zondag 11 oktober 2015

De Leuvense Paus Adrianus VI: Wegbereider van de Contrareformatie













Over Adriaans vader, Floris Boeyens (“ zoon van Boudewijn ”), weten we enkel dat hij timmerman was en vroegtijdig stierf. Zijn godvruchtige moeder Geertruid legde de grondslag voor de diepe vroomheid van haar zoon. Zijn opvoeding vertrouwde zij toe aan de Broeders van het Gemene Leven, een religieuze beweging gesticht door Geert Grote (1340-1384). Deze beweging was een reactie op de onwaardigheid van veel geestelijken en de algemene verloedering van de zeden. De Broeders woonden tezamen in kleine, vrome gemeenschappen midden in de steden, oorspronkelijk zonder kloostergeloften af te leggen, maar later – onder impuls van de kerkelijke hiërarchie – vaak volgens de derde regel van Sint-Franciscus. In Zwolle hadden de Broeders een studentenhuis of convict waar begaafde scholieren werden opgenomen, onderhouden en gevormd; één van hen was Adriaan.

De 17-jarige Adriaan trok vervolgens naar de universiteit van Leuven waar hij, met groot succes, filosofie, theologie en canoniek recht studeerde. In 1490 werd hij priester gewijd. Het jaar daarop promoveerde hij tot doctor in de godgeleerdheid. De colleges van meester Adriaan Florensz, die onder meer door Erasmus bijgewoond werden, bezorgden hem grote faam; zijn conferenties werden door enkelen van zijn leerlingen zelfs gepubliceerd. Grote verantwoordelijkheden werden hem toevertrouwd: deken van de Leuvense Sint-Pieterskerk, kanselier en, tot tweemaal toe, rector van de universiteit.

Bij dit alles bleef Adriaan de bescheidenheid zelf en was zijn levenswandel voorbeeldig. Hij schrok er niet voor terug om zijn stem tegen misbruiken te verheffen, in het bijzonder tegen de ergerlijke levenswijze en de schending van het celibaat door veel geestelijken. Het gevolg was dat er een aanslag op zijn leven werd gepleegd door de maîtresse van een kanunnik: zij probeerde hem te vergiftigen. Adriaan herstelde pas na een langdurig ziekbed. Het zou niet de laatste moordpoging zijn.

Als vanzelf werd de geleerde en onberispelijke professor de raadsman van verschillende kerkelijke en burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders. Ook het hof hoorde veel goeds over meester Adriaan. In 1507 koos Maximiliaan van Oostenrijk, keizer van het Heilig Roomse Rijk, hem tot privé-leraar voor zijn kleinzoon: aartshertog Karel, de latere keizer Karel V. «  De toekomstige paus werd de opvoeder van de toekomstige keizer  !  » (J. Bijloos, Adrianus VI. De Nederlandse Paus, Haarlem 1980, p. 17).

De invloed die Adriaan op zijn pupil uitoefende, kan moeilijk overschat worden. Heel zijn leven lang zou keizer Karel respect en genegenheid betuigen aan de man die hem meer dan wie ook gevormd had. Zijn diepe godsdienstigheid en zijn groot plichtsbesef dankte Karel in de eerste plaats aan meester Adriaan.

Zijn opvoedende taak oefende de privé-leraar uit in Mechelen, waar de tante van de toekomstige keizer, Margareta van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden, hof hield. Zij schatte de capaciteiten van meester Adriaan hoog in en benoemde hem in 1512 tot lid van haar Raad. Drie jaar later vertrouwde zij hem een delicate diplomatieke missie in Spanje toe: hij moest voor zijn pupil de opvolging op de Spaanse troon verzekeren, want Ferdinand van Aragon – grootvader langs moederskant van Karel – was oud en had plannen in een andere richting.

Toen Adriaan de Nederlanden verliet, had hij er geen idee van wat voor grote moeilijkheden hij tegemoet ging. Ferdinand van Aragon had een testament laten maken waarin hij Karels jongere broer Ferdinand, die in Spanje opgevoed was, als troonopvolger aanwees. De koning begreep wat de “deken van Leuven” in Spanje kwam doen en behandelde hem argwanend en koel.

Gelukkig was er aan het hof één man die de Utrechtenaar bijzonder waardeerde en hem in bescherming nam, en die man was niet van de minsten: Francisco Ximenez de Cisneros, kardinaal-aartsbisschop van Toledo, «  de man die het meest heeft bijgedragen tot de katholieke opleving in Spanje  » (Gustav Schnürer, Kirche und Kultur im Mittelalter, deel 3, Nederlandse vertaling Haarlem 1950, p. 395). «  De Spaanse kardinaal en de Nederlander waren één van hart en ziel vanaf het moment dat het ging om de zaak van de Kerk  » (Pastor p. 377). Met de hulp van Cisneros slaagde Adriaan er in om de koning op andere gedachten te brengen, en toen Ferdinand in januari 1516 stierf, bleek hij de 16-jarige Karel te hebben aangesteld tot erfgenaam van de Spaanse landen, Sicilië, Napels en de pas ontdekte Nieuwe Wereld. Meester Adriaan en kardinaal Cisneros bundelden hun krachten en namen als regenten de staatszaken in handen in naam van de kroonprins, die op 14 maart 1516 in de Brusselse Sint-Goedelekerk uitgeroepen werd tot koning Carlos I van Spanje. Op voordracht van de kardinaal en als dank voor de bewezen diensten werd Adriaan benoemd tot bisschop van Tortosa.

Op 28 september 1517 ontscheept de nieuwe Spaanse vorst met een uitgebreid gevolg en met Bourgondische pracht en praal in Santander. Kardinaal Cisneros, die hem tegemoet trekt, sterft onderweg. Adriaan behoudt zijn positie als vertrouwenspersoon van de jonge monarch. Maar de Spanjaarden morren over de vele «  Flamencos  » die het nu voor het zeggen hebben…

Terwijl Karel in Spanje is, doet zich in Wittenberg, in het Heilig Roomse Rijk, een gebeurtenis voor die verstrekkende gevolgen zal hebben  : in 1517 grijpt de augustijnermonnik Martin Luther de aflatenhandel aan als «  een schitterende, mediatieke gelegenheid om zijn leer van het geloof zonder de werken te propageren  » en zo zijn rebellie tegen de Kerk van Rome te beginnen.

Haast onmiddellijk komt er reactie van de theologische faculteit van de Universiteit van Leuven, die toen in heel Europa een stevige reputatie geniet. De professoren leggen hun oordeel voor aan hun voormalige rector in Spanje, waarop Adriaan hen een voor publicatie bestemde brief stuurt waarin hij de opvattingen van Luther als pure ketterijen aan de kaak stelt. De godgeleerden van Keulen sluiten zich bij dit standpunt aan. Daarop spreekt de Leuvense faculteit, als eerste instelling van de Christenheid, op 7 november 1519 een plechtige veroordeling van Luthers ideeën uit. Kort daarna organiseert zij een publiek autodafe (een Portugese term afgeleid van het Latijnse actus fidei, «  daad van geloof  ») waarbij de geschriften van Luther in het vuur geworpen worden.

In het begin van het jaar is keizer Maximiliaan gestorven. De keurvorsten kiezen zijn kleinzoon Karel op 28 juni 1519 tot keizer van het Heilig Roomse Rijk, en daarmee is de jonge Gentenaar nu heerser over een wereldrijk zoals niet meer gezien is sedert Karel de Grote, een rijk “ waarin de zon nooit ondergaat ”  ! In de lente van 1520 vertrekt Karel naar Aken voor de plechtige keizerskroning… en laat meester Adriaan in Spanje achter als zijn luitenant, zijn plaatsvervanger.

Op 17 juli van datzelfde jaar vaardigt de Paus de bul Exsurge Domine uit  : Luther is een ketter en krijgt zestig dagen de tijd om zijn dwalingen te herroepen. In plaats van het oordeel van de Kerk in nederigheid te aanvaarden doet de opstandige monnik er nog een schep bovenop; hij steekt de bul in brand en volhardt in zijn dwaalleer. Noodgedwongen spreekt de Paus daarop de banvloek uit over Luther, zijn aanhangers en zijn begunstigers. De grote krachtmeting is begonnen. Hoe zal de jonge keizer reageren?

Sterk doordrongen van zijn Katholiek Geloof, hem ingeprent door meester Adriaan, geeft Karel V onmiddellijk het bevel alle lutherse boeken overal in zijn rijk te verbranden. Adriaan drukt hem op het hart de Kerk in deze dramatische momenten nog verder ter hulp te komen. Het resultaat is het edict van Worms, dat de rijksban over de ketterse monnik uitspreekt (26 mei 1521).

In de vroege morgen van 22 januari 1522 krijgt Adriaan in de Baskische stad Vitoria het bezoek van een ijlbode: op het conclaaf na de dood van Leo X heeft het college van kardinalen de Utrechtenaar tot nieuwe Opperherder van de Roomse Kerk verkozen.

Keizer Karel ontving het bericht van de pausverkiezing in Brussel. «  Maître Adrien est devenu Pape  », deelde hij zijn omgeving mee, en later schreef hij  : «  Wij houden het voor zeker dat God zelf deze keuze heeft gedaan.  » Thomas More, de Engelse staatsman en latere martelaar, noemde Adrianus «  de heiligste onder alle pausen  ». En de Spaanse humanist Juan Luis Vives, die de Utrechtenaar goed gekend had in Leuven, schreef hem  : «  Uw onbesproken zedelijk gedrag heeft u de hoogste rang op aarde gebracht. Er wacht u een onmetelijke taak. Ik bezweer u een vredespaus te zijn en de noodzakelijke hervorming van de Kerk ter hand te nemen.  »

De Paus kwam in augustus 1522 in de Eeuwige Stad toe. We hebben een beschrijving van de 63-jarige Adrianus door een diplomaat die hem toen voor het eerst zag  : «  Zijn gelaat is smal en bleek, zijn lichaam mager, zijn handen zijn sneeuwwit, zijn gehele verschijning boezemt eerbied in, zelfs zijn lachen heeft iets ernstigs. Ik zou zweren dat hij monnik geweest is  » (aangehaald in Bijloos, p. 55).

Adrianus VI hield zijn eerste consistorie op 1 september. Twee zaken gingen hem bijzonder ter harte, zo deelde hij de verzamelde kardinalen mee: de eenheid onder de christelijke vorsten om de gemeenschappelijke Turkse vijand te bestrijden en de hervorming van de Romeinse Curie. Wat dit tweede punt betrof, stelde de Opperherder vast dat het kwaad zo’n grote omvang had genomen dat de zondaars, naar het woord van de H. Bernardus, zich geen rekenschap meer gaven van de kwalijke geur die hun levenswijze verspreidde. De corruptie in Rome was een onderwerp waarover in heel de wereld gesproken werd. Dat moest veranderen. Hij drukte de kardinalen daarom op het hart alle verdorven elementen uit hun omgeving te verwijderen, af te zien van overdreven luxe en zich voortaan tevreden te stellen met een inkomen van zesduizend dukaten.

De verbouwereerde clerus moest vaststellen dat Adrianus VI het niet alleen bij woorden hield. De paleiskardinalen die zich in het Vaticaan hadden geïnstalleerd dienden hun koffers te pakken. Met onmiddellijke ingang werd een verbod uitgevaardigd op het dragen van wapens door de hofhouding van de kerkvorsten. Een geestelijke die een vals getuigenis had afgelegd voor de Rota verloor meteen al zijn inkomsten. Een andere, een voormalig gunsteling van Leo X die zich boven de wet verheven achtte, kreeg te horen dat hij zich ogenblikkelijk moest komen verantwoorden voor een ernstige aanklacht, op straffe van verbeurdverklaring van al zijn bezittingen. «  Heel de stad heeft de daver op het lijf bij het zien van wat de Paus op acht dagen al verwezenlijkt heeft  », schreef de ambassadeur van Venetië aan de doge.

Op 25 februari 1523 werd een moordaanslag op Adrianus gepleegd door een ambtenaar van de Curie «  die zijn bestaan bedreigd zag door de beslissingen van de Paus  » (Pastor p. 391). Door zijn waakzaamheid was kardinaal Campeggio de moordenaar te snel af, maar het scheelde niet veel.

Op het moment dat het pontificaat van Adrianus VI een aanvang neemt, gist het overal in de Duitse landen door toedoen van Luthers rebels gepreek. In 1522 breekt een gewelddadige opstand uit van rijksridders die gericht is tegen de bezittingen van de Kerk. Pure roof- en hebzucht drijft steeds meer volk naar de “ nieuwe leer ” en verklaart de snelle verspreiding van het lutheranisme.

Op de Rijksdag van Neurenberg, die geopend wordt in november 1522, leest de pauselijke legaat een instructie van Adrianus voor waarin deze met grote vrijmoedigheid de vinger op de wonde legt  :

«  Wij bekennen volmondig dat God deze vervolging van zijn Kerk toelaat om de zonden van de mensen en in het bijzonder om die van de priesters en prelaten… Wij weten dat ook bij de Heilige Stoel reeds vele jaren afkeurenswaardige zaken voorkomen, misbruiken in geestelijke aangelegenheden en overtredingen van de geboden… Zo is het niet te verwonderen dat de ziekte zich van het hoofd op de ledematen, van de paus op de prelaten heeft voortgeplant. Wij allen, prelaten en geestelijken, zijn van de weg van de gerechtigheid afgeweken… Wij beloven dat wij ons er krachtdadig zullen op toeleggen allereerst het hof te Rome, waar al dat kwaad wellicht zijn oorsprong heeft gevonden, te verbeteren. Dan zal, zoals van hieruit de ziekte gekomen is, van hieruit ook de genezing beginnen.  »

In zijn biografie over Karel V noemt Karl Brandi de instructie van Adrianus VI «  de eerste stap op weg naar de Contrareformatie  ». De Paus maakt een scherp onderscheid tussen het goddelijk en het menselijk element in de Kerk. In geloofszaken is zij onfeilbaar. Haar leden zijn echter aan zonde onderhevig en mogen zich niet schamen dat ootmoedig onder ogen te zien. «  Niet het erkennen van de zonde onteert, maar de zonde zelf  » (Pastor).

De Paus zag scherp en ver vooruit. De aanwezigen op de rijksdag echter ontbrak het aan de moed en vooral de wil om op te treden. Men besloot – heel modern  ! – een commissie op te richten om de oproep van de Paus te bestuderen… De worm zat al in de vrucht  : Luthers «  Los von Rom  !  » werkte als een sirenenzang op grote en kleine machthebbers.

De feitelijke mislukking van Neurenberg was koren op de molen van Luther. In een pamflet schreef hij  : «  De paus is een magister noster van Leuven. Aan deze hogeschool kroont men zulke ezels  !  » Adrianus VI was «  een verblinde tiran, een huichelaar, een dienaar van Satan.  » De opstandeling zette zijn agitatie voort en toonde alsmaar duidelijker dat het hem er niet om te doen was de misbruiken in de Kerk af te schaffen maar haar grondslagen omver te werpen. In maart 1523 zou Luther de leden van de Duitse Orde oproepen hun geloften te verbreken, een vrouw te nemen en de goederen van de orde te verdelen.

Veel degelijker hulp kreeg de Paus van Johann von Eck (Eckius), de bekwame theoloog en humanist die diepe indruk gemaakt had bij zijn twistgesprek met Luther in Leipzig (1519). Daar had hij de monnik van Wittenberg ertoe verplicht te erkennen dat de consequentie van zijn leer de verloochening van het gezag van paus en concilie was. Eck kwam in maart 1523 naar Rome. Hij kende de toestand in het Duitse Rijk zeer goed en drong bij de Paus aan op het aanpakken van de vele misbruiken. Adrianus nam zijn aanbevelingen ter harte en stelde een college samen voor de hervorming van de Curie; de voortijdige dood van de kerkvorst maakte echter dat dit college nooit bijeenkwam.

Als grote uitzondering in vergelijking met de pausen vóór hem respecteerde Adrianus VI een strikte politieke neutraliteit. Hij wilde niemand van de vorsten naar de ogen zien, en al zeker zijn vroegere pupil Karel V niet, zoals hij al onmiddellijk bij zijn kroning had laten blijken. Hij wist dat hij alleen op die manier met het nodige morele gezag kon ijveren voor een groot anti-Turks verbond.

De man die het streven van de Paus naar eensgezindheid onder de vorsten tenslotte definitief kelderde, was de Franse koning Frans I. Hij dreigde ermee het hertogdom Milaan binnen te vallen, dat hij als zijn rechtmatig bezit opeiste, waardoor Adrianus niet anders kon – zeer tegen zijn zin – dan zich ter verdediging aan te sluiten bij de Liga van Karel V, Hendrik VIII en Venetië. Die stap deed Frankrijk wel aarzelen, maar het kwaad was geschied  : de Paus had een kamp moeten kiezen, en dat blokkeerde voorgoed elk initiatief tegen de ongelovigen.

De Turken zouden Europa blijven bedreigen tot één van Adrianus’ opvolgers, de H. Pius V, er vijftig jaar later zou in slagen een grote coalitie te smeden die de halve maan verpletterend zou verslaan in de zeeslag van Lepanto (7 oktober 1571).

Op 5 augustus 1523 kreeg de Paus een zware koortsaanval. Alle audiënties werden opgeschort. Na een week ging Adrianus weer aan het werk, ondanks hevige pijn in de nieren. Hij zag er vermagerd en vervallen uit en had weinig eetlust. «  Men dacht zelfs aan vergiftiging  » (Bijloos p. 97). Begin september zegende hij de Romeinse troepen en vaandels die optrokken naar Lombardije tegen het Franse gevaar: zijn laatste openbare daad. Op 8 september liet hij zijn testament opmaken; voor zijn begrafenis wou hij niet meer dan 25 dukaten besteed zien. Twee dagen later schonk hij, overeenkomstig een oude gewoonte, zijn kardinaalstitel aan zijn vertrouweling Willem van Enckevoirt.

«  Ondanks zijn snel achteruitgaande krachten en pijnlijk lijden vaardigde de Paus nog enkele breven uit, ondertekende verschillende stukken en ontving nog enige personen. Hoewel de koorts af en toe zakte, naderde het einde snel. Na het bij volle bewustzijn ontvangen van de Laatste Sacramenten overleed op maandag 14 september 1523 te 2 uur in de namiddag, 64 jaar oud, de Nederlander Adrianus VI. Zijn pontificaat duurde slechts één jaar en acht maanden  » (Bijloos p. 103).

Vier jaar na het afsterven van Adrianus VI, in 1527, viel Rome ten prooi aan de Sacco di Roma, de grote plundering van de stad. De Lutherse landsknechten en de Spaanse huursoldaten van Karel van Bourbon richtten een orgie van bloed, geweld en vernieling aan zoals men niet meer meegemaakt had sinds de tijd van de Wisigoten. Geen enkel huis werd gespaard, honderden vrouwen werden verkracht, er vielen bijna tienduizend doden.

Clemens VII, opnieuw een Medici-paus, kon van op de Engelenburcht alleen maar de machteloze getuige zijn van de verschrikking waarin een tijdperk – dat van de Renaissance in zijn heidense, niet-christelijke aspecten – ten onder ging.

Maar deze diepe vernedering van Rome zou het pad effenen voor het bijeenroepen van het Concilie van Trente en de heropbloei van de Kerk!

Bron: CRC

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Ja, mensen willen gewoon niet geloven dat geschiedenis zich herhaalt.

En vreemd genoeg heeft het Adrianus vi pontificaat maar een paar maanden geduurd. Het Vaticaan heeft altijd vol wolven gezeten. Daar is echt niets nieuws in het Vaticaan.

Bergoglio en Danneels bende zal verslagen worden. Hun heerschappij kan niet lang meer duren. Het kwaad vernietigd zichzelf altijd. De waarheid zal nooit verdrukt kunnen worden.

Het vreemdste is dat Paus Adrianus vi de enigste fatsoenlijke is, die de KUL ooit heeft voortgebracht.

Anoniem zei

Een zeer mooi artikel en een zeer goed commentaar.

Een paar kleine en misschien interessante bemerkingen:

-Voor zover mij bekend was de beweging van de Broeders van het Ghemeyne Leven geijkt op de regel van St-Augustinus;
en vele grote kloosters van austijnen-koorheren waren hierdoor beînvloed.
Zeer bekend overigens hier Thomas Hemerken uit Kempen; met zijn tractaat /spreukenverzameling "De imitatione Die" /"Over de navolging van Christus" schreef hij het na de bijbel het meest gelezen en gedrulte christelijke boek met een enorme Impact op de westerse wereld.
-Het was Paus Hadrianus VI die Bartholomé de las Casas beschermde toen hij zijn aanklacht van de vervolging en onmenselijke behandeling van de indianen door de conquistadores publiceerde en zeer veel tegenwerking van lokale heersers en ook lokale kerkelijke autoriteiten kreeg.
- Kardinaal Ximenez Cisneros Staat aan de wieg van de polyglotte bijbeluitgave "Complutense", die door bewerking van vele oudgriekse en nu verdwenen Handschriften een blijvende rol speelt en zal spelen.
- En het is nie de KUL laat staan Leuvenh, dat Adriaen Boeyens voortgebracht heeft.
Hij stamde van Utrecht en leerde bij de Broeders van het Ghemeyne Leven aldaar:
een Milieu, sterk beînvloed door de karthuizers aan de grote stromen (Dionysius exiguus en Blomevenna), welke strekking dan uitloopt tot Pieter Kanis in Nijmegen, de achtste jezuîet en zeer jonge leider van het antireformationsoffensief bin Duitsland.

Om het kort te zeggen: het korte pontificaat van P. Adrianus VI is het groot bliksemlicht bij het begin van de contrareformatie.

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Raymond Kardinaal Burke

Raymond Kardinaal Burke
Curie-Kardinaal en Prefect van de 'Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur', zei op 13 december 2013: "Het 'Evangelii Gaudium' van Bergoglio behoort NIET tot het Pauselijke Magisterium"

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer