vrijdag 31 januari 2014

'Laat het Credo opnieuw klinken in de Rooms-Katholieke Kerk'

OPINIE - Olaf van Boetzelaer - 27/01/14

Alleen de sacrale werking van gregoriaanse gezangen en de Latijnse mis kan de Katholieke Kerk redden, schrijft Olaf van Boetzelaer. 'Schaam je niet voor je eigen rijke traditie en geef de gregoriaanse gezangen weer eens een plaats, zodat hun unieke sacrale werking weer gevoeld kan worden.'

Het rapport dat de Nederlandse bisschoppen bij hun 'ad limina'-rapport enige tijd geleden aan de Paus uitbrachten, ademt niet direct een optimistische geest, to put it mildly. Geen wonder. Ging in 1961 84 procent van de Nederlandse katholieken iedere zondag ter kerke, thans bedraagt dit nog maar een schamele 6 procent. In Vlaanderen is de situatie identiek. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Bijna vanaf het moment dat Paus Johannes XXIII het te houden Tweede Vaticaanse Concilie aankondigde - hij wilde een bij de tijd brengen van de Kerk - kwam een stroom 'modernistische' theologische publicaties op gang. In de kern handelt het zich om een sterk 'horizontalistische', op progressieve sociale actie gerichte oriëntatie, met een gelijktijdige sterke relativering van de 'verticale', dus op God en het bovennatuurlijke gerichte geloofspunten en dogma's.


Godsdienstonderwijs uit handen

De historiciteit van de in het evangelie beschreven wonderen inclusief de opstanding van Christus uit de dood, werden in twijfel getrokken en symbolisch geduid; de eucharistische transsubstantiatieleer, dus de waarachtige tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn na de consecratie, werd verdoezeld met de vage term 'transfinalisatie'. Over hel en vagevuur werd ook liever niet meer gepreekt. De bisschoppen gaven hun verantwoordelijkheid voor het godsdienstonderwijs uit handen aan instituten zoals het KASKI te Nijmegen.

Naar mijn mening een kapitale strategische blunder en een ronduit verzaken aan hun onafwentelbare verantwoordelijkheid. Nieuwe godsdienstleerboeken verschenen, doordrenkt met een modernistische geest die fataal bleek voor de vorming tot gelovige en goed onderrichte katholieken. Het gevolg is dat een zeer groot deel van de mensen die hierdoor 'gevormd' zijn een praktisch blanco kennis van het katholieke geloof heeft en, voor zover met authentiek katholieke geloofspunten geconfronteerd, met afwijzen of de nodige scepsis reageert. Is het dan gek dat het aantal bezoekers van de zondagsmis dramatisch is afgenomen?

Een andere factor die tot radicale ontkerkelijking heeft bijgedragen is wat je zou kunnen noemen de liturgische schipbreuk. Sedert het zogenaamde 'afschaffen van het Latijn' en de introductie van de hervormde mistekst in 1966, de zogenaamde 'Ordo Novus', is men massaal weggebleven.


Grootscheeps gevoel van vervreemding

Dit omdat in de praktijk de priester in de liturgie van de zondagsdienst zich vaak niet eens hield aan de geautoriseerde nieuwe mistekst, maar zelf teksten invoerde die door vaagheid een grootscheeps gevoel van vervreemding en irritatie bij de gelovigen teweeg brachten terwijl er uiteraard geen wervende werking vanuit ging; omdat de kostbare traditie van de Latijnse liturgie, speciaal de gregoriaanse gezangen over boord gekieperd werden en werden vervangen door 'die liedjes'. Een Huub Oosterhuis, die notabene het Katholieke eucharistische geloof spottend aanduidde als de 'truc der trucen' werd als een favoriete maker van liturgie beschouwd, tot verontwaardiging van veel overtuigde katholieken.

In Vlaanderen maak ik in een aantal kerken mee dat in plaats van het Credo een zelf vervaardigde tekst is gesteld, met praktisch geen geloofsverkondigende inhoud.

Ik zou twee zaken met klem willen aanbevelen. In de eerste plaats: zorg op katholieke scholen voor authentiek geloofsonderricht door competente godsdienstleraren.


Unieke sacrale werking

En voorts: introduceer de celebratie van de 'oude' Tridentijnse mis, maar dan naast het Latijn ook in het Nederlands. Dit omdat volgens zeer velen deze misteksten vanuit geloofsoverdrachts- en geloofsbelevingsstandpunt veel rijker zijn dan alles wat er daarna gekomen is. En gebruik in elk geval de geautoriseerde vertaling van het Romeins missaal en geen eigen 'huiswerk'. En schaam je niet voor je eigen rijke traditie en geef de gregoriaanse gezangen weer eens een plaats, zodat hun unieke sacrale werking weer gevoeld kan worden.

Bisschoppen zijn niet enkel geroepen om te dialogeren en bruggen te bouwen, maar primair om hun gezag in woord en daad aan te wenden om de zuiverheid van het geloof en de overdracht ervan te waarborgen.

Herders moeten leiden en om trouw te zijn aan de Heer en in het belang van het zieleheil zelfs hard kunnen besluiten en optreden in een noodsituatie als deze. Herders zijn immers herders en geen schapen.

Bron: De Volkskrant

Link:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3584396/2014/01/27/Laat-het-Credo-opnieuw-klinken-in-de-Rooms-katholieke-Kerk.dhtml

"Konzil von Trient hat vollständige Gültigkeit" – Kardinal Eijk und die Ökumene

(Amsterdam) Heftige Polemiken lösten in den Niederlanden Worte des katholischen Erzbischofs von Utrecht, Willem Jacobus Kardinal Eijk aus. Dabei hatte der Kardinal lediglich an Selbstverständliches erinnert. Er sagte in einem Interview während der Gebetswoche für die Einheit der Christen, daß das Konzil von Trient nach wie vor vollständige Gültigkeit hat. Weil diese Selbstverständlichkeit in den vergangenen Jahrzehnten kaum mehr ausgesprochen wurde, konnte es zum Skandal kommen, der heftige Reaktionen auf protestantischer aber auch katholisch-ökumenischer Seite auslöste.

Bron: Katholisches.info

Link:

http://www.katholisches.info/2014/01/28/konzil-von-trient-hat-vollstaendige-gueltigkeit-kardinal-eijk-und-die-oekumene/


Kardinaal Eijk: De Leer van het Concilie van Trente blijft ‘onverkort’ van kracht


Link:

http://kavlaanderen.blogspot.be/2014/01/kardinaal-eijk-de-leer-van-het-concilie.html

De Traditie is jong!

donderdag 30 januari 2014

'Katholiek' Eredoctoraat voor de 'oecumenische' patriarch Bartholomeus van Constantinopel

De oecumenische patriarch Bartholomeus ontvangt vandaag een eredoctoraat aan het Institut Catholique in Parijs, een van de belangrijkste en meest prestigieuze hogere katholieke [?] opleidingen in Frankrijk. Bij die gelegenheid geeft hij een voordracht over het thema ‘Godsdienst en Milieu. De spirituele uitdagingen voor vandaag’. De patriarch is niet enkel een van de belangrijkste orthodoxe kerkleiders wereldwijd, maar hij staat wegens zijn inzet voor het milieu tevens bekend als ‘de groene patriarch’. Zo organiseerde hij een milieuconferentie over de vervuiling van de Donau en nam hij het initiatief voor de Scheppingszondag, die inmiddels bij de meeste Europese Kerken op de eerste zondag van september plaatsheeft.

Bron: Kerknet


Enkele bedenkingen:

1. De 'oecumenische' patriarch Bartholomeus van Constantinopel is helemaal niet 'oecumenisch'.

2. De orthodoxe monniken van de Berg Athos beschouwen patriarch Bartholomeus als een ketter.

3. Hij is ook een ketter en voor de Katholieke Kerk is hij ook een schismatieker!

4. Vandaar dat 'katholiek' doctoraat natuurlijk.

5. Alle 'meningen' mogen 'binnen de Kerk' aan bod komen, behalve de Katholieke!

De Duitse 'evangelisch-lutherse sekte' boekt een miljoenenverlies met speculatie

Het evangelisch-lutherse stadsdekenaat van München heeft volgens de krant ‘Süddeutschen Zeitung’ miljoenen euro’s verloren met beleggingen in vier milieuvriendelijke energiebedrijven die zich toeleggen op zonne-, wind- en waterenergie, evenals de recyclage van afval. Het dekenaat hoopte dat de investering van 5,5 miljoen euro, die beantwoordde aan het streven naar ecologisch en ethisch verantwoorde investeringen, ook flinke winst zou opleveren. “Maar de ondernemingen zijn zwaar verlieslatend en van de investering dreigt niets meer over te blijven”, aldus de ‘Süddeutschen Zeitung’. Vervelend is dat ook enkele parochies in deze energiebedrijven investeerden. Het stadsdekenaat van München maakt zich sterk dat het hen voor de geboekte verliezen zal vergoeden. Het geïnvesteerde bedrag was afkomstig uit niet gebruikt geld van de kerkbelasting. De evangelisch-lutherse kerk kondigt een intern onderzoek aan, ook al omdat er in het stadsdekenaat van München in 2000 financiële onregelmatigheden plaatsvonden.

Bron: KerkNet/SZ

De 'evangelisch-lutherse sekte' moet dan maar niet met geld spelen, want de 'poorten der hel' zullen haar overweldigen!

zondag 26 januari 2014

Gebedsweek Eenheid Christenen: ‘Is Christus dan verdeeld?’

Het thema van de Gebedsweek van de Een­heid, “Is Chris­tus dan verdeelt?” (1 Kor 1:13), con­fron­teert ons met “de tragis­che sit­u­atie van een verdeelde chris­ten­heid”, zegt kar­di­naal Koch van­daag aan de vooravond van die gebedsweek. “Want de scheur­ing die van­daag nog steeds bestaat in de Kerk moet opgevat wor­den als de verdeeld­heid van wat van nature ondeel­baar is, namelijk: de een­heid van het Lichaam van Chris­tus”. Koch is de voorzit­ter van de Pauselijke Raad voor de Bevorder­ing van de Chris­telijke Een­heid.

Bron: Rorate


Aangezien de Katholieke Kerk het mystieke Lichaam van Christus is,
kan er binnen de Kerk géén scheuring zijn.

Hetgeen de post-conciliaire 'kerk' 'kerken' noemt, zijn in feite sektes.

Paus Benedictus XVI had het trouwens steevast over 'kerkelijke genootschappen.'

Er is dus géén scheur­ing in de Kerk zoals Koch zegt.

Kurt 'Kardinaal' Koch liegt dus!


MORTALIUM ANIMOS
Over de bevordering van de werkelijke eenheid van religies
Paus Pius XI - Encycliek
Datum: 6 januari 1928


16 Eén, samengevoegd en ineengegroeid (Ef. 4, 15), als Zijn eigen menselijk Lichaam, is Christus' mystiek Lichaam, de Kerk; (1 Kor. 12, 12), dom en onwijs spreekt dus wie beweert, dat het mystiek Lichaam zou kunnen bestaan uit verspreide leden, los van elkaar. Wie er niet in vergroeid zit, wordt er niet mee verbonden, hij is er geen lidmaat van en met Christus' Hoofd is hij niet verenigd.

De Katholieke Kerk is dus de enige bewaarder van de Onfeilbare Waarheid!

'SATIS COGNITUM'

ENCYCLIEK VAN PAUS LEO XIII - OVER DE EENHEID VAN DE KERK

"There is one God, and one Christ; and His Church is one and the faith is one; and one the people, joined together in the solid unity of the body in the bond of concord. This unity cannot be broken, nor the one body divided by the separation of its constituent parts" (S. Cyprianus, De Cath. Eccl. Unitate, n. 23). And to set forth more clearly the unity of the Church, he makes use of the illustration of a living body, the members of which cannot possibly live unless united to the head and drawing from it their vital force. Separated from the head they must of necessity die. "The Church," he says, "cannot be divided into parts by the separation and cutting asunder of its members. What is cut away from the mother cannot live or breathe apart" (Ibid.)."

Link:

http://www.vatican.va/holy_father/leo_xiii/encyclicals/documents/hf_l-xiii_enc_29061896_satis-cognitum_en.html

 

Over de eenheid van de Kerk:

"Er is één God en één Christus; en Zijn Kerk is één en het Geloof is één; en één het volk, samengevoegd in de vaste eenheid van het lichaam in de bond van eendracht. Deze eenheid kan niet worden gebroken, noch het éne lichaam gedeeld door de scheiding van de samenstellende delen."

(S. Cyprianus, De Cath. Eccl. Unitate, n. 23).

MORTALIUM ANIMOS - Over de bevordering van de werkelijke eenheid van religies - Paus Pius XI - Encycliek - Datum: 6 januari 1928

HOOFDSTUK 1 - Drang naar eenheid

Universele vrede en broederschap

1 Nooit misschien beving de zielen der mensen hevige drang naar die broederschap, een band legt om ons allen, loten zijn van één stam dragers van dezelfde natuur; zoveel als heden er geijverd om haar te versterken, haar dienstig te maken het algemeen welzijn en de maatschappij. Volle vrede geniet men nog niet; oude veten en nieuwe smeulen en laaien soms op tot revolutie en burgeroorlog. Vrede zal nooit heersen, nooit doven twisten uit, zo de leiders der staten niet eensgezind daarvoor werken en streven; daarom nu allen de eenheid van het mensdom erkennen, begrijpt men, dat zeer velen, door dat gevoel van verwantschap bezield, steeds inniger eenheid tussen de volken begeren.

[Het streven naar eenheid is in principe goed.]


Eenheidsgeloof en congressen

2 Hiervan niet veel verschillend is de actie, die binnen het Christendom door enigen wordt ondernomen; is wat enigen trachten te bewerken in de Nieuwe Orde, door Christus gevestigd.

Wel overtuigd, dat zeer zelden mensen worden gevonden, die van godsdienstzin volkomen ontdaan zijn, voeden die lieden de hoop, dat het niet moeilijk zal zijn om ondanks grote verschillen de volken broederlijk te doen instemmen in de belijdenis van enige leerstukken, die grondslag zullen zijn van geestelijk leven.

Congressen worden gehouden, bijeenkomsten, besprekingen, bezocht door niet weinig hoorders. Allen zonder onderscheid worden genodigd, heidenen zowel als Christenen, zelfs zij, die Christus ontrouw zijn geworden en in Zijn godheid en hoge zending halsstarrig niet meer geloven.

[Er worden oecumenische congressen, bijeenkomsten en besprekingen georganiseerd.]


Dwaling

3 Zinloos voor katholieken zijn zulke pogingen, want deze zijn gestoeld op de valse mening, dat elke godsdienst min of meer goed is, daar iedere godsdienst, ofschoon verschillend, de ons ingeboren streving betuigt, die ons stuwt naar God en ons voor Zijn macht doet buigen.

Verkeerd is deze mening; en die haar aanhangen, dwalen; erger: zij verstoten de ware godsdienst, welks begrip zij verwringen. Zo leiden zij af naar naturalisme en godloosheid. Zonneklaar blijkt dus, dat wie deze meningen huldigt, en wie deze pogingen steunt, afwijkt van de godsdienst, die God geopenbaard heeft.

[Katholieken mogen aan deze oecumenische congressen, bijeenkomsten en besprekingen niet deelnemen.]


Panchristenen

4 Maar lichter komt men tot val, wàar wordt getracht, onder schijn van goed alle Christenen te verzamelen. Billijk is het voorwaar, zo zegt men, ja plicht van de Christen, de aanklachten over en weer te staken, en in broederliefde eindelijk elkander te vinden.

Wie durft immers beweren, dat hij Christus bemint, zo hij niet naar al zijn krachten de wensen vervulde van Christus, die bad tot de hemelse Vader, dat Zijn leerlingen één zouden zijn? (Joh. 17, 21)

Het was Christus' wens, dat men de Zijnen hieraan zou kennen, hierdoor van anderen onderscheiden, dat zij elkander beminden: "Hieraan zal men erkennen, gij Mijn leerlingen zijt, als gij elkander bemint." (Joh. 13, 35)

Mochten alle Christenen één zijn, - voegen zij toe, - want veel machtiger zouden zij zijn om de pest der goddeloosheid te bannen, die dagelijks voortkruipt en zich vertakt, en het Evangelie tracht te ontzenuwen.

Zulke praat slaan deze lieden uit, die men "panchristenen" noemt.

[Veroordeling van het panchristendom.]


Succes

5 Zulke praat slaan deze lieden uit, die men "panchristenen" noemt. Verre van weinig zijn dezen in aantal: tot maatschappijen zijn zij gegroeid, alom verspreid, aan wier hoofd, ondanks hun verscheiden geloof, meestal niet-katholieken staan.

Zoveel succes vergezelt dit werk, dat het instemming vindt bij talloze, zelfs bij vele katholieken, die hierin een weg zien naar een eenheid naar de wens van Moeder de Heilige Kerk, die niets liever wil dan afgedwaalde zonen tot Haar schoot weer te roepen.

Evenwel onder de lokkende streling van hun woorden schuilt een zeer gevaarlijke dwaling, die de grondslag van ons geloof aanvreet.

[Panchristendom is een list van de Satan.]


"Waakt"

6 Het bewustzijn Onzer Aposteltaak maant Ons, om de kudde des Heren niet te laten omstrikken, en daarom waarschuwen Wij: Weest waakzaam. Tot lering en welzijn van allen gaan Wij de ware beginselen uiteenzetten. Aan de Katholieken geven Wij voor gedachte en daden een regel, opdat veel licht en wijzers mogen staan op de weg, die zij zouden willen volgen, om allen, die christenen heten, te doen samengroeien tot één lichaam.

[Paus Pius XI roept de Katholieken op om waakzaam te zijn.]


HOOFDSTUK 2 - De juiste Leer

De Openbaring

7 Door God, Schepper van alle dingen, zijn wij geschapen tot dit doel, dat wij Hem zouden kennen en Hem zouden dienen; volle recht heeft dus onze Maker, om te eisen, dat wij Hem dienen.

God had, om de mens te leiden, alleen de natuurwet kunnen geven, die Hij bij de schepping in zijn ziel heeft gegrift; Hij had deze wet kunnen uitbreiden daarna door gewone Voorzienigheid; maar God verkoos voorschriften toe te voegen, en in de loop der eeuwen, van de aanvang der wereld tot aan de komst van Jezus Christus wees Hij de mensen zelf hun plichten, die een redelijk mens aan zijn Schepper verschuldigd is. "Menigwerf en op vele wijzen heef God voorheen tot de vaderen gesproken door de profeten; tenlaatste in deze dagen sprak Hij tot ons door Zijn Zoon." (Hebr. 1, 1, e.v.)

Hieruit blijkt dit, dat er geen ware godsdienst bestaan kan dan die, welke steunt op Gods openbaring. Deze Openbaring begon met de wereld; onder de Oude Wet werd zij voortgezet, en Christus Jezus heeft haar voltooid in de Nieuwe Wet.

Als God inderdaad heeft gesproken, en de geschiedenis betuigt dit als feit, is het voor de mens een onontkoombare eis, Gods openbaring strikt te geloven, en geheel te gehoorzamen aan Gods bevel. Opdat wij goed zouden handelen tot glorie van God en tot ons heil heeft Gods Zoon op aarde de Kerk ingesteld.

[God heeft de Waarheid aan de Katholieke Kerk geopenbaard.]


De Kerk

8 Wie zich Christenen noemen, kunnen niet anders doen dan geloven, dat een Kerk, en slechts één Kerk, door Christus gesticht is. Maar vraagt men daarna, hoe naar de wil van Haar Stichter de Kerk moet zijn, dan zijn niet meer allen het eens.

Velen van hen ontkennen bijvoorbeeld, dat de Kerk van Christus zichtbaar moet zijn, dat wil zeggen, dat de gelovigen te samen één lichaam moeten blijken, in één leer verenigd, onder één leergezag en één bestuur. Naar hun mening is de zichtbare Kerk niet meer dan een Bond, gevormd uit verscheiden christen gemeenten, wier leer verschilt, soms zelfs tegenstrijdig is.

Zijn Kerk heeft Christus ingesteld als een volmaakte maatschappij, van nature van buiten herkenbaar en vatbaar voor de zinnen. Haar opdracht is, om onder één Hoofd (Mt. 16, 18, e.v.) (Lc. 22, 32) (Joh. 21, 15-17), mondelinge prediking (Mc. 16, 15), uitdeling van de Sacramenten, bronnen van hemelse genade, heil van de mensheid voor de toekomst te verzorgen. (Joh. 3, 5) (Joh. 6, 48-50) (Joh. 20, 22, e.v.) Hierom heeft Hij Haar vergeleken bij een rijk (Mt. 13), bij een huis (Mt. 16, 18), een kudde schapen (Joh. 10, 16) en een kudde (Joh. 21, 15-17).

Wonderbaar ingericht, de taak om voor alle tijden en plaatsen mensen te leiden tot het eeuwig heil, kon deze Kerk na de dood van Haar Stichter en Zijn Apostelen niet ondergaan noch verdwijnen; want Jezus had gezegd: "Gaat en onderwijst alle volken." (Mt. 28, 19)

Kon aan de Kerk iets ontbreken bij de stadige vervulling van Haar taak, als onafgebroken Christus zelf Haar bijstaat, Hij die plechtig heeft beloofd: "Zie, met u ben Ik alle dagen tot het einde van de tijd"? (Mt. 28, 20)

Het kan dus niet anders of Christus' Kerk zal niet slechts nu en altijd bestaan, maar dezelfde moet Zij ook zijn als de Kerk van de apostolische tijd; of men zou moeten zeggen, - en dit zij verre, - dat Christus Zijn doel heeft gemist, of dat Hij dwaalde, toen Hij verzekerde, dat de poorten der hel tegen Haar niets zouden vermogen (Mt. 16,18).

[Er is slechts één Kerk; de Katholieke Kerk.]


Een kapitale fout in de oecumenische beweging

9 En hier is de plaats om uiteen te zetten en te weerleggen de valse opvatting, waar heel deze kwestie op rust, en waaruit opschiet de veeltakkige samenzwering der niet-katholieken, om de christelijke kerken te verbroederen.

[Paus Pius XI spreekt van een samenzwering tégen de Kerk!]

Want de makers van dit plan laten niet af, eindeloos naar voren te schuiven de Heiland zelf, die zegt: "Opdat allen één zijn .... Het zal worden één schaapstal en één Herder" (Joh. 10,16); in die geest, dat zij willen, dat door die woorden worden beduid een wens van Jezus en een gebed, die echter hun uitwerking nog missen.

Hun mening is immers; dat de eenheid van geloof en bestuur, - die van de ware en ene Kerk van Christus het kenteken is, - tot op heden bijna niet heeft bestaan en ook thans niet bestaat. Men kan, menen zij, haar verkopen, misschien door eendrachtig willen haar vestigen, maar alsnog is dit willen een waan.

De Kerk, - gaan zij verder, - is in Zich en door Haar natuur in parten verdeeld, - dat is: Zij bestaat uit meerdere kerken of gemeenten, die nog zijn verdeeld in lering en leiding, zij enkele punten gemeen; elk dezer kerken heeft gelijke rechten. Enig en één was de Kerk hoogstens vanaf de tijd der apostelen eerste algemene concilies.

Dus, zeggen zij, is het nodig, de twisten, hoe oud zij ook zijn, en de geschilpunten over de leer, die de Kerk tot op heden verscheuren, opzij te zetten en te vergeten; en uit de restende leerstukken een geloofsregel op te stellen. Eenmaal verenigd in deze geloofsbelijdenis, zullen zij voelen veeleer dan weten, dat zij broeders zijn. Eenmaal verenigd in een wereldbond, zullen zij de talrijke kerken of gemeenten sterk en met vrucht de godloosheid kunnen weerstaan.

Zo, Beminde Broeders, spreken dezen allen.

Enigen geven wel toe, dat het protestantisme sommige geloofspunten en enige riten van eredienst, die troostend zijn en nuttig, te onberaden heeft afgeschaft, terwijl de Roomse Kerk ze bewaard heeft.

Maar zij haasten zich erbij te voegen, ook Deze verkeerd heeft gedaan door het oude geloof te bederven en door leerstellingen toe te voegen en voor te leggen aan het geloof, welke aan het Evangelie vreemd zijn en ermee strijden. Allereerst wraken zij daaronder het leerstuk van het primaat van Petrus en van zijn rechtmatige Opvolgers.

Onder hen weer zijn er, hoewel niet zo heel veel, die aan de Paus van Rome een ere-primaat of een zekere rechtsmacht gunnen, stellig niet bij goddelijk recht, maar spruitend uit de wil der gelovigen. Enigen gaan zelfs zo ver, dat zij wensen, dat op deze congressen, die men kakelbont zou kunnen noemen, de Paus zelf zou voorzitten.

Al treft men veel niet-katholieken, die broederschap wensen in Jezus Christus, niet één voorwaar zult ge vinden, hij wie het in de geest komt om aan de Plaatsvervanger van Jezus Christus, als hij leraart, zich te onderwerpen, of te gehoorzamen, waar hij beveelt.

Intussen verzekeren zij, dat zij met de Kerk van Rome volgaarne willen onderhandelen, maar op voet van gelijkheid, als gelijken met een gelijke. Maar, konden zij onderhandelen, geen twijfel is er, dat zij dit zouden doen in die geest, dat zij niet verplicht willen worden afstand te doen van die ideeën, die oorzaak zijn, waarom zij dwalen en zwerven buiten de enige schaapstal van Christus.


De Katholieke Kerk kan niet deelnemen aan dergelijke bijeenkomsten

10 Zonneklaar is het, dat de Apostolische Stoel geen deel kan nemen aan deze congressen en dat de Katholieken in genen dele zulke ondernemingen begunstigen mogen of steunen. Doen zij dit toch, dan kennen zij gezag toe aan een valse christelijke godsdienst, die aan de éne Kerk van Christus volkomen vreemd is.

[De Kerk als het mystieke Lichaam van Christus is perfect één!]


Geopenbaarde Waarheid staat geen onderhandeling toe

11 Kunnen Wij dulden, - hetgeen het toppunt van boosheid zou zijn, - dat de waarheid, en deze door God geopenbaard, voorwerp van vergelijken zou worden?

Om de Geopenbaarde Waarheid te verdedigen, daarom gaat het hier.

Immers ook alle volken te doordrenken met het geloof, heeft Christus over de hele wereld Zijn Apostelen gezonden; en opdat dezen nooit zouden dwalen, beloofd dat hun van te voren de Heilige Geest de hele waarheid geleerd zou worden. Is deze leer der Apostelen in de Kerk, wier Leraar en Leider God is, volkomen verdwenen of ooit vertroebeld?

Als de Verlosser nadrukkelijk leert, dat Zijn Evangelie niet slechts aan de tijd der apostelen, maar aan alle komende eeuwen behoort, kon dan het voorwerp van het geloof bij het voortgaan van de tijd zo duister of zo onzeker worden, dat men thans opinies kan dulden, opinies, aan elkaar zelfs volkomen tegengesteld? Als dit waar was, moest men ook zeggen, dat de neerdaling van de H. Geest over de apostelen en de blijvende inwoning van de Geest in de Kerk, ja, dat de prediking van Jezus Christus sinds vele eeuwen reeds heel hun kracht en heel hun nut verloren hebben, dit te beweren is godslasterlijk.

[Het gaat over de Geopenbaarde Waarheid. Daarover wordt NIET gedialogeerd of onderhandeld!]


De Katholieke Kerk is de bewaarder van de Onfeilbare Waarheid

12 Er is meer, want aan Zijn gezanten heeft Gods Zoon verordend, alle volken te onderwijzen, aan alle mensen gaf Hij opdracht om geloof te hechten aan die dingen, die zouden gepredikt worden "door getuigen, voorbeschikt door God;" (Hand. 10, 41) en de sanctie op Zijn bevel is: "Wie heeft geloofd en gedoopt is, wordt zalig; wie echter niet gelooft, wordt verdoemd." Maar beide geboden van Christus, om te prediken en om te geloven, - om het eeuwig heil te verwerven, - die men niet kan voorbijgaan, beide geboden zijn niet te begrijpen, als de Kerk de leer van het Evangelie niet volledig en doorzichtig voorlegt, en als zij hierin van elke kans op dwaling niet vrij is.

Buiten de weg dwalen zij, die beweren, dat er op aarde een schat van waarheid bestaat, maar dat men hem moet zoeken met zoveel kommer en moeite, met zoveel zorg en overleg, dat om hem te vinden een mensenleven nauw toereikend is. Alsof God had gesproken door Zijn profeten en Zijn enige Zoon, opdat slechts weinigen, en die zeer laat, zouden bereiken wat Hij geopenbaard heeft, en Hij niet een regel gegeven had, voor geloof en zeden, die de mens zijn aards leven lang zou leiden.

[De Katholieke Kerk is de enige bewaarder van de Onfeilbare Waarheid]


Zonder geloof is er geen echte naastenliefde

13 Deze panchristenen, die alle kerken willen verenigen, schijnen een zeer edel plan na te streven, een plan van liefde onder alle Christenen; maar hoe kan het geschieden, dat naastenliefde strekt tot schade van het geloof?

Aan ieder immers is het bekend, dat Johannes zelf, de apostel der liefde, die in zijn Evangelie de schatten van Jezus' Hart schijnt uit te stallen, en niet afliet, aan de zijnen in te scherpen het nieuwe gebod "Bemint elkander," volstrekt verbiedt enige omgang te hebben met hen die Christus' leer niet onverkort belijden: "Komt iemand tot u, die deze leer niet meebrengt, ontvangt hem niet in huis en zegt hem zelfs niet goede-dag." (2 Joh. 10)

Daar dus de liefde als op een fundament stoelt op een gaaf en oprecht geloof, is het eis, dat de leerlingen van Christus als door de voornaamste band verbonden worden door de eenheid van Geloof.

[Mensen die een dwaalleer verkondingen krijgen géén toegang tot het Huis van God!]


Irrationele unie

14 Hoe stelt men zich voor een bond van Christenen, die over het voorwerp van het Geloof elk hun eigen inzicht houden, ofschoon die strijdt met de mening der anderen? En hoe, vragen Wij, kunnen mensen deel uitmaken van één Verbond van gelovigen, als hun opvattingen vijanden zijn?

Dat de Heilige Overlevering bijvoorbeeld ware bron der Openbaring is, wordt door dezen erkend, door genen geloochend.

De enen denken, dat de Hiërarchie, bestaande uit bisschoppen, priesters en dienaars, door God is ingesteld; anderen houden, dat zij stuk voor stuk naar tijd en omstandigheden is ingevoerd.

In de Heilige Eucharistie aanbidden sommigen Christus als waarlijk tegenwoordig door die wonderbare verandering van brood en wijn, die transsubstantiatie heet; anderen belijden, dat Christus' Lichaam daar is alleen door het geloof of door een teken en de kracht van het Sacrament. Enigen kennen aan de Eucharistie toe de aard van een offer en van een Sacrament, anderen zeggen dat zij niets anders is dan een gedachtenis of herdenking van het Laatste Avondmaal.

Een groep gelooft, dat het goed is en nuttig, de heiligen, die heersen met Christus, allereerst de Moeder van God, Maria, aan te roepen en hun beeltenis te eren; een andere houdt vol, dat deze eer ongeoorloofd is, immers in strijd is met de eer van de "éne Middelaar tussen God en mensen," Jezus Christus.

[Waarheid en leugen kunnen onmogelijk met elkaar verzoend worden.]


Het principe van onverschilligheid en modernisme

15 Waar de meningen zozeer uiteenlopen, zien Wij niet, hoe een weg gebaand wordt om tot de eenheid der Kerk te geraken. Immers deze eenheid bestaat slechts uit één leergezag, uit één enkele geloofsregel en één zelfde geloof van de Christenen. Integendeel gemakkelijk ontstaat hierdoor onverschilligheid en modernisme, volgens hetwelk de geloofswaarheid niet absoluut maar betrekkelijk is, dat is: zich voegend naar tijden en plaatsen en naar ieders persoonlijke neigingen, daar het geloof niet vervat zou zijn in een onveranderlijke Openbaring, maar zich aanpast bij het leven der mensen.

Ontoelaatbaar is verder, in zaken des geloofs een onderscheid te maken tussen fundamentele en niet-fundamentele geloofspunten, zoals tegenwoordig gedaan wordt; alsof de eerste door allen aanvaard moeten de laatste aan vrije verkiezing worden overgelaten. De bovennatuurlijke deugd van geloof heeft tot voorwerp: het gezag van de openbarende God, dat geen onderscheid van die aard verdraagt.

Daarom, de ware Christenen geloven met hetzelfde Geloof het geheim der goddelijke Drie-eenheid als het Dogma der Onbevlekte Ontvangenis; met hetzelfde geloof de Geboorte des Heren als het Onfeilbaar Leergezag van de Paus, overeenkomstig de verklaring van het Vaticaans Concilie.

Niet minder zeker, niet minder te geloven zijn deze waarheden, omdat zij op verschillende tijden of maar onlangs gedefinieerd zijn. Heeft niet God ze alle geopenbaard?

Het Leergezag van de Kerk is ingesteld om de geopenbaarde Waarheden stadig te bewaren en veilig tot de kennis der mensen te brengen. Dagelijks wordt het uitgeoefend door de Paus en de met Hem eensgezinde bisschoppen, maar een bijzondere opdracht is zich tegen ketters moet verzetten of geloofspunten aan de gelovigen inprenten, plechtige verklaringen af te leggen.

Door dit uitzonderlijk optreden wordt niets nieuws toegevoegd aan de Waarheden van het Geloof, die - zij het niet uitdrukkelijk - in de Openbaring vervat aan de Kerk door God zijn toevertrouwd. Door deze uitspraken wordt helder gemaakt wat in de Openbaring besloten lag, maar voor velen misschien ongezien bleef; of tot punt van geloof wordt verklaard, wat sommigen tot dan toe onzeker scheen.

[Géén onverschilligheid! Géén relativisme! Géén modernisme!]


De enige manier om alle Christenen te verenigen

16 Duidelijk is het derhalve, dierbare Broeders, waarom deze Apostolische Zetel nooit toestond, dat Katholieken deelnemen aan congressen van niet-katholieken. De eenheid der Christenen wordt slechts bewerkt door te bevorderen, dat verdwaalden terugkeren tot de éne ware Kerk van Christus, die zij jammerlijk hebben verlaten. Wij zeggen: de éne Ware Kerk, voor allen duidelijk zichtbaar en die, naar de wil van Haar Stichter, voor altijd zo zal blijven, als Hij Haar tot aller heil heeft ingesteld.

Nooit immers in de loop der eeuwen is de Mystieke Bruid van Christus onteerd, noch kan Zij dit ooit worden. "Ongerept is Zij en kuis," zegt Cyprianus, "één huis kent Zij slechts, en in kuise ingetogenheid bewaart Zij de heiligheid van één haard."

Terecht verbaasd is deze heilige martelaar, dat iemand zou kunnen geloven, dat "deze eenheid, uit goddelijke standvastigheid stammend en versterkt door hemelse Sacramenten, in de Kerk zou kunnen gescheurd worden en door de scheiding van botsende wille verbroken."

Eén, samengevoegd en ineengegroeid (Ef. 4, 15), als Zijn eigen menselijk Lichaam, is Christus' mystiek Lichaam, de Kerk; (1 Kor. 12, 12), dom en onwijs spreekt dus wie beweert, dat het mystiek Lichaam zou kunnen bestaan uit verspreide leden, los van elkaar. Wie er niet in vergroeid zit, wordt er niet mee verbonden, hij is er geen lidmaat van en met Christus' Hoofd is hij niet verenigd. 

[Ketters, schismatiekers en afvalligen kunnen alleen maar tot de Kerk toetreden, wanneer zij hun dwaalleer afzweren en de Geopenbaarde Waarheid, die door de Katholieke Kerk wordt bewaard, volledig aanvaarden.]


Gehoorzaamheid aan de Paus van Rome

17 In deze éne Kerk van Christus is niemand, niemand volhardt erin, tenzij hij gehoorzaam erkent en aanvaardt het gezag en de macht van Petrus en van diens rechtmatige opvolgers.

Hebben aan de Bisschop van Rome, aan de opperste Herder der zielen, niet gehoorzaamd de voorouders van hen, die nu de dwalingen van Photius er van andere nieuwlichters aanhangen?

Verdwaald helaas zijn de zonen van het vaderlijk huis, dat evenwel daarom niet ingestort is en gevallen, gestut als het was door de kracht van God.

[Katholieken moeten het gezag en de macht van Petrus en van diens rechtmatige opvolgers aanvaarden.]


HOOFDSTUK 3 - Terug

18 Dat zij dus terugkeren tot de gemeenschappelijke Vader, die de smaad, vroeger onbillijk de Heilige Stoel aangedaan, is vergeten en hen vol liefde ontvangen zal.

Want als zij, naar hun zeggen, met Ons en de onzen één willen zijn, waarom dan spoeden zij zich niet naar de Kerk, "Moeder van alle Christenen en hun Lerares?"


Laten zij allen luisteren naar Lactantius, die uitroept:

"Alleen de Katholieke Kerk is het, die de ware eredienst bewaart;
 Zij is de bron van de Waarheid,
 Zij is de woonplaats van het Geloof,
 Zij is de tempel van God:
 wie daar niet ingaat,
 of wie Haar verlaat,
 is van de hoop op leven en heil vervreemd,
 Niemand vleie zich met koppige beweringen;
 om leven en heil gaat het immers:
 wie hier niet zorgzaam voor waakt,
 voor hem is zij verloren, gedoofd."

[Buiten de Kerk, géén heil!]


Appèl aan hen die dissident zijn

19 Dat dus naar de Apostolische Zetel, gevestigd in de Eeuwige Stad, die Petrus en Paulus, de Prinsen der Apostelen, met hun bloed hebben geheiligd, dat tot deze Zetel, wortel en stam der Kerk, de gescheiden zonen terugkomen, niet met de gedachte en niet met de hoop, dat "de Kerk van de levende God, de zuil en de grondslag der waarheid," (1 Tim. 3, 15) de volledigheid van het geloof zal verzaken en hun ketterijen zal dulden, maar om zich aan Haar leer en leiding te onderwerpen.

Wat aan velen van Onze Voorgangers niet te beurt viel, moge Ons door Gods Wil geworden, dat Wij hen, die Wij betreuren als verloren zonen, aan ons vaderlijk hart mogen drukken.

Moge de Goddelijke Verlosser, "die wil, dat allen zalig worden en komen tot de kennis der waarheid," (1 Tim. 2, 4) Onze dringende bede verhoren, dat Hij alle dwalenden moge terugroepen tot de eenheid der Kerk.

In deze zeer ernstige zaak doen Wij een beroep op de Maagd Maria, de Moeder der goddelijke genade, de hulp der Christenen, "die alle ketterijen overwint," en Wij wensen, dat allen Haar aanroepen, opdat zij Ons ten spoedigste doe aanlichten deze vurig begeerde dag, waarop alle mensen de stem van Haar goddelijke Zoon zullen horen, van de vrede "in de band van de vrede en eenheid van de Geest bewarend." (Ef. 4, 3)

[De ketters, schismatiekers en afvalligen moeten zich tot het Ware Geloof bekeren.]


Besluit en Apostolische Zegen

20 Gij weet, Eerbiedwaardige Broeders, hoezeer deze zaak Ons ter harte gaat; mogen al onze zonen dit weten, niet slechts die van de Katholieke wereld, maar ook zij, die van Ons gescheiden zijn. Als zij ootmoedig het hemels licht afbidden, zullen zij ongetwijfeld de ware Kerk erkennen, en eindelijk ingaan onder de koepel Harer eenheid, in volmaakte liefde verbonden met ons.

Hierop vertrouwend geven Wij vol liefde als onderpand van de goddelijke gaven en als bewijs van Onze vaderlijke welwillendheid aan U, Eerbiedwaardige Broeders, aan de priesters en aan Uw volk de apostolische zegen.

Gegeven te Rome, bij de Zetel van Sint Petrus, op de zesde januari van het jaar 1928, op het feest van de Epifanie van Jezus Christus, Onze Heer, het zesde jaar van Ons pontificaat

Paus Pius XI


Uit de Heilige Schrift

2 Jn 1:7  Want er zijn veel dwaalleraars uitgegaan over de wereld, die niet belijden, dat Jesus Christus in het Vlees is gekomen. Zo iemand is dwaalleraar en Antichrist.
2 Jn 1:8  Let op uzelf, opdat gij niet verliest, wat wij tot stand hebben gebracht, maar het volle loon moogt ontvangen.
2 Jn 1:9  Wie nieuwigheden aanbrengt, en niet in de leer van Christus blijft, hij heeft God niet; maar wie standvastig blijft in de leer, hij heeft zowel den Vader als den Zoon.
2 Jn 1:10  Wanneer iemand bij u komt en deze leer niet verkondigt, dan moet gij hem niet in uw huis ontvangen, noch een groet tot hem richten;
2 Jn 1:11  want wie een groet tot hem richt, neemt deel aan zijn boze werken.



Extra Ecclesiam nulla salus

Extra Ecclesiam nulla salus is een Latijnse uitspraak die in de theologie en de kerkgeschiedenis grote betekenis heeft. De uitspaak betekent letterlijk "Buiten de Kerk geen heil (redding of zaligheid)". Deze formulering werd voorbereid door Ignatius van Antiochië, Irenaeus en Clemens van Alexandrië, maar kreeg zijn expliciete formulering bij Cyprianus (De unitate ecclesiae, c. 6).

Tijdens het Concilie van Florence legde Paus Eugenius IV in 1442 dit geloofspunt als ex cathedra-uitspraak vast (dogma). "Niet alleen heidenen, maar ook Joden, ketters en schismatici" zijn volgens deze ex cathedra-uitspraak van dit Concilie en haar Pausen "uitgesloten van het heil en stevenen af op de verdoemenis, indien zij zich niet voor het einde van hun leven bekeren tot de ware Kerk van Christus (de Katholieke Kerk)".


Fr. Hesse on Vatican II's Decree on Ecumenism vs Catholic Dogma


zaterdag 25 januari 2014

Kardinaal Eijk: De Leer van het Concilie van Trente blijft ‘onverkort’ van kracht

De geloof­swaarhe­den die het Con­cilie van Trente in de 16e eeuw vast­stelde, zijn nog “onverkort” van kracht. En dat geldt ook voor de vervloekin­gen die de kerk­vergadering uit­sprak over dege­nen die deze leer­stukken ver­werpen. Zoals de protes­tanten. Dat zegt Kar­di­naal Eijk in een inter­view dat van­daag ver­scheen in het Refor­ma­torisch Dag­blad.

Het was vorige maand 450 jaar gele­den dat het Con­cilie van Trente werd afges­loten. Eijk, aarts­biss­chop van Utrecht, onder­streept in zijn werkkamer in Utrecht nog eens het belang van deze kerkver­gader­ing in het Noord-Italiaanse Trente. Het con­cilie is vol­gens hem een teken van het „zel­freini­gende ver­mo­gen” van de Rooms-Katholieke Kerk, dankzij „de lei­d­ing van de Heilige Geest.”

Trente maakte een einde aan tal van mis­bruiken bin­nen de laat­mid­deleeuwse Kerk, aldus Eijk. „Zoals de ver­han­del­ing van ambten, de on-Bijbelse invulling van het priester­schap en het gebrek aan dis­ci­pline in de kloost­ers. Wat dat betreft heeft Trente orde op zaken gesteld. Het con­cilie is ook heel vrucht­baar geweest. Toen alle decreten waren doorgevo­erd, lei­dde dat uitein­delijk tot het her­s­tel van de orden­ing in de Kerk.”

Trente droeg ook bij tot de afgren­z­ing van een aan­tal „geloof­swaarhe­den” ten opzichte van de protes­tanten. Die vast­gestelde geloof­swaarhe­den gelden onverkort, zegt hij. „Bijvoor­beeld wat betreft de essen­tie van het sacra­ment van de eucharistie en de transsub­stan­ti­atie.”

De vervloekin­gen die Trente uit­sprak, gaan vol­gens de kar­di­naal terug op wat de apos­tel Paulus in de Galaten­brief schri­jft: „Wie een ander Evan­gelie verkondigt, die zij vervloekt.” Eijk: „Als iemand het geloof van de Kerk in de eucharistie niet deelt, dan kan hij die ook niet ont­van­gen. De vervloek­ing of ban betekent in feite dat je buitenges­loten bent van het ont­van­gen van de sacra­menten, en dat geldt in die zin nog steeds.”

De vervloekin­gen en de ban hebben vol­gens Eijk betrekking op mensen die „met ken­nis van zaken, in het volle besef van de waarheid en met een vrije wil” de geloof­swaarhe­den van de kerk ver­w­er­pen. „Dat is in zekere zin een the­o­retis­che kwestie. Er zijn veel mensen die een ver­keerd beeld hebben van de Katholieke Kerk omdat ze zo zijn opgevoed, of ze hebben een ander gods­beeld. Dat kun je iemand per­soon­lijk niet aan­wrijven. De vervloekin­gen van Trente moet je dan ook niet zo opvat­ten dat iemand voor eeuwig door God is vervloekt. Het oordeel is aan God; dat kan en mag je als mens niet vellen.”

Eerher­s­tel zit er voor Maarten Luther niet in, zegt kar­di­naal Eijk. „Hij week op belan­grijke pun­ten af van de leer van de Katholieke Kerk. En de leer van de kerk bli­jft zoals die is.” De ban betek­ende dat Luther buiten de gemeen­schap van de kerk kwam te staan en niet meer mocht deel­ne­men aan de sacra­menten, aldus de aarts­biss­chop van Utrecht. „Na zijn dood was dat natu­urlijk niet meer aan de orde. Na de dood vallen we onder Gods oordeel, en dan moeten we ons –in dit leven trouwens ook al– toe­vertrouwen aan Gods barmhar­tigheid. Je kunt over per­so­nen geen oordeel vellen, alleen over wat ze zeggen en doen.”

Bron: RD.nl

De woorden van Kardinaal Eijk weergalmen als een klok!

Dutch cardinal’s defence of Trent casts shadow over Unity week

22 January 2014 11:00
 
The Week of Prayer for Christian Unity has been overshadowed in the Netherlands by a row over a statement by Cardinal Willem Eijk that the decisions of the Council of Trent were still fully valid.

Cardinal Eijk, Archbishop of Utrecht and head of the Dutch bishops’ conference, told the Protestant daily Reformatorisch Dagblad that the Council’s condemnations of Martin Luther’s teachings, for example on the Eucharist, still justified excluding Protestants from receiving communion in the Catholic Church.

The Council was “a sign of the self-cleansing power” of the Church because it corrected abuses that had developed in its ranks, he said.

Bas Plaisier, former head of the Protestant Church in the Netherlands, said he “didn't understand what [Eijk] is doing.”

A Catholic theologian, Marcel Poorthuis from Tilburg University, said Eijk was being more negative than Pope Benedict XVI about Protestants. [De kritiek komt vooral uit de modernistische hoek!]

Church spokeswoman Anna Kruse expressed shock at the reactions and noted that Eijk had called the Trent condemnations “mainly a theoretical issue” and did not intend to offend Protestants.

Bron: The Tablet [= voormalig katholiek]

Link:

http://www.thetablet.co.uk/news/353/0/dutch-cardinal-s-defence-of-council-of-trent-casts-shadow-over-unity-week

woensdag 22 januari 2014

Priester worden? Dit is te vinden op Kerknet...

Link:

http://www.kerknet.be/roepingen/content.php?ID=17363


Sorry jongens, maar dit overtuigt absoluut niet!
We kunnen op deze foto meteen al een 30-tal liturgische misbruiken herkennen!

BLASFEMIE IS DIT!
 


Over 'Late Roepingen'

Beste,

Het is moeilijk om wat dit betreft advies te geven.

Enkele dagen geleden schreef een Anoniem dit op de Blog:

Wat de Vlamingen betreft:

Van de 3 Salesianen in opleiding in Vlaanderen zijn er 2 uit Azië, die in Leuven hun opleiding doen, en de Vlaming zelf werd naar Rome gestuurd.

Een late roeping wordt direct naar Breda gestuurd. Zeer wenselijk na de catastrofe van het CPRL onder Danneels, en Marc Gesquière (van het Centrum voor priesterkandidaten op rijpere leeftijd in Antwerpen 1985-1999).

En in Tongerlo studeren 2 Norbertijnen en 2 Trappisten met mogelijks een derde Premonstratenzer-kandidaat.

De seminaries in Brugge en in Leuven zijn minimaal gevuld en worden met argusogen bekeken.

Hoopvol stemt echter, dat de ordespiritualiteit en -ernst toch jonge mensen aantrekt, behalve dan de zedig zwijgende Jezuïeten, Franciscanen en Dominicanen die klaarblijkelijk niet meer zo attractief zijn: "Zeer goed bezig mannen!"


Dus,

Wil je priester of pater worden?

Kandidaat-priesters worden inderdaad naar Breda (Nederland) gestuurd, naar Bovendonk.

Bovendonk is behoorlijk, al zijn wij er niet kapot van.

De link naar Bovendonk:

http://www.bovendonk-opleidingen.nl/index.php?page=936


Indien je pater wil worden, dan heb je meer keuze:

Veel informatie is te vinden op de website 'Jongerlo' van de Abdij van Tongerlo:

http://www.jongerlo.org/geboeid_door_jezus/geboeid_door_jezus_index.htm


Voor het serieuzere werk, raden we je aan om contact op te nemen met:

Abbaye Notre-Dame de Fontgombault (Franstalig, maar er verblijven ook Vlamingen)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_Notre-Dame_de_Fontgombault

http://catholique-bourges.cef.fr/communaute/religieux/benedictins.htm


Ook de Abbaye Saint-Paul de Wisques hangt van Fontgombault af en werd speciaal 'hersticht' om Vlamingen op te vangen (50 km van Poperinge).

http://www.abbaye-saint-paul-wisques.com/

Fons Amoris: Les moines de Fontgombault

maandag 20 januari 2014

De stille revolutie van Paus Benedictus XVI

Johan Bonny is op de hoogte van het 'verleden' van deken Jef Barzin, maar Bonny blijft deze medewerker van de 'Oecumenische Werkgroep Pedofilie' de hand boven het hoofd houden.... en stuurt de gelovigen met een kluitje in het riet...

W. D. stuurde de volgende vraag aan Johan Bonny:


Monseigneur,

Graag had ik toch nog even gereageerd op de overplaatsing van Pastoor Kris te Stabroek. Het moet u meer dan duidelijk zijn geweest, dat de bevolking aldaar hier niet mee opgezet waren en terecht.

Waarom de Eerwaarde eigenlijk werd overgeplaatst, is mij tot op de dag van vandaag niet duidelijk. Omdat hij graag een pintje dronk ? Net nu de Katholieke Kerk verwikkeld is in allerhande zaken van seksueel misbruik en waar de daders geestelijken zijn, vind ik, de reden van overplaatsing ronduit schandalig.

Wat me nog meer tegen de borst stootte is de verschijning van Jef Barzine tijdens een nieuwsuitzending over hetzelfde onderwerp. Een figuur die nota bene gelinkt wordt aan de oecumenische werkgroep pedofilie.

Een werkgroep die geen kwaad zag in pedofiele contacten tussen een geestelijke en een kind. Kan u mij daar een verklaring voor geven Monseigneur? Dat die man nog steeds het woord van God verkondigt, is voor mij onaanvaardbaar en pervers. Graag uw reactie?

Met beleefde groeten,

W. D.


Het antwoord gekregen van Johan Bonny:

door W. D. (Notities) op donderdag 23 september 2010 om 8:47

Geachte,

In opdracht van de bisschop antwoord ik op uw bericht.

Wij appreciëren ten zeerste uw waardering voor priester Kris Smet. Ook wijzelf zijn overtuigd van de goede kwaliteiten van deze priester van ons bisdom, in het bijzonder van de goede individuele begeleiding van mensen en zijn sterke persoonlijke betrokkenheid bij mensen in ziekenbezoek, contacten bij overlijden, huwelijk, dopen,…

Ondanks die overtuiging hebben we besloten Kris Smet een andere pastorale opdracht te geven, omdat de samenwerking en het overleg met heel wat geëngageerde vrijwilligers in teams, groepen en organisaties en met collega’s binnen de federatie al verschillende jaren moeilijk loopt. Hierover hebben de opeenvolgende dekens van Antwerpen en vicarissen voor de parochies meerdere keren met Kris gesproken, maar de pastorale situatie leek ons, wat dit betreft, helemaal vastgelopen.

Omdat we graag nog lang met Kris blijven verder werken, hebben we geoordeeld dat hij best op een andere plaats (minder belast door de ervaringen van deze of gene uit het verleden) opnieuw zou kunnen beginnen.

Daarom werd hij, met ingang van 1 september, benoemd tot parochievicaris van Kalmthout centrum en Kalmthout Achterbroek.

Hopend u hiermee van dienst te zijn,

Hoogachtend,

Wim Selderslaghs

Wim Selderslaghs
Vicaris voor parochies en jeugd [!]
Schoenmarkt 2
2000 Antwerpen
0486/36.24.70
wim.selderslaghs@kerknet.be


De gelovigen zeggen: "Dat die man [Jef Barzin] nog steeds het woord van God verkondigt, is voor mij onaanvaardbaar en pervers."

Bonny zou het laten onderzoeken... Niet dus!

zondag 19 januari 2014

'Les Hommen' vanavond op de Mars voor het Leven in Parijs

Paus Benedictus XVI zette in 2 jaar tijd ca. 400 priesters uit hun ambt wegens kindermisbruik. Dit bewijst dat Paus Benedictus weldegelijk met harde hand optrad om deze kanker binnen de post-conciliaire kerk uit te roeien.

Paus Benedictus XVI heeft in 2011 en 2012 zowat 400 priesters uit hun ambt gezet wegens kindermisbruik. Dat blijkt uit een document dat het persagentschap AP kon inkijken.

Volgens het document zette de paus in de periode 2008-2009 170 priesters uit hun ambt omdat ze in opspraak waren gekomen door kindermisbruik. In 2011-2012 steeg dat tot 400 priesters.

Het document was een deel van de verdediging die het Vaticaan donderdag wilde gebruiken bij het VN-Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties. Uiteindelijk kwamen de cijfers echter niet aan bod in het pleidooi van Silvano Tomasi, de permanente waarnemer van de Heilige Stoel bij de Verenigde Naties.

Tomasi verklaarde onder meer dat heel wat kerkelijke instellingen zich hebben geëngageerd om de bescherming van kinderen te verzekeren en dat het Vaticaan alle relevante internationale verdragen ter bescherming van het kind heeft geratificeerd.

Bron: De Standaard

Link:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140117_00934785?utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_term=dso&utm_content=article&utm_campaign=seeding


OOK KAVLAANDEREN HEEFT DE DOCUMENTEN KUNNEN INKIJKEN:



Dit is waarom de Oostenrijkers massaal de post-conciliaire kerk verlaten:


De 'vruchten' van Vaticanum II

zaterdag 18 januari 2014

'Flater van de week': Lieven Boeve zei:

"Eigenlijk is het de bedoeling van de atheïsten, die in het katholiek onderwijs zitten, om betere atheïsten te worden, van de moslims om betere moslims te worden, en uiteraard van de christenen om betere christenen te worden."

donderdag 16 januari 2014

Giuseppe Kardinaal Siri over pectorale kruisen...

Giuseppe Kardinaal Siri

































In 1984 gaf Giuseppe Kardinaal Siri, een interview aan Mgr. Virgilio Levi voor het weekblad, Oggi.

Bij deze gelegenheid stelde Levi aan Kardinaal Siri de volgende provocerende vraag: "Eminentie, waarom paradeert u rond met een pectoraal kruis van goud en edelstenen, wanneer op dit ogenblik bijna alle bisschoppen zich tot een eenvoudig zilveren, metalen of houten kruis beperken?"

Het lucide antwoord van Kardinaal Siri luidde:

"Ten eerste paradeer ik niet rond met dit kruis. Ik draag het. Want ik ben eerst en vooral géén huichelaar. Ik heb prelaten gezien met houten pectorale kruisen, die op de achterkant met edelstenen ingelegd waren. Wat is de betekenis daarvan?

Ten tweede hebben de emigranten uit Ligurië, die nu in Argentinië wonen, mij dit kruis bij mijn bisschopswijding cadeau gedaan. Ik draag dit kruis om hen te eren en hen in mijn herinnering te houden.

Ten derde, 'armoede' gaat niet over dit soort van dingen.

Tot slot, ter gelegenheid van mijn reis naar de Sovjetunie werd ik zelfs door de 'Opperste Sovjet' geprezen voor mijn eerlijkheid en omdat ik het aandurfde om openlijk de tekenen van mijn Geloof en mijn rang binnen de Kerk te dragen zonder deze uit angst voor hen te verbergen."


Paus Benedictus XVI bij het graf van Kardinaal Siri in Genua
Kardinaal Siri en Koning Boudewijn

Giuseppe Kardinaal Siri bezocht het 'Santuario della Madonna di Caravaggio' in Rapallo op 19 juni 1988 en droeg er de Heilige Mis op.



Link:

http://www.santamariadelcampo.it/index.html

Giuseppe Kardinaal Siri: "De eeuwige revolutie van de modernist"

"Eerst werd er verwarring gezaaid door allerlei 'moderne' ideeën te verspreiden. [...] Dan, na het zaaien van verwarring in verband met het Geloof, werd de basis van alles, namelijk de moraliteit, zo aangevallen, dat de norm vernietigd en geannuleerd werd, om zo elk menselijk handelen te beschouwen als een daad van vrijemeningsuiting."

"Op dit punt aanbeland, werden alle exterieure elementen, die de kerkelijke structuur van de geestelijkheid bijeenhielden, aangevallen met grillige verwarring."

"Vervolgens werd, in plaats van de hemel, het idee van een sociologisch paradijs op aarde geïntroduceerd, werd de "eeuwige revolutie" gepredikt in plaats van de vrede, en werd er een symbolische waarde gegeven aan de verering van de Heer."

"Daarna werd het priesterlijk celibaat aangevallen, zelfs door leraren, aldus negerende het feit dat de Kerk er nog nooit in geslaagd is om mensen te 'verbeteren' en te 'leiden' daar waar het celibaat wordt afgeschaft."

"De meest recente en de zich nog steeds ontwikkelende ontdekking: de contestatie van zaken die officieel gedefinieerd zijn, alsof ze niet gedefinieerd zijn, alsof ze niet van Jezus Christus zélf afkomstig zijn."

"Niet iedereen is echter op dit niveau aanbeland, maar velen hebben zich achter de linies teruggetrokken zonder te beseffen wat de gevolgen zijn van een dergelijke halfslachtige houding. Anderen hebben alles en iedereen overboord gegooid."

"Slogans in overvloed, terwijl de catechismus niet meer wordt onderwezen. Het 'pastorale' wordt voortdurend genoemd, terwijl de Heilige Sacramenten geleidelijk worden verlaten."

"Men spreekt over het Woord van God - maar het wordt onderwezen alsof het allemaal maar een sprookje is. Er zijn vele proefschriften geschreven over de intimiteit met God, terwijl op hetzelfde moment het Allerheiligste Sacrament des Altaars bespot wordt en belachelijk gemaakt wordt. En dit alles heet dan 'vooruitgang'!

Bron: Gedachten van Giuseppe Kardinaal Siri in de "Rivista Diocesana Genovese" - januari 1975

woensdag 15 januari 2014

Anoniem schrijft: "Blijkbaar is het niet God maar de G.A. die beslist wie er naar de hel gaat. Wedden dat deze terechte reactie niet zal worden goedgekeurd door de auteur van deze blog?"

@ Anoniem, ge moet uw bronnen kennen:

"De vloer in de hel is geplaveid met de schedels van bisschoppen."

Bron: De Heilige Athanasius op het Concilie van Nicea in 325 n.C.


Link naar St. Peter's List:

http://www.stpeterslist.com/7334/the-path-to-hell-is-paved-with-the-skulls-of-bishops-8-quotes-and-sources/

LET WEL, ER WORDT NIET GEZEGD WELKE BISSCHOPPEN NAAR DE HEL GAAN!



maandag 13 januari 2014

Citaten uit een interview met Prof. dr. mag. Edward Schillebeeckx o.p. - 1977

Over het Tweede Vaticaans Concilie en de puinhoop die volgde...

Komt dan de tijd van de humaniora.

Ja, toen ging ik naar Turnhout: het Sint-Jozefkollege bij de jezuïeten. [Weer de jezuïeten!]

Waar toen alle harde koppen naar werden verbannen.

Dat hoorde ik pas later! Ik heb het ook als een soort verbanning in een vreemde wereld ervaren. Maar die school had wel een goede reputatie en de studie stond er op hoog peil, hoewel ze een vrij sterke, louter filologische inslag had. Wij werden niet in enige schoonheid ingewijd maar gedrild in korrekte taalvormen, of dat nu ging om het Grieks, Latijn of Nederlands. Het was vooral het internaat dat ik grondig verfoeide en dat me wat ‘ingekeerd’ heeft gemaakt.

Voelde u zich vroeg, of laat geroepen?

Dat ik priester zou worden, stond bij me al vast in de vijfde, maar dan wel als jezuïet! Ik had een broer jezuïet die in India was (toen nog Engels-Indië; nu is hij er genaturalizeerd) en daar wou ik ook naartoe. Ook al omdat ik gefascineerd was door het boeddhisme. Dat is zo gebleven tot het einde van de poësis en het begin van de retorika. Dan is alles omgeslagen! Dat ik priester-religieus zou worden, stond vast. Maar waar? Ik heb dan boeken gelezen over grote ordestichters: Ignatius van Loyola, Benedictus, Franciscus en Dominicus. Dominicus heeft me het meest aangesproken, vooral de twee polen die in zijn leven zo markant aanwezig bleken: de wereld van God, het religieuze, en de wereld van mensen, met hun wereldlijke problemen. Die relatie: kristelijk geloof en wereld (twee polen die ik nu nog in mijn teologie herken) sprak me aan. [De wereld!]

Noviciaat dus in Gent.

Bij de dominikanen is de proeftijd een jaar. Dat is een tijd van bidden, koorofficies en meditatie. Je moest het kloosterleven leren kennen, maar er bleef veel tijd over om te studeren en daar heb ik toen vele grote mystici gelezen: Ruusbroec, Theresia van Avila, Johannes van het Kruis, Tauler, Eckhart en ook Suso.

Ik was over het leven in het klooster erg entoesiast en schreef dat ook naar huis. Zo had ik het eens over de diepe belevenissen van het dominikaanse nachtgebed, van drie tot vier uut 's morgens, ‘terwijl de mensen buiten sliepen’. Ik kreeg van vader een zeer nuchtere reaktie terug. Hij schreef: ‘Beste jongen, moeder of ik moeten per nacht drie of vier keer opstaan om de laatste baby (de veertiende) te sussen [!]. Dat is natuurlijk veel minder romantisch dan uw nachtelijk gebed. Ik zou er toch maar eens over nadenken dat godsdienst geen gemoedstoestand is maar een houding van dienstvaardigheid.’ Nooit heb ik me zo diep geschaamd als bij het lezen en herlezen van die brief: dàt was eigenlijk mijn noviciaat!

In Gent heeft pater D. de Petter veel invloed op u gehad.

Ja. Na het noviciaat kwamen drie jaar filozofie. Pater De Petter was in Gent niet alleen een groot filozofisch denker maar tevens mijn geestelijk leidsman. Hij was ook magister spiritualis. Overal kreeg men zuivere scholastiek gedoceerd, maar pater De Petter heeft die doorbroken en heeft het tomisme verbonden met de fenomenologie van Heidegger, Husserl en Merleau-Ponty [!]. Hij was het bovendien die (na vader) me God leerde te vertrouwen. Hij had een ontroerend geloof in de genade, dat aanstekelijk werkte en je geen kans liet om krampachtig te worden. God én mens waren voor hem nooit konkurrerend. Dát heeft hij ons allen toen ingehamerd.

[Of hoe de scholastiek vervangen werd door lichtgewichten zoals Heidegger, Husserl en Merleau-Ponty, etc.]

Na Gent komt dan Leuven.

Met eerst een intermezzo van een jaar onder militaire dienst. Mijn eigenlijke teologiestudie ben ik dan in Leuven begonnen in 1939. En die is niet zo meegevallen omdat men er toen nog kleurloos ‘Thomas’ [!] gaf, abstrakt en scholastisch. Wie daaraan ontsnapten, waren enerzijds pater Charlier, maar hem heb ik maar een half jaar gehad, en anderzijds pater R. Martin, een mediëvist, die Thomas ook op zijn historisch wordingsproces bestudeerde.

Krisismomenten?

Ja, er zijn daar in Leuven in die teologietijd wel ernstige krisismomenten geweest. Met name in 1941 werd een boek van pater Charlier en van père Chenu [Nouvelle Théologie] door Rome veroordeeld. Beide professoren werden uit hun professoraat ontzet. Pater De Petter mocht professor blijven maar werd afgezet als regens studiorum. Wat mij als theologiestudent toen het meest aansprak, werd door Rome gedesavoueerd [!]. Dat wás een klap! Maar de manier (volgens mij toen wel wat té dramatisch door pater De Petter beleefd) waarop hij dit heeft verwerkt, gehoorzaamde en toch tegelijk eigenlijk doorging [Volhoudend in de dwaling!] met zijn eigen filozofisch denken, was voor mij een richting en bemoediging.

[Marie-Dominique Chenu stond aan de oorsprong van de Nouvelle Théologie. In 1937 publiceerde hij de studie Une école de théologie: Le Saulchoir, waarin hij behalve de opzet van het studieprogramma van Le Saulchoir ook zijn visie op Kerk en theologie presenteerde, in feite het eerste werk van de Nouvelle Théologie. In 1942 werd dit boek vanwege de aanklacht van ketterij (neo-modernisme) op de Index geplaatst door Paus Pius XII. Chenu kon als adviseur van de bisschoppen van Madagaskar deelnemen aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), waar hij met andere jonge theologen, zoals zijn oudstudent Edward Schillebeeckx, grote invloed uitoefende op de totstandkoming van de constituties van dit concilie, het meest op Gaudium et Spes. In de jaren na dit concilie confronteerde Chenu zijn theologische visies met het marxisme en de bevrijdingstheologie.]

Na zeven jaar kloosterleven wordt u tot priester gewijd. Dat was in 1941. U studeert dan verder en behaalt in Parijs de titel van doctor en daarna in Rome die van magister in de theologie.

Het is natuurlijk niet zo vlug gegaan als u het nu resumeert. Toen ik in 1943 met mijn theologie klaar was, ben ik in Leuven in ons klooster docent geworden in de teologie. Pas in 1946, na de oorlog dus, kon ik naar Parijs [!] om mijn post-doctorale studie aan te vatten. Die tijd in Parijs is voor mij belangrijk geweest. Eigenlijk ging ik studeren aan Le Saulchoir, de teologische fakulteit van de dominikanen in Etiolles bij Parijs.

Daar heb ik ook père Chenu [!] leren kennen: hij gaf de teologie van de 12de eeuw in de Ecole des Hautes Etudes. Ik had veel kontakt met deze entoesiaste man, die ook mentor was van de prêtres-ouvriers in Parijs. [De beweging van priester-arbeiders. Puur marxisme! En dit terwijl de communisten in Oost-Europa de Christenen op grote en ongeziene schaal vervolgden!]

Ook met père Congar [!] heb ik toen kontakt gehad. En wie ik dan vooral heb leren kennen, was Albert Camus [Ook nog zo een linkse atheïst!], die veel bij de dominikanen in Parijs kwam. Het kwam tussen hem en een tiental dominikanen vaak tot diskussie. Hij kon met overtuiging affirmeren: ik vind het kristendom afschuwelijk, maar ondertussen waren kristenen zijn beste vrienden en kon hij bij de dominikanen niet wegblijven. Hij zag de opdracht van ons menszijn hierin, dat ieder binnen eigen kleine omgeving wat liefde moest uitstralen. Eigenlijk al een diep-kristelijke inspiratie!

[Mei '68 werd dus toen al voorbereid!]

Een paar jaar later - u bent nog altijd in Leuven - wijdt u een studie aan ‘Maria, moeder van de verlossing’. Houdt die thesis nog stand? Want in de nieuwe kerk lijkt de rol van Maria op zijn minst gehalveerd, om niet te zeggen dat ze volledig op de achtergrond is geraakt.

Wat ik in dat boekje heb geschreven, hou ik nu nog staande, al zal ik het nu allemaal wel anders formuleren. Tijdens het Concilie hebben vele bisschoppen en teologen gevraagd om een tijd te zwijgen over Maria, echter niet om haar dood te zwijgen. De Marialeer had een zelfstandige ontwikkeling ‘op zichzelf’ gekend, opgesteld uitsluitend door mannelijke mariologen, bovendien enigszins los van de teologie over Jezus en de Kerk. Men heeft de betekenis van Maria niet willen wegdrukken maar haar een juiste, evenwichtiger plaats willen geven in het kristelijk leven. Opvallend is ook dat in verband met het opkomende feminisme van de laatste jaren dit Mariaboekje van me, vooral in de Angelsaksische landen, nu weer naar boven is gehaald, omdat ik daarin reageer tegen een uitsluitend mannelijke voorstelling van God. In dat boek zie ik Maria als een soort reprezentatie of vertaling van de ook vrouwelijke en moederlijke trekken van God.

[Dit is de weg van het protestantisme.]

Wat waren uw eerste indrukken in Nederland?

Komend uit Leuven kwam katoliek Nederland mij toen filozofisch en teologisch veeleer behoudsgezind voor. Ik spreek dus wel van 1958 toen de doorbraak op kerkelijk gebied hier nog niet had plaatsgevonden.

U bent niet lang hier of u sticht het ‘Tijdschrift voor Theologie’. Met bedoelingen?

Natuurlijk. Ik wou een tijdschrift waarin de nieuwe teologie aan bod kwam. Ik was nog geen vier weken hier, geloof ik, of ik was er met de andere prof es oren over aan het praten. Ik had echter, in jeugdige overmoed, over het hoofd gezien dat hier aan de teologische fakulteit al een tijdschrift bestond, namelijk Studia Catholica. De kollega's voelden dan ook wel enig wantrouwen en dachten: die kerel is pas hier en wil al met een nieuw tijdschrift beginnen! Zij waren ook realistischer. En zo kwamen we, gezamenlijk, tot het besluit het oudere (toen niet onverdienstelijke) Studia Catholica om te dopen in Tijdschrift voor Theologie, waarvan ik dan de leiding kreeg.

In dit grote centrale studiehuis van de dominikanen, het Albertinum in Nijmegen, [dat intussen gesloten is!] komen de bewoners geregeld in de kapel samen voor de officies die nu korter zijn dan vroeger en volledig in het Nederlands. Sommige paters dragen nog de witte monnikspij; pater Schillebeeckx draagt ze nog als hij weet dat hij de hele dag het klooster niet uit moet, en op religieuze hoogdagen.

Komt dan de tijd van uw openbaar leven. U wordt teologisch advizeur van het Nederlandse episkopaat en oefent via die funktie een grote invloed uit op het Tweede Vaticaans Concilie. Hoe werd de Vlaming advizeur van de Nederlandse bisschoppen?

Nijmegen was toen de enige teologische fakulteit alhier. Vlak voor het Concilie, in 1961, had ik, na adviezen te hebben gekregen van een groep teologen en anderen, het herderlijk schrijven van de Nederlandse bisschoppen opgesteld. Daarin werd behandeld wat een concilie is en wat er in dit concilie besproken zou moeten worden. Ook werd er de kollegialiteit van paus en bisschoppen ampel uiteengezet. Die verklaringen hadden een grote weerklank, ze werden druk vertaald. Toen heeft kardinaal Alfrink [!] me gevraagd advizeur te worden samen met twee anderen: een juristcanonicus en de voorzitter van de Willebordvereniging. Zo is het gekomen dat ik met kardinaal Alfrink mee naar Rome ben gegaan. Ik bleek dus toen al ‘ingeburgerd’ in Nederland.

Bepaalde kringen in Rome waren daar niet zo mee gediend dat u die funktie waarnam. Welke kringen en waarom die tegenstand?

Maar iedere bisschop stond het vrij een of meer advizeurs mee te nemen. Dát nam men te Rome niet kwalijk. Maar met dat herderlijk schrijven waren ze in Rome niet zo gelukkig. En dat bleek de reden te zijn dat Alfrinks aanvraag om me tot officiële conciliedeskundige te laten benoemen (dat moest het Vaticaan zelf doen), nooit werd ingewilligd [!].

Weet u ook welke kringen die houding aannamen?

‘Rome’ is een veelzinnig begrip. Dat is moeilijk te zeggen of te doorzien. Ik neem aan dat het 't Heilig Officie is geweest, dus kardinaal Ottaviani. De paus zelf bleek van die weigering eigenlijk niet op de hoogte en heeft het toen ‘goedgemaakt’ door mij op een privé-audiëntie uit te nodigen, bij het slot van het Concilie.

Die kringen hebben u dat later betaald gezet [Vergelijk dit softe gedoe toen, met de vervolging van de Franciscanen van de Immaculata nu! Wie zijn dan de échte Katholieken?]

Er werd door de Kongregatie voor de Geloofsleer een kommissie samengesteld om al mijn werken te onderzoeken. Er blijkt zelfs een voorproces te zijn geweest, maar dat is op de een of andere manier, niemand weet precies hoe, uitgelekt. Heel het geval kwam in de wereldpers en nadien is er van een proces niets meer gehoord. Direkt of indirekt heb ikzelf van Rome daar nooit iets over vernomen.

[In juni 1984 had de Congregatie voor de Geloofsleer Schillebeeckx een schrijven gestuurd naar aanleiding van zijn boek Kerkelijk ambt, voorgangers in de gemeente van Jezus Christus (1979). Hij werd opgeroepen "de leer van de Kerk openlijk te erkennen". Zijn opvatting dat de apostolische opvolging voor de sacramentele wijding een niet-wezenlijk gegeven zou vormen voor de uitoefening van het priesterambt en bijgevolg voor het verlenen van de macht de Eucharistie te consacreren, werd in strijd bevonden met de Leer van de Katholieke Kerk.

Schillebeeckx is nooit voor zijn opvattingen veroordeeld. Wel verscheen er na het derde proces in de Osservatore Romano een 'Notificatio' van de hand van Kardinaal J. Ratzinger (destijds Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer), waarin wordt gewaarschuwd dat er in zijn tweede boek over het ambt enkele punten aanwezig zijn die niet helemaal overeenkomen met de officiële Leer van de Kerk.]

U brengt over dat Tweede Vaticaans Concilie verslag uit in twee boeken. Is daar een syntese van te geven?

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft veel zwaartepunten verlegd. Vóór het concilie werden kerk en hiërarchie (paus en bisschoppen, konkreet zelfs het Vaticaan) haast vereenzelvigd. Vaticanum II heeft een dekoncentratie bewerkstelligd, d.i. aksenten verlegd, en in velerlei richting. Om enkele hoofdlijnen samen te vatten: a. kerk werd nu vooral ‘het volk van God’, d.i. het gelovige volk; - b. het concilie legde vooral de nadruk op Jezus Kristus, rond wie gelovigen (d.i. de kerk) zich scharen; - c. ook werden rijk Gods en Kerk niet meer geïdentificeerd: kerk is het Godsvolk, samen op weg naar het rijk Gods; - d. bovendien werd behalve aan de Rooms-Katholieke kerk de 'eretitel' kerk van Kristus niet geweigerd aan niet-katolieke, kristelijke geloofsgemeenschappen; daardoor werd een ruimere oecumene in het perspektief gesteld; - e- grotere nadruk werd wellicht gelegd op de plaatselijke kerk, met haar eigen historische ervaringen die anders liggen hier en elders; - f. niet te vergeten: het concilie noemde de kristelijke kerk ‘sacramentum mundi’, d.i. teken van wat er in de wereld van mensen zou moeten gebeuren: eenmaking van, vrede onder de mensen; - g. ten slotte: Gods Geest is niet alleen werkzaam in de kerken, maar ook in de grote bewegingen in deze wereld, bewegingen die het welzijn, het recht (de menselijke rechten) willen bevorderen. (Pastorale Constitutie Gaudium et Spes ofte de kerk in de wereld van vandaag.) Dat zijn, naast vele andere, inderdaad nieuwe aksenten van het Tweede Vaticaans Concilie. - Ik wil er wel dit aan toevoegen: dit concilie heeft, in de zestiger jaren, wel het ongeluk of de tegenspoed gekend dat men in dit concilie - nadat de officiële kerk enkele eeuwen zich had verzet tegen menselijke en wereldlijke waarden - eindelijk wat sympatieker ging spreken over wetenschap en techniek, terwijl precies in diezelfde jaren heel de wereld, vooral die der jongeren, zich ‘maatschappij-kritisch’ ging uitspreken over en afzetten tegen deze wereld - in feite de westerse, burgerlijke maatschappij! Vlak na het concilie zijn allerlei nieuwe, post-conciliaire problemen naar boven gekomen, die het concilie helemaal niet heeft besproken. Vandaar, zij het na een eerste elan, een zekere stagnatie van het dynamisme van dit laatste concilie.

[Of deze accenten effectief verlegd werden, zoals Schillebeeckx beweert, is nog maar de vraag. Wat wel duidelijk is, is dat Vaticanum II door de modernisten werd gezien als een soort van anti-concilie tégen Vaticanum I. Schillebeeckx merkt ook zeer terecht op, dat de Kerk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie zich meer voor de wereld ging openstellen. Slechts enkele jaren later ging de studerende jeugd zich echter net verzetten tégen die 'burgerlijke' wereld, die de Kerk net had omarmd. Waarschijnlijk was het marxisme de nieuwe ideologie die door de jeugd werd omarmd, net ter vervanging van de Katholieke Leer!]

Een ander heet hangijzer raakt u aan in ‘Het ambtscelibaat in de branding’ (1966). 'Wat was toen uw standpunt en is het dat nog?

Ja, als men de bedoeling van het boek niet kent, kan men het verkeerd lezen. Ik ben voor de ontkoppeling, d.i. de niet-verplichte binding van het celibaat aan het ambt (of priesterschap). Celibaat is een charisma en moet in alle vrijheid geaccepteerd kunnen worden. Maar de bedoeling van het boek lag hierin: ik verkeerde toen in de stellige overtuiging dat de kerk die ontkoppeling niet meer kón tegenhouden. En ik dacht dat dit, indien niet goed voorbereid, een klap zou zijn voor veel katolieken die een gehuwde, die tevens priester zou zijn, zich niet kunnen voorstellen. Voorzichtig heb ik ze in mijn boek daar op willen voorbereiden. Sommigen hebben daaruit zelfs begrepen dat ik tegen de ontkoppeling was. Mijn stelling was, en is, dat het celibaat vrijelijk geaccepteerd moet worden. Het was dus niet zozeer mijn bedoeling de ontkoppeling te verdedigen als wel de mensen voor te bereiden op een komende ontkoppeling.

[Waar hebben we dat nog gehoord?]

Hoe verklaart u dat zovelen het ambt verlaten?

Men kan moeilijk ontkennen dat de verplichte koppeling van ambt (priesterschap) en celibaat daar ook een rol in speelt. Maar ik denk: veeleer ondergeschikt. Hoofdzaak, is: de jongeren willen zich niet identificeren met het ‘instituut’ kerk, om in hun werk niet alle kritiek die men heeft tegen dit instituut (terecht, of ten dele ten onrechte) ook tegen henzelf te zien gekeerd. Ze willen zich inderdaad geven aan de kerk, d.i. aan gelovige gemeenschappen van kristenen, maar ze verzetten zich ertegen om zich te laten kwalificeren als de vertegenwoordigers van dé kerk, waartegen zoveel kritiek wordt gehoord. Daarom willen ze zich, niet als ‘officiële priesters’ van dé kerk, maar als pastores van deze konkrete gelovige - of naar geloof zoekende - gemeenschap opstellen. Ten slofte, wij hebben hier in Nijmegen toch ongeveer 300 jongens- en meisjesstudenten die teologie studeren omdat ze geloven dat zij, vanuit de kristelijke heilsboodschap, voor kerk en wereld zinvol werk kunnen verrichten, - hoewel slechts enkelen van hen priester willen worden. Is dat nu ‘afbraak’ of niet veeleer ook een belofte? Nieuwe, andere kansen?

[Merkwaardig. Men wil blijkbaar pastoor spelen, maar men wil zich niet identificeren met dé Kerk! Dit is intellectueel toch een absurde positie!]

Er is bij vele kristenen door al die zwenkingen in godsdienst en kristendom diepe ‘verontrusting’ ontstaan. [Inderdaad. Indien men één ding verandert, komt alles op losse schroeven te staan.]

Inderdaad! Allerlei kleine hervormingen tuimelen over elkaar heen en alvorens ze uitgeprobeerd zijn, komt er alweer iets nieuws. Vooral, al die vernieuwingen zijn van boven af gekomen: van de paus, de bisschoppen, zelfs de pastoor [!]. En de gelovigen, om wie het toch eigenlijk gaat, zijn er meestal niet bij betrokken geweest. Zij hadden geen inspraak ter zake. Tot vernieuwing forceren (hoezeer die vernieuwing ook noodzakelijk is), leidt meestal tot niets [!]. Bovendien, sociaal-psychologisch is de mens niet bestand tegen voortdurende veranderingen. Men wil ook eens wat rust. Kristendom is maar authentiek, echt dus, als het ook mislukking of falen een plaats kan geven!

[Hetgeen Schillebeeckx hier in 1977 zegt, is toch ronduit schandalig! Men heeft de gelovigen al die 'vernieuwingen' opgedrongen, terwijl die gelovigen daar niet om gevraagd hebben! En de 'vernieuwingen' gaan nog steeds door! Hoe dit alles te rijmen valt met de Geopenbaarde Waarheid is nog een andere vraag!]

Aan de andere kant schijnt het nieuwe model waarin de kristen het geloof waar moet maken, niet zo een grote aantrekkingskracht uit te oefenen.

Allereerst, een kerk die vier eeuwen lang uniform was, d.w.z. vastgepind op tot in de kleinste details vastgelegde voorschriften, zonder mogelijkheid van enige kreatieve expressie van de kant van de gelovigen, b.v. in de liturgie, kun je niet binnen tien jaar hervormen. Het gregoriaans, dat toch prachtige, ook voor mij ontroerende hoogtepunten kent, is evenmin binnen tien jaar tot stand gekomen. Ook daar ging een hele periode aan vooraf: van banale, zelfs rauwe wijsjes tot, ten slotte, die sublieme hoogtepunten die we nu node missen. Hetzelfde maken wij nu in deze overgangstijd mee. Naast banale liedjes, die ons vol heimwee naar het gregoriaans doen terugzien, zijn er enkele hoogtepunten in de nieuwe, huidige liturgie [Allemaal illusies!]. Het gaat om ups and downs. Dat is toch eigen aan een experimentele periode, of niet? We moeten de moed hebben om, terwille van de religieuze kern, sommige verworvenheden op esthetisch gebied prijs te geven [LOL]. Vernieuwing vráágt ook een zeker vaarwel zeggen aan wat ons lief was, maar wat niet de kérn van het geloof in het geding brengt. [Allemaal illusies!]

Er bestaan duidelijk, progressieve kristenen en conservatieve. De progressieve zijn voor u de betere kristenen?

Nee! Dat zal ik nooit zeggen! Conservatieven kunnen authentieker kristen zijn dan zgn. progressieven, en omgekeerd. Daar kun je moeilijk over oordelen. Maar zaak is: de toekomst van de kerk, van het kristendom. En met het oog daarop moet je de groeiprocessen in wereld en kerk bevorderen. Met dat zgn. onderscheid tussen conservatieven en progressieven raakt u natuurlijk aan het probleem van de huidige polarisatie [!]. Voor sommigen gaat de vernieuwing te vlug, voor anderen te traag. Wat de enen een groeiproces noemen, is voor anderen een afbraak- of afvalproces [Inderdaad!]. Men gaat in zo'n situatie zwart-wit denken en iedereen bijt zich vast in eigen standpunt. Sommigen spreken zelfs van een soort samenzwering van priesters en teologen die de kerk kapot willen maken! [Het is maar dat U het weet.]

Kan men de situatie ook niet omdraaien? Dat progressieven ook zo staan tegenover conservatieven, dat progressieven ergernis geven?

Inderdaad. Zelf vind ik dat er geloofsbarmhartigheid nodig is tegenover gelovigen die - zoals men dat dan noemt - niet meekunnen [Wij kunnen niet mee! Waar zijn al die 'vernieuwers' die al afgehaakt hebben???]. Vernieuwingen moeten verantwoord worden, uitgelegd en begeleid worden. Dit is hier en daar te weinig gebeurd. Maar er is ergernis én ergernis! Het kristenzijn van anderen ergeren, is jammer; dat mag niet. Doch men kan ook bourgeois-opvattingen ergeren; en zulk een ergernis kán gevraagd worden door de kristelijke boodschap. De ergernis, waarover soms sprake is, is geen kristelijke ergernis, maar ergernis van vermeend-kristelijke visies! En dat is een geoorloofde ergernis - hoezeer men ook hier de mens in ere moet houden, ook al denkt hij burgerlijk. [Woorden, woorden en nog eens woorden. Het is gewoon de strijd tegen de vermeende bourgeoisie! Een ordinaire klassenstrijd! Zoals Bergoglio met zijn 'armen' nu!]

Velen die de kristelijke heilsverwachting hebben afgeschreven, schijnen te geloven dat de marxistische heilstaat het geluk zal brengen. [De marxistische heilstaat!]

Denken dat het met de mens in orde is als alle structuren zijn veranderd, lijkt me een illusie. Vaak zijn revolutionaire vernieuwingen een aflossing in de machtsverhoudingen. Dit mag echter ook geen alibi worden om er dan maar niets aan te doen. Maar in een heilstaat geloof ik niet. Vanaf het ogenblik dat marxisme dogmatisch wordt, is het een bedreiging van ons mens-zijn zoals elk dogmatisme; dan is er ook geen dialoog meer mogelijk. Maar een kristelijke heksenjacht tegen marxisme lijkt me meer bourgeois dan kristelijk! [De marxistische heilstaat dus! In 1977 waren de misdaden tegen de mensheid van de marxisten al bekend! Maar, denk niet dat Schillebeeckx ze veroordeelt! De 'heksenjacht' tegen de pedofielen binnen de Kerk is ook zeker 'bourgeois'? Je kan merken, dat voor de modernisten, 'christelijk' eerder 'pastoraal' en 'laksheid' betekenen. De hel is blijkbaar afgeschaft! Ik denk dat sommigen nog gaan opkijken!]

U hebt op 2 februari 1974 in Leuven een eredoctoraat in de godgeleerdheid ontvangen. Dat was een mooie revanche op het verleden?

Sommigen hebben het zo geïnterpreteerd. Maar dat was geenszins in het geding. Men heeft me enkele jaren geleden wel graag als professor in Leuven gehad, maar ik ben nu al ruim achttien jaar in Nijmegen en voel me daarom verplicht tegenover de Nijmeegse universiteit. Nu heeft ‘Leuven’ me wel gevraagd om af en toe ‘gastprofessor’ te zijn en sindsdien heb ik al een keer gedurende twee maanden kolleges gegeven in Leuven (in 1974).

In uw homelie hebt u toen o.m. het volgende gezegd: ‘Wij, teologen, hebben de kloof tussen teorie en praxis niet kunnen overbruggen, - integendeel, zij is breder en dieper geworden. Wij hebben de vragen die de gelovigen zich voortdurend stellen, niet of te weinig tot de onze gemaakt en we zien scherper dan ooit hoe het vuur, zowel tot menselijke bevrijding als tot kontemplatieve verstilling, uit onze kristelijke broederschap verdwijnt en oplaait buiten onze kristelijke kerken; en we zijn niet bij machte deze brand naar binnen te doen inslaan. Wij zijn blijkbaar vooral en alleen doende namens Kristus elkaar de kerk uit te bannen.’

[In uw homelie hebt u toen o.m. het volgende gezegd: ‘Wij, teologen, hebben de kloof tussen theorie en praxis niet kunnen overbruggen, - integendeel, zij is breder en dieper geworden. Wij hebben de vragen die de gelovigen zich voortdurend stellen, niet of te weinig tot de onze gemaakt en we zien scherper dan ooit hoe het vuur, zowel tot menselijke bevrijding als tot kontemplatieve verstilling, uit onze kristelijke broederschap verdwijnt en oplaait buiten onze kristelijke kerken; en we zijn niet bij machte deze brand naar binnen te doen inslaan. Wij zijn blijkbaar vooral en alleen doende namens Kristus elkaar de kerk uit te bannen.’

Eerlijk, maar schandalig! En dat reeds in 1977! En onze bisschoppen doen maar door!]

Is dat toch niet toegeven dat de vernieuwing niet geslaagd is? En wat ziet u als remedie?

Ja, ik moet wel toegeven dat er in de kerk, laat ik zeggen, drie blokken zijn: de hiërarchie (paus, bisschoppen, priesters in de zielzorg), de universitaire of akademische teologie en het gelovige volk. En ik denk dat er tussen deze drie blokken een enorme kommunikatiestoornis is. Teologen zijn met hun ‘akademische problemen’ bezig, de hiërarchie met haar problemen en tussen beide staan de gelovigen: in de kou! Een remedie? Ik geloof dat we allen tezamen - hiërarchie, teologen en het gelovige volk - vooral bezig moeten zijn met de reële problemen, vragen en noden van de mensen. In dialoog, in samenspraak. En niet de hiërarchie met haar bezorgdheid om haar gezag, - niet de teologen met hun eigen, vaak voor de mensen vreemde problematiek, maar gezamenlijk bezig zijn met de konkrete, reële levende mensen! En dat de kerk juist daarbij - niet te vroeg maar ook niet te laat - de naam ‘God’ laat vallen als reële levensweg.

Ik heb wel eens de indruk dat vele - progressieve - kristenen Kristus een hartelijk schouderklopje geven en knipogend zeggen: wij met zijn tweeën brengen dat wel voor mekaar. Laten we de oude daarboven maar voor wat hij is.

De zgn. ‘Dood van God’-theologie [!] heeft als zodanig een zeer kortstondig bestaan gekend en feitelijk niet eens binnen de katolieke theologie [?]. In het kristendom gaat het inderdaad om Gód. Maar God is niet los verkrijgbaar. Ik bedoel dit: Hij is alleen in vertaling te benaderen. En er zijn vele vertalingen van God. Sommigen ervaren Hem in de mooie, nietvervuilde natuur of in het grootse van het heelal. Kristenen geloven dat Jezus, de Kristus, de beste vertaling van God is. Vroeger heeft men echter Jezus zo tot God verklaard dat zijn mens-zijn nagenoeg verdween. Maar juist dit menszijn moet ons zeggen en laten zien wie God is en hoe Hij mensen bejegent. Hoe meer je de nadruk legt op de menselijkheid van Jezus, hoe meer je nagaat hoe hij als mens mensen bejegent, des te beter leer je God kennen. Dat bedoelen de zgn. moderne Jezusinterpretaties of kristologieën. Ze willen God niet wegdrukken maar Hem in Jezus' menselijkheid ons juist naderbij brengen. Als je dat mens-zijn van Jezus niet beklemtoont, weet je tenslotte niet wát je zegt als je beweert dat Jezus Gód is. Dat zou ik sommigen te bedenken willen geven!

[Het is inmiddels bekend, dat Leo 'Kardinaal' Suenens een grote aanhanger was van de zgn. ‘Dood van God’-theologie!!!

Over Suenens en zijn ‘Dood van God’-theologie:

http://kavlaanderen.blogspot.be/2013/04/leo-kardinaal-suenens-was-een.html

'Kardinaal' Suenens de vrijmetselaar en Schillebeeckx de meeloper?]

Bron: Joos Florquin. 1977. Ten huize van... 13. Brugge.

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer