergeten heeft. Maar dan opeens, na die schijnbare terugtocht, rijst Hij op “als een held dronken van de wijn, die opstaat uit de slaap” (Ps. 77, 65) - en “zal Hij de kop van Zijn vijanden verpletteren” (Ps. 67, 22), opdat allen zullen weten, “dat God de Koning is der ganse aarde en de heidenen leren, dat ze maar mensen zijn” (Ps. 9, 21).


ARTIKEL 4 - We moeten trachten Gods overwinning te bespoedigen

10 Dit alles, eerbiedwaardige broeders, nemen we met vast geloof aan en verwachten we. Maar dit belet niet, dat ook wij, ieder voor ons deel, Gods werk trachten te bespoedigen. Dat doen we niet alleen door voortdurend te bidden: “Sta op, Heer! Laat de mens niet de overhand krijgen” (Ps. 9, 20), maar - en dat is van meer belang - dat doen we ook door met woord en daad, in het volle licht, Gods opperheerschappij over de mens en over ieder schepsel met nadruk te belijden en te verdedigen, met het doel, dat Zijn heersersrecht en -macht door allen met heilige eerbied worde erkend. 

Geen opmerkingen:

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Raymond Kardinaal Burke

Raymond Kardinaal Burke
Curie-Kardinaal en Prefect van de 'Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur', zei op 13 december 2013: "Het 'Evangelii Gaudium' van Bergoglio behoort NIET tot het Pauselijke Magisterium"

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer