BREAKING NEWS

News Ticker --- 31-12-2022 SEDE VACANTE --- Einde berichten ---

donderdag 15 januari 2026

De schismatieke 'Novus Ordo Missae' werd in het verleden reeds meermaals door de Kerk preventief veroordeeld, terwijl het Tweede Vaticaans Concilie een nieuwe poging van de Vrijmetselarij was om de ketterse ideeën van de 'Synode van Pistoia' die door de Kerk veroordeeld zijn, ingang te doen vinden






















Het manifest van Arthur 'kardinaal' Roche over de Tridentijnse Mis dat vorige week op het eind van het Consistorie - met medeweten van Robert Francis Prevost - werd verspreid, is een 'meesterwerk' van Neo-modernistische dubbelzinnigheid. Het gebruikt de analogie van de "levende rivier" om organische continuïteit te claimen voor een liturgisch project - de Novus Ordo Missae = NOM - dat in werkelijkheid een breuk - een schisma - was. Het was een project gebaseerd op het protestantse "antiquarisme" dat de Kerk in 1794 definitief veroordeelde. 'Kardinaal' Roche beweert dat de Novus Ordo Missae een "pastoraal experiment" was, bedoeld om "de participatie van de gelovigen vollediger te maken". Dit is een letterlijke herhaling van de dwalingen van de Synode van Pistoia. In de bul Auctorem Fidei stelde Paus Pius VI niet alleen dat deze ideeën "onverstandig" waren. Hij veroordeelde ze als ketters en schadelijk voor de Kerk.

De wortels van de hervormingen die tijdens het Tweede Vaticaans Concilie werden ingevoerd, kunnen verder getraceerd worden dan de algemeen erkende twintigste-eeuwse voorlopers van het Concilie, voorbij de Tübinger School in de negentiende eeuw, terug naar de achttiende eeuw toen verschillende ketterse bewegingen probeerden de Kerk te 'hervormen' en te 'vernieuwen'. De studie van de Synode van Pistoia (1786) werpt een verrassend nieuw licht op de aard van de kerkhervorming en de wortels van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). De Toscaanse diocesane Synode van Pistoia - het hoogtepunt van de late Jansenistische (en dus 'Leuvense'!) hervormingsbeweging - werd scherp veroordeeld door Paus Pius VI in de bul Auctorem fidei (1794). In de negentiende-eeuw raakte de late Jansenistische beweging vervolgens volledig in diskrediet. Niettemin zou een groot deel van de agenda van Pistoia – een verheerlijking van de rol van de lokale bisschop, een nadruk op onfeilbaarheid als een gave aan de gehele geloofsgemeenschap, godsdienstvrijheid, een 'begrijpelijkere' liturgie die de volkstaal omvat, en de aanmoediging van het lezen van de Bijbel door leken en Christocentrische devoties – officieel worden afgekondigd tijdens het Tweede Vaticaans Concilie.

De schismatieke rebellen van Pistoia eisten trouwens ook een liturgie waarin alles hoorbaar was en alles in de volkstaal was om deze te "vereenvoudigen" voor de leken. Paus Pius VI veroordeelde deze ideeën streng als: "...onbezonnen, aanstootgevend voor vrome oren, en beledigend voor de Kerk" (Prop. 33). Pistoia eiste "slechts één altaar... ontdaan van alle versieringen". Pius VI veroordeelde dit als: "...een misbruik van de liturgische wet... [leidend] tot dezelfde resultaten als dewelke de ketters nastreefden" (Prop. 31).

Roche spreekt in zijn pamflet over het "herontdekken" van de liturgie. Pius VI veroordeelde de bewering van de rebellen van Pistoia dat de liturgie van de Kerk "duister" of "schadelijk" was geworden als: "...vals, onbezonnen, verstorend voor de zielenrust en beledigend voor de Kerk en de Geest van God door Wie Zij wordt bestuurd" (Prop. 1). Roche probeert de Tridentijnse Restauratie gelijk te stellen aan de Hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie en suggereert dat Sint-Pius V net zoals de Neo-modernisten handelde door een nieuwe ritus door een commissie van protestanten en vrijmetselaars te laten fabriceren. Sint-Pius V huurde echter géén "experts" in om een nieuwe Mis te creëren. Hij codificeerde enkel de bestaande Romeinse Ritus, die sinds de tijd van Sint-Gregorius de Grote in wezen vrijwel onveranderd was gebleven en legde deze op aan de hele Kerk. De hervorming van 1969 na het Tweede Vaticaanse Concilie deed precies het tegenovergestelde. Ze schafte een 1500 jaar oud ritueel - de Tridentijnse Ritus - af en verving het door een verzinsel - de NOM. Roches bewering dat de schismatieke revolutie van 1969 "organische ontwikkeling" is, is net zoiets als zeggen dat een eeuwenoude eik door een opblaasbare palmboom bestaande uit plastic vervangen kan worden.

Roche beweert ook dat het nieuwe ritueel in "volledige harmonie" is met de Traditie, maar tegelijkertijd stelt hij dat de NOM de "enige uitdrukking van de lex orandi" is. Als de NOM werkelijk dezelfde "rivier" is als de Romeinse Ritus, zou ze dezelfde lex orandi (gebedswet) delen. Maar Roche zegt dat de oude lex orandi moet worden afgeschaft om de "eenheid" te garanderen. Dit is de "vuist" van de Neo-modernist! Een "organische ontwikkeling" bewaart echter de "genetische code" van wat eraan voorafging. De NOM – met zijn tafelvormige 'altaren', volkstaal en het ontbreken van een stille canon – is geen ontwikkeling, maar de implementatie van de antiquarische ketterij die al meermaals preventief door de Kerk werd veroordeeld. De modernisten hebben eeuwenlang geprobeerd de schijnheilige protestantse "eenvoud" aan de Romeinse Ritus op te dringen. Onder het mom van "pastorale vernieuwing" hebben de Neo-modernisten uiteindelijk de veroordeelde Pistoiaanse dwalingen het heiligdom binnengesmokkeld. Door deze veranderingen "Traditie" te noemen, dient Roche het gif toe.

De intellectuele oneerlijkheid van de huidige hiërarchie schuilt in haar selectieve geheugen. Ze citeren het Concilie van Trente om te suggereren dat ze in de voetsporen van Sint-Pius V treden, terwijl ze negeren dat Pius V een 1500 jaar oud erfgoed herwaardeerde, terwijl de huidige hiërarchie het juist wil begraven. Ze beroepen zich op "organische ontwikkeling" terwijl ze juist de "vereenvoudiging" doorvoeren die Paus Pius VI als een kenmerk van ketterij bestempelde. In de bul Auctorem Fidei waarschuwde Pius VI dat het doel van de antiquair is om de Kerk te ondermijnen onder het "voorwendsel van een terugkeer naar haar oorsprong" (Prop. 1). De brief van 'kardinaal' Roche bewijst dat de Neo-modernisten dit voorwendsel niet alleen hebben overgenomen, maar het ook als een wapen gebruiken tégen de gelovigen die weigeren de "nieuwe lex orandi" te accepteren.

De crisis in de Kerk gaat tegenwoordig niet langer over "pastorale smaak" of "liturgische voorkeur". Zoals Arthur 'kardinaal' Roche zélf toegeeft, is het probleem "voornamelijk ecclesiologisch". Het is een strijd tussen de Levende Kerk van alle Tijden en de Gereformeerde Bastaard-kerk van de 18e-eeuwse Verlichting. Tegen deze dubbelzinnigheid is het enige getrouwe antwoord om aan de zijde te staan van de Pausen die door het Pistoiaanse masker heen keken en weigerden de Romeinse Lex Orandi in te ruilen voor een "pastoraal" experiment dat niets anders dan een spirituele woestijn heeft opgeleverd.

Geen opmerkingen:

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer

2 Timoteüs 2:3 Neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jezus

2 Timoteüs 2:3  Neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jezus
-------- “Wij zijn de zonen van de Kruisvaarders en we zullen niet terugdeinzen voor de zonen van Voltaire.” -------- -------- “We are the sons of the Crusaders and we shall not recoil before the sons of Voltaire.” ------------------------- -------- “Noi siamo i figli dei Crociati e non indietreggeremo davanti ai figli di Voltaire!” ---------------------------------