woensdag 27 februari 2013

De laatste algemene audiëntie van Paus Benedictus



Onderstaand de belangrijkste delen uit de toespraak van de Heilige Vader:

“Beste broeders en zusters [...] Op dit moment strekt mijn geest zich uit tot de hele Kerk, verspreid over de hele wereld. Ik dank God voor het ‘nieuws’ dat ik tijdens deze jaren van het Petrusambt heb mogen ontvangen over het geloof in de Heer Jezus Christus. Over de liefde die het lichaam van de Kerk doorstroomt en haar doet leven in liefde. Over de hoop die ons opent en richt naar de volheid van het leven, in de richting van ons hemels vaderland. [...]

Op dit moment heerst in mij een groot vertrouwen, omdat ik weet, en wij allemaal weten, dat het Woord van het Leven van het Evangelie de kracht is van de Kerk. Het is haar leven. Het Evangelie zuivert en vernieuwt, draagt ​​vrucht waar de gemeenschap van gelovigen naar hem luistert en de genade van God verwelkomt in waarheid en in liefde leeft. Dat is mijn vertrouwen, dat is mijn vreugde.

Toen ik op 19 april bijna acht jaar geleden, heb ingestemd het Petrusambt op mij te nemen, hield ik mij vast aan deze zekerheid die mij altijd begeleid heeft.

Op dat moment, zoals ik al herhaaldelijk heb uitgesproken, weerklonken deze woorden in mijn hart: Heer, wat vraagt U van mij, en waarom vraagt U het van mij? Het is een zware last die U op mijn schouders legt, maar als U het bent die het mij vraagt, dan zal ik op Uw Woord mijn netten uitwerpen, ervan overtuigd dat U mij leidt. En de Heer heeft mij waarlijk geleid, is Hij mij nabij geweest en ben ik in staat geweest elke dag zijn aanwezigheid te ervaren.

Het is een stukje van de reis van de Kerk, met zijn momenten van vreugde en licht, maar ook met momenten die niet makkelijk waren. Ik heb mij gevoeld als Sint Petrus met de apostelen in de boot op het Meer van Galilea: de Heer heeft ons zovele dagen gegeven met zon en zachte bries, dagen met vis in overvloed. Er zijn ook momenten geweest waarop de wateren van streek waren en de wind tegen stond, zoals in de hele geschiedenis van de Kerk. En de Heer leek te slapen.

Maar ik heb altijd geweten dat de Heer ook in de boot was. Ik heb altijd geweten dat het schip van de Kerk niet van mij is, dat die niet van ons is, maar dat hij van Hem is en Hij hem niet zal laten zinken. Hij is het die stuurt, ook door de mannen die Hij heeft gekozen, want dat is hoe Hij het wilde. Dit was en is een zekerheid die door niets kan worden verduisterd. En het is daarom dat mijn hart vandaag vol dankbaarheid is tegenover God: dat Hij de hele Kerk en ook mij nooit heeft zijn troost, zijn licht, zijn liefde heeft onthouden.

We zijn in het Jaar van het Geloof, dat ik wenste om juist ons geloof in God te versterken tegenover een context waarin Hij steeds meer op de achtergrond lijkt te raken. Ik wil ieder van ons uitnodigen ons vaste vertrouwen op de Heer te vernieuwen, om ons als kinderen toe te vertrouwen aan de armen van God, verzekerd dat deze armen ons altijd zullen beschermen en ons toestaan van dag tot dag voort te gaan, ook in moeizame tijden. Ik zou willen dat ieder van ons zich geliefd weet door de God die zijn Zoon voor ons gegeven heeft en ons zijn mateloze liefde heeft getoond. Ik zou graag willen dat ieder de vreugde voelt christen te zijn.

Een mooi morgengebed zegt: ‘Ik aanbid U, mijn God, en ik hou van U met heel mijn hart. Ik dank U voor het feit dat U mij geschapen heeft en tot christen heeft gemaakt.’

Ja, wij zijn blij met de gave van het geloof, het is het meest kostbare goed, dat niemand ons kan ontnemen. Laat ons de Heer daarvoor iedere dag danken met gebed en met een consequent christelijk leven. God houdt van ons, maar Hij wacht op onze liefde voor Hem!

In deze laatste maanden had ik het gevoel dat mijn krachten waren afgenomen. Ik heb God in gebed met grote aandrang gevraagd om mij met Zijn licht te verlichten en mij te helpen de beste beslissing te nemen, niet voor mijn eigen welzijn, maar voor het welzijn van de Kerk. Ik heb deze stap genomen in het volle besef van het gewicht ervan en ook van de nieuwheid, maar met een diepe geestelijke sereniteit. De Kerk liefhebben betekent ook de moed hebben om moeilijke en pijnlijke beslissingen te nemen, en altijd het welzijn van de kerk in het oog te houden en niet dat van zichzelf.

Sta mij toe om nogmaals terug te keren naar 19 april 2005. De ernst van de beslissing is juist ook gelegen in het feit dat vanaf dat moment, ik voor altijd en eeuwig door de Heer in beslaggenomen was. Altijd: degene die het Petrusambt aanvaard, heeft geen eigen leven meer. Hij behoort altijd en volledig toe aan allen, aan de gehele Kerk. Zijn leven is, om zo te zeggen, geheel ontdaan van de privé-dimensie. Ik ben in staat geweest om te ervaren, en ik ervaar het ook nu, dat men het leven precies ontvangt in het weggeven ervan.

Eerder heb ik al gezegd dat veel mensen die de Heer liefhebben ook de opvolger van Sint Petrus beminnen en hem waarderen; dat de paus werkelijk broeders en zusters, zonen en dochters heeft over de hele wereld, en dat hij zich veilig voelt in de omhelzing van hun gemeenschap, omdat hij niet meer aan zichzelf toebehoort, maar behoort tot allen en allen behoren tot hem.

Het ‘altijd’ is ook een ‘voor altijd’: er is geen weg meer terug naar het private. Mijn beslissing om de actieve uitoefening van het dienstwerk neer te leggen verandert daar niets aan. Ik keer niet terug naar het privéleven, een leven van reizen, vergaderingen, recepties, conferenties, enz. Ik laat het kruis niet in de steek, maar ik blijf op een nieuwe manier verbonden met de gekruisigde Heer. Ik draag niet meer het gezag over het bestuur van de Kerk, maar met de dienst van het gebed blijf ik zogezegd binnen de beslotenheid van Sint Petrus. St.-Benedictus, wiens naam ik draag als paus, zal hierin een groot voorbeeld voor mij zijn. Hij toonde ons de weg naar een leven dat, actief of passief, volledig toebehoort aan het werk van God.

Ik dank allen en iedereen ook voor het respect en het begrip waarmee u deze zeer belangrijke beslissing hebt ontvangen. Ik zal de reis van de Kerk voortzetten en met gebed en reflectie begeleiden, met dezelfde toewijding aan de Heer en aan zijn Bruid, die ik tot vandaag elke dag heb geprobeerd te beleven en die ik altijd zal willen blijven beleven.

Ik vraag u voor mij tot God te bidden, en vooral om te bidden voor de kardinalen die geroepen zijn tot hun belangrijke taak, en voor de nieuwe opvolger van de apostel Petrus: moge de Heer hem vergezellen met het licht en de kracht van zijn Geest. [...]”

Bron: Katholiek Nieuwsblad

1 opmerking:

Anoniem zei

Hallo dit was een geslaagd pontificaat van onze heilige vader maar heb AUB toch ook wat respect en waardering voor de vorige paus.

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer