maandag 13 januari 2014

Citaten uit een interview met Prof. dr. mag. Edward Schillebeeckx o.p. - 1977

Over het Tweede Vaticaans Concilie en de puinhoop die volgde...

Komt dan de tijd van de humaniora.

Ja, toen ging ik naar Turnhout: het Sint-Jozefkollege bij de jezuïeten. [Weer de jezuïeten!]

Waar toen alle harde koppen naar werden verbannen.

Dat hoorde ik pas later! Ik heb het ook als een soort verbanning in een vreemde wereld ervaren. Maar die school had wel een goede reputatie en de studie stond er op hoog peil, hoewel ze een vrij sterke, louter filologische inslag had. Wij werden niet in enige schoonheid ingewijd maar gedrild in korrekte taalvormen, of dat nu ging om het Grieks, Latijn of Nederlands. Het was vooral het internaat dat ik grondig verfoeide en dat me wat ‘ingekeerd’ heeft gemaakt.

Voelde u zich vroeg, of laat geroepen?

Dat ik priester zou worden, stond bij me al vast in de vijfde, maar dan wel als jezuïet! Ik had een broer jezuïet die in India was (toen nog Engels-Indië; nu is hij er genaturalizeerd) en daar wou ik ook naartoe. Ook al omdat ik gefascineerd was door het boeddhisme. Dat is zo gebleven tot het einde van de poësis en het begin van de retorika. Dan is alles omgeslagen! Dat ik priester-religieus zou worden, stond vast. Maar waar? Ik heb dan boeken gelezen over grote ordestichters: Ignatius van Loyola, Benedictus, Franciscus en Dominicus. Dominicus heeft me het meest aangesproken, vooral de twee polen die in zijn leven zo markant aanwezig bleken: de wereld van God, het religieuze, en de wereld van mensen, met hun wereldlijke problemen. Die relatie: kristelijk geloof en wereld (twee polen die ik nu nog in mijn teologie herken) sprak me aan. [De wereld!]

Noviciaat dus in Gent.

Bij de dominikanen is de proeftijd een jaar. Dat is een tijd van bidden, koorofficies en meditatie. Je moest het kloosterleven leren kennen, maar er bleef veel tijd over om te studeren en daar heb ik toen vele grote mystici gelezen: Ruusbroec, Theresia van Avila, Johannes van het Kruis, Tauler, Eckhart en ook Suso.

Ik was over het leven in het klooster erg entoesiast en schreef dat ook naar huis. Zo had ik het eens over de diepe belevenissen van het dominikaanse nachtgebed, van drie tot vier uut 's morgens, ‘terwijl de mensen buiten sliepen’. Ik kreeg van vader een zeer nuchtere reaktie terug. Hij schreef: ‘Beste jongen, moeder of ik moeten per nacht drie of vier keer opstaan om de laatste baby (de veertiende) te sussen [!]. Dat is natuurlijk veel minder romantisch dan uw nachtelijk gebed. Ik zou er toch maar eens over nadenken dat godsdienst geen gemoedstoestand is maar een houding van dienstvaardigheid.’ Nooit heb ik me zo diep geschaamd als bij het lezen en herlezen van die brief: dàt was eigenlijk mijn noviciaat!

In Gent heeft pater D. de Petter veel invloed op u gehad.

Ja. Na het noviciaat kwamen drie jaar filozofie. Pater De Petter was in Gent niet alleen een groot filozofisch denker maar tevens mijn geestelijk leidsman. Hij was ook magister spiritualis. Overal kreeg men zuivere scholastiek gedoceerd, maar pater De Petter heeft die doorbroken en heeft het tomisme verbonden met de fenomenologie van Heidegger, Husserl en Merleau-Ponty [!]. Hij was het bovendien die (na vader) me God leerde te vertrouwen. Hij had een ontroerend geloof in de genade, dat aanstekelijk werkte en je geen kans liet om krampachtig te worden. God én mens waren voor hem nooit konkurrerend. Dát heeft hij ons allen toen ingehamerd.

[Of hoe de scholastiek vervangen werd door lichtgewichten zoals Heidegger, Husserl en Merleau-Ponty, etc.]

Na Gent komt dan Leuven.

Met eerst een intermezzo van een jaar onder militaire dienst. Mijn eigenlijke teologiestudie ben ik dan in Leuven begonnen in 1939. En die is niet zo meegevallen omdat men er toen nog kleurloos ‘Thomas’ [!] gaf, abstrakt en scholastisch. Wie daaraan ontsnapten, waren enerzijds pater Charlier, maar hem heb ik maar een half jaar gehad, en anderzijds pater R. Martin, een mediëvist, die Thomas ook op zijn historisch wordingsproces bestudeerde.

Krisismomenten?

Ja, er zijn daar in Leuven in die teologietijd wel ernstige krisismomenten geweest. Met name in 1941 werd een boek van pater Charlier en van père Chenu [Nouvelle Théologie] door Rome veroordeeld. Beide professoren werden uit hun professoraat ontzet. Pater De Petter mocht professor blijven maar werd afgezet als regens studiorum. Wat mij als theologiestudent toen het meest aansprak, werd door Rome gedesavoueerd [!]. Dat wás een klap! Maar de manier (volgens mij toen wel wat té dramatisch door pater De Petter beleefd) waarop hij dit heeft verwerkt, gehoorzaamde en toch tegelijk eigenlijk doorging [Volhoudend in de dwaling!] met zijn eigen filozofisch denken, was voor mij een richting en bemoediging.

[Marie-Dominique Chenu stond aan de oorsprong van de Nouvelle Théologie. In 1937 publiceerde hij de studie Une école de théologie: Le Saulchoir, waarin hij behalve de opzet van het studieprogramma van Le Saulchoir ook zijn visie op Kerk en theologie presenteerde, in feite het eerste werk van de Nouvelle Théologie. In 1942 werd dit boek vanwege de aanklacht van ketterij (neo-modernisme) op de Index geplaatst door Paus Pius XII. Chenu kon als adviseur van de bisschoppen van Madagaskar deelnemen aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), waar hij met andere jonge theologen, zoals zijn oudstudent Edward Schillebeeckx, grote invloed uitoefende op de totstandkoming van de constituties van dit concilie, het meest op Gaudium et Spes. In de jaren na dit concilie confronteerde Chenu zijn theologische visies met het marxisme en de bevrijdingstheologie.]

Na zeven jaar kloosterleven wordt u tot priester gewijd. Dat was in 1941. U studeert dan verder en behaalt in Parijs de titel van doctor en daarna in Rome die van magister in de theologie.

Het is natuurlijk niet zo vlug gegaan als u het nu resumeert. Toen ik in 1943 met mijn theologie klaar was, ben ik in Leuven in ons klooster docent geworden in de teologie. Pas in 1946, na de oorlog dus, kon ik naar Parijs [!] om mijn post-doctorale studie aan te vatten. Die tijd in Parijs is voor mij belangrijk geweest. Eigenlijk ging ik studeren aan Le Saulchoir, de teologische fakulteit van de dominikanen in Etiolles bij Parijs.

Daar heb ik ook père Chenu [!] leren kennen: hij gaf de teologie van de 12de eeuw in de Ecole des Hautes Etudes. Ik had veel kontakt met deze entoesiaste man, die ook mentor was van de prêtres-ouvriers in Parijs. [De beweging van priester-arbeiders. Puur marxisme! En dit terwijl de communisten in Oost-Europa de Christenen op grote en ongeziene schaal vervolgden!]

Ook met père Congar [!] heb ik toen kontakt gehad. En wie ik dan vooral heb leren kennen, was Albert Camus [Ook nog zo een linkse atheïst!], die veel bij de dominikanen in Parijs kwam. Het kwam tussen hem en een tiental dominikanen vaak tot diskussie. Hij kon met overtuiging affirmeren: ik vind het kristendom afschuwelijk, maar ondertussen waren kristenen zijn beste vrienden en kon hij bij de dominikanen niet wegblijven. Hij zag de opdracht van ons menszijn hierin, dat ieder binnen eigen kleine omgeving wat liefde moest uitstralen. Eigenlijk al een diep-kristelijke inspiratie!

[Mei '68 werd dus toen al voorbereid!]

Een paar jaar later - u bent nog altijd in Leuven - wijdt u een studie aan ‘Maria, moeder van de verlossing’. Houdt die thesis nog stand? Want in de nieuwe kerk lijkt de rol van Maria op zijn minst gehalveerd, om niet te zeggen dat ze volledig op de achtergrond is geraakt.

Wat ik in dat boekje heb geschreven, hou ik nu nog staande, al zal ik het nu allemaal wel anders formuleren. Tijdens het Concilie hebben vele bisschoppen en teologen gevraagd om een tijd te zwijgen over Maria, echter niet om haar dood te zwijgen. De Marialeer had een zelfstandige ontwikkeling ‘op zichzelf’ gekend, opgesteld uitsluitend door mannelijke mariologen, bovendien enigszins los van de teologie over Jezus en de Kerk. Men heeft de betekenis van Maria niet willen wegdrukken maar haar een juiste, evenwichtiger plaats willen geven in het kristelijk leven. Opvallend is ook dat in verband met het opkomende feminisme van de laatste jaren dit Mariaboekje van me, vooral in de Angelsaksische landen, nu weer naar boven is gehaald, omdat ik daarin reageer tegen een uitsluitend mannelijke voorstelling van God. In dat boek zie ik Maria als een soort reprezentatie of vertaling van de ook vrouwelijke en moederlijke trekken van God.

[Dit is de weg van het protestantisme.]

Wat waren uw eerste indrukken in Nederland?

Komend uit Leuven kwam katoliek Nederland mij toen filozofisch en teologisch veeleer behoudsgezind voor. Ik spreek dus wel van 1958 toen de doorbraak op kerkelijk gebied hier nog niet had plaatsgevonden.

U bent niet lang hier of u sticht het ‘Tijdschrift voor Theologie’. Met bedoelingen?

Natuurlijk. Ik wou een tijdschrift waarin de nieuwe teologie aan bod kwam. Ik was nog geen vier weken hier, geloof ik, of ik was er met de andere prof es oren over aan het praten. Ik had echter, in jeugdige overmoed, over het hoofd gezien dat hier aan de teologische fakulteit al een tijdschrift bestond, namelijk Studia Catholica. De kollega's voelden dan ook wel enig wantrouwen en dachten: die kerel is pas hier en wil al met een nieuw tijdschrift beginnen! Zij waren ook realistischer. En zo kwamen we, gezamenlijk, tot het besluit het oudere (toen niet onverdienstelijke) Studia Catholica om te dopen in Tijdschrift voor Theologie, waarvan ik dan de leiding kreeg.

In dit grote centrale studiehuis van de dominikanen, het Albertinum in Nijmegen, [dat intussen gesloten is!] komen de bewoners geregeld in de kapel samen voor de officies die nu korter zijn dan vroeger en volledig in het Nederlands. Sommige paters dragen nog de witte monnikspij; pater Schillebeeckx draagt ze nog als hij weet dat hij de hele dag het klooster niet uit moet, en op religieuze hoogdagen.

Komt dan de tijd van uw openbaar leven. U wordt teologisch advizeur van het Nederlandse episkopaat en oefent via die funktie een grote invloed uit op het Tweede Vaticaans Concilie. Hoe werd de Vlaming advizeur van de Nederlandse bisschoppen?

Nijmegen was toen de enige teologische fakulteit alhier. Vlak voor het Concilie, in 1961, had ik, na adviezen te hebben gekregen van een groep teologen en anderen, het herderlijk schrijven van de Nederlandse bisschoppen opgesteld. Daarin werd behandeld wat een concilie is en wat er in dit concilie besproken zou moeten worden. Ook werd er de kollegialiteit van paus en bisschoppen ampel uiteengezet. Die verklaringen hadden een grote weerklank, ze werden druk vertaald. Toen heeft kardinaal Alfrink [!] me gevraagd advizeur te worden samen met twee anderen: een juristcanonicus en de voorzitter van de Willebordvereniging. Zo is het gekomen dat ik met kardinaal Alfrink mee naar Rome ben gegaan. Ik bleek dus toen al ‘ingeburgerd’ in Nederland.

Bepaalde kringen in Rome waren daar niet zo mee gediend dat u die funktie waarnam. Welke kringen en waarom die tegenstand?

Maar iedere bisschop stond het vrij een of meer advizeurs mee te nemen. Dát nam men te Rome niet kwalijk. Maar met dat herderlijk schrijven waren ze in Rome niet zo gelukkig. En dat bleek de reden te zijn dat Alfrinks aanvraag om me tot officiële conciliedeskundige te laten benoemen (dat moest het Vaticaan zelf doen), nooit werd ingewilligd [!].

Weet u ook welke kringen die houding aannamen?

‘Rome’ is een veelzinnig begrip. Dat is moeilijk te zeggen of te doorzien. Ik neem aan dat het 't Heilig Officie is geweest, dus kardinaal Ottaviani. De paus zelf bleek van die weigering eigenlijk niet op de hoogte en heeft het toen ‘goedgemaakt’ door mij op een privé-audiëntie uit te nodigen, bij het slot van het Concilie.

Die kringen hebben u dat later betaald gezet [Vergelijk dit softe gedoe toen, met de vervolging van de Franciscanen van de Immaculata nu! Wie zijn dan de échte Katholieken?]

Er werd door de Kongregatie voor de Geloofsleer een kommissie samengesteld om al mijn werken te onderzoeken. Er blijkt zelfs een voorproces te zijn geweest, maar dat is op de een of andere manier, niemand weet precies hoe, uitgelekt. Heel het geval kwam in de wereldpers en nadien is er van een proces niets meer gehoord. Direkt of indirekt heb ikzelf van Rome daar nooit iets over vernomen.

[In juni 1984 had de Congregatie voor de Geloofsleer Schillebeeckx een schrijven gestuurd naar aanleiding van zijn boek Kerkelijk ambt, voorgangers in de gemeente van Jezus Christus (1979). Hij werd opgeroepen "de leer van de Kerk openlijk te erkennen". Zijn opvatting dat de apostolische opvolging voor de sacramentele wijding een niet-wezenlijk gegeven zou vormen voor de uitoefening van het priesterambt en bijgevolg voor het verlenen van de macht de Eucharistie te consacreren, werd in strijd bevonden met de Leer van de Katholieke Kerk.

Schillebeeckx is nooit voor zijn opvattingen veroordeeld. Wel verscheen er na het derde proces in de Osservatore Romano een 'Notificatio' van de hand van Kardinaal J. Ratzinger (destijds Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer), waarin wordt gewaarschuwd dat er in zijn tweede boek over het ambt enkele punten aanwezig zijn die niet helemaal overeenkomen met de officiële Leer van de Kerk.]

U brengt over dat Tweede Vaticaans Concilie verslag uit in twee boeken. Is daar een syntese van te geven?

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft veel zwaartepunten verlegd. Vóór het concilie werden kerk en hiërarchie (paus en bisschoppen, konkreet zelfs het Vaticaan) haast vereenzelvigd. Vaticanum II heeft een dekoncentratie bewerkstelligd, d.i. aksenten verlegd, en in velerlei richting. Om enkele hoofdlijnen samen te vatten: a. kerk werd nu vooral ‘het volk van God’, d.i. het gelovige volk; - b. het concilie legde vooral de nadruk op Jezus Kristus, rond wie gelovigen (d.i. de kerk) zich scharen; - c. ook werden rijk Gods en Kerk niet meer geïdentificeerd: kerk is het Godsvolk, samen op weg naar het rijk Gods; - d. bovendien werd behalve aan de Rooms-Katholieke kerk de 'eretitel' kerk van Kristus niet geweigerd aan niet-katolieke, kristelijke geloofsgemeenschappen; daardoor werd een ruimere oecumene in het perspektief gesteld; - e- grotere nadruk werd wellicht gelegd op de plaatselijke kerk, met haar eigen historische ervaringen die anders liggen hier en elders; - f. niet te vergeten: het concilie noemde de kristelijke kerk ‘sacramentum mundi’, d.i. teken van wat er in de wereld van mensen zou moeten gebeuren: eenmaking van, vrede onder de mensen; - g. ten slotte: Gods Geest is niet alleen werkzaam in de kerken, maar ook in de grote bewegingen in deze wereld, bewegingen die het welzijn, het recht (de menselijke rechten) willen bevorderen. (Pastorale Constitutie Gaudium et Spes ofte de kerk in de wereld van vandaag.) Dat zijn, naast vele andere, inderdaad nieuwe aksenten van het Tweede Vaticaans Concilie. - Ik wil er wel dit aan toevoegen: dit concilie heeft, in de zestiger jaren, wel het ongeluk of de tegenspoed gekend dat men in dit concilie - nadat de officiële kerk enkele eeuwen zich had verzet tegen menselijke en wereldlijke waarden - eindelijk wat sympatieker ging spreken over wetenschap en techniek, terwijl precies in diezelfde jaren heel de wereld, vooral die der jongeren, zich ‘maatschappij-kritisch’ ging uitspreken over en afzetten tegen deze wereld - in feite de westerse, burgerlijke maatschappij! Vlak na het concilie zijn allerlei nieuwe, post-conciliaire problemen naar boven gekomen, die het concilie helemaal niet heeft besproken. Vandaar, zij het na een eerste elan, een zekere stagnatie van het dynamisme van dit laatste concilie.

[Of deze accenten effectief verlegd werden, zoals Schillebeeckx beweert, is nog maar de vraag. Wat wel duidelijk is, is dat Vaticanum II door de modernisten werd gezien als een soort van anti-concilie tégen Vaticanum I. Schillebeeckx merkt ook zeer terecht op, dat de Kerk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie zich meer voor de wereld ging openstellen. Slechts enkele jaren later ging de studerende jeugd zich echter net verzetten tégen die 'burgerlijke' wereld, die de Kerk net had omarmd. Waarschijnlijk was het marxisme de nieuwe ideologie die door de jeugd werd omarmd, net ter vervanging van de Katholieke Leer!]

Een ander heet hangijzer raakt u aan in ‘Het ambtscelibaat in de branding’ (1966). 'Wat was toen uw standpunt en is het dat nog?

Ja, als men de bedoeling van het boek niet kent, kan men het verkeerd lezen. Ik ben voor de ontkoppeling, d.i. de niet-verplichte binding van het celibaat aan het ambt (of priesterschap). Celibaat is een charisma en moet in alle vrijheid geaccepteerd kunnen worden. Maar de bedoeling van het boek lag hierin: ik verkeerde toen in de stellige overtuiging dat de kerk die ontkoppeling niet meer kón tegenhouden. En ik dacht dat dit, indien niet goed voorbereid, een klap zou zijn voor veel katolieken die een gehuwde, die tevens priester zou zijn, zich niet kunnen voorstellen. Voorzichtig heb ik ze in mijn boek daar op willen voorbereiden. Sommigen hebben daaruit zelfs begrepen dat ik tegen de ontkoppeling was. Mijn stelling was, en is, dat het celibaat vrijelijk geaccepteerd moet worden. Het was dus niet zozeer mijn bedoeling de ontkoppeling te verdedigen als wel de mensen voor te bereiden op een komende ontkoppeling.

[Waar hebben we dat nog gehoord?]

Hoe verklaart u dat zovelen het ambt verlaten?

Men kan moeilijk ontkennen dat de verplichte koppeling van ambt (priesterschap) en celibaat daar ook een rol in speelt. Maar ik denk: veeleer ondergeschikt. Hoofdzaak, is: de jongeren willen zich niet identificeren met het ‘instituut’ kerk, om in hun werk niet alle kritiek die men heeft tegen dit instituut (terecht, of ten dele ten onrechte) ook tegen henzelf te zien gekeerd. Ze willen zich inderdaad geven aan de kerk, d.i. aan gelovige gemeenschappen van kristenen, maar ze verzetten zich ertegen om zich te laten kwalificeren als de vertegenwoordigers van dé kerk, waartegen zoveel kritiek wordt gehoord. Daarom willen ze zich, niet als ‘officiële priesters’ van dé kerk, maar als pastores van deze konkrete gelovige - of naar geloof zoekende - gemeenschap opstellen. Ten slofte, wij hebben hier in Nijmegen toch ongeveer 300 jongens- en meisjesstudenten die teologie studeren omdat ze geloven dat zij, vanuit de kristelijke heilsboodschap, voor kerk en wereld zinvol werk kunnen verrichten, - hoewel slechts enkelen van hen priester willen worden. Is dat nu ‘afbraak’ of niet veeleer ook een belofte? Nieuwe, andere kansen?

[Merkwaardig. Men wil blijkbaar pastoor spelen, maar men wil zich niet identificeren met dé Kerk! Dit is intellectueel toch een absurde positie!]

Er is bij vele kristenen door al die zwenkingen in godsdienst en kristendom diepe ‘verontrusting’ ontstaan. [Inderdaad. Indien men één ding verandert, komt alles op losse schroeven te staan.]

Inderdaad! Allerlei kleine hervormingen tuimelen over elkaar heen en alvorens ze uitgeprobeerd zijn, komt er alweer iets nieuws. Vooral, al die vernieuwingen zijn van boven af gekomen: van de paus, de bisschoppen, zelfs de pastoor [!]. En de gelovigen, om wie het toch eigenlijk gaat, zijn er meestal niet bij betrokken geweest. Zij hadden geen inspraak ter zake. Tot vernieuwing forceren (hoezeer die vernieuwing ook noodzakelijk is), leidt meestal tot niets [!]. Bovendien, sociaal-psychologisch is de mens niet bestand tegen voortdurende veranderingen. Men wil ook eens wat rust. Kristendom is maar authentiek, echt dus, als het ook mislukking of falen een plaats kan geven!

[Hetgeen Schillebeeckx hier in 1977 zegt, is toch ronduit schandalig! Men heeft de gelovigen al die 'vernieuwingen' opgedrongen, terwijl die gelovigen daar niet om gevraagd hebben! En de 'vernieuwingen' gaan nog steeds door! Hoe dit alles te rijmen valt met de Geopenbaarde Waarheid is nog een andere vraag!]

Aan de andere kant schijnt het nieuwe model waarin de kristen het geloof waar moet maken, niet zo een grote aantrekkingskracht uit te oefenen.

Allereerst, een kerk die vier eeuwen lang uniform was, d.w.z. vastgepind op tot in de kleinste details vastgelegde voorschriften, zonder mogelijkheid van enige kreatieve expressie van de kant van de gelovigen, b.v. in de liturgie, kun je niet binnen tien jaar hervormen. Het gregoriaans, dat toch prachtige, ook voor mij ontroerende hoogtepunten kent, is evenmin binnen tien jaar tot stand gekomen. Ook daar ging een hele periode aan vooraf: van banale, zelfs rauwe wijsjes tot, ten slotte, die sublieme hoogtepunten die we nu node missen. Hetzelfde maken wij nu in deze overgangstijd mee. Naast banale liedjes, die ons vol heimwee naar het gregoriaans doen terugzien, zijn er enkele hoogtepunten in de nieuwe, huidige liturgie [Allemaal illusies!]. Het gaat om ups and downs. Dat is toch eigen aan een experimentele periode, of niet? We moeten de moed hebben om, terwille van de religieuze kern, sommige verworvenheden op esthetisch gebied prijs te geven [LOL]. Vernieuwing vráágt ook een zeker vaarwel zeggen aan wat ons lief was, maar wat niet de kérn van het geloof in het geding brengt. [Allemaal illusies!]

Er bestaan duidelijk, progressieve kristenen en conservatieve. De progressieve zijn voor u de betere kristenen?

Nee! Dat zal ik nooit zeggen! Conservatieven kunnen authentieker kristen zijn dan zgn. progressieven, en omgekeerd. Daar kun je moeilijk over oordelen. Maar zaak is: de toekomst van de kerk, van het kristendom. En met het oog daarop moet je de groeiprocessen in wereld en kerk bevorderen. Met dat zgn. onderscheid tussen conservatieven en progressieven raakt u natuurlijk aan het probleem van de huidige polarisatie [!]. Voor sommigen gaat de vernieuwing te vlug, voor anderen te traag. Wat de enen een groeiproces noemen, is voor anderen een afbraak- of afvalproces [Inderdaad!]. Men gaat in zo'n situatie zwart-wit denken en iedereen bijt zich vast in eigen standpunt. Sommigen spreken zelfs van een soort samenzwering van priesters en teologen die de kerk kapot willen maken! [Het is maar dat U het weet.]

Kan men de situatie ook niet omdraaien? Dat progressieven ook zo staan tegenover conservatieven, dat progressieven ergernis geven?

Inderdaad. Zelf vind ik dat er geloofsbarmhartigheid nodig is tegenover gelovigen die - zoals men dat dan noemt - niet meekunnen [Wij kunnen niet mee! Waar zijn al die 'vernieuwers' die al afgehaakt hebben???]. Vernieuwingen moeten verantwoord worden, uitgelegd en begeleid worden. Dit is hier en daar te weinig gebeurd. Maar er is ergernis én ergernis! Het kristenzijn van anderen ergeren, is jammer; dat mag niet. Doch men kan ook bourgeois-opvattingen ergeren; en zulk een ergernis kán gevraagd worden door de kristelijke boodschap. De ergernis, waarover soms sprake is, is geen kristelijke ergernis, maar ergernis van vermeend-kristelijke visies! En dat is een geoorloofde ergernis - hoezeer men ook hier de mens in ere moet houden, ook al denkt hij burgerlijk. [Woorden, woorden en nog eens woorden. Het is gewoon de strijd tegen de vermeende bourgeoisie! Een ordinaire klassenstrijd! Zoals Bergoglio met zijn 'armen' nu!]

Velen die de kristelijke heilsverwachting hebben afgeschreven, schijnen te geloven dat de marxistische heilstaat het geluk zal brengen. [De marxistische heilstaat!]

Denken dat het met de mens in orde is als alle structuren zijn veranderd, lijkt me een illusie. Vaak zijn revolutionaire vernieuwingen een aflossing in de machtsverhoudingen. Dit mag echter ook geen alibi worden om er dan maar niets aan te doen. Maar in een heilstaat geloof ik niet. Vanaf het ogenblik dat marxisme dogmatisch wordt, is het een bedreiging van ons mens-zijn zoals elk dogmatisme; dan is er ook geen dialoog meer mogelijk. Maar een kristelijke heksenjacht tegen marxisme lijkt me meer bourgeois dan kristelijk! [De marxistische heilstaat dus! In 1977 waren de misdaden tegen de mensheid van de marxisten al bekend! Maar, denk niet dat Schillebeeckx ze veroordeelt! De 'heksenjacht' tegen de pedofielen binnen de Kerk is ook zeker 'bourgeois'? Je kan merken, dat voor de modernisten, 'christelijk' eerder 'pastoraal' en 'laksheid' betekenen. De hel is blijkbaar afgeschaft! Ik denk dat sommigen nog gaan opkijken!]

U hebt op 2 februari 1974 in Leuven een eredoctoraat in de godgeleerdheid ontvangen. Dat was een mooie revanche op het verleden?

Sommigen hebben het zo geïnterpreteerd. Maar dat was geenszins in het geding. Men heeft me enkele jaren geleden wel graag als professor in Leuven gehad, maar ik ben nu al ruim achttien jaar in Nijmegen en voel me daarom verplicht tegenover de Nijmeegse universiteit. Nu heeft ‘Leuven’ me wel gevraagd om af en toe ‘gastprofessor’ te zijn en sindsdien heb ik al een keer gedurende twee maanden kolleges gegeven in Leuven (in 1974).

In uw homelie hebt u toen o.m. het volgende gezegd: ‘Wij, teologen, hebben de kloof tussen teorie en praxis niet kunnen overbruggen, - integendeel, zij is breder en dieper geworden. Wij hebben de vragen die de gelovigen zich voortdurend stellen, niet of te weinig tot de onze gemaakt en we zien scherper dan ooit hoe het vuur, zowel tot menselijke bevrijding als tot kontemplatieve verstilling, uit onze kristelijke broederschap verdwijnt en oplaait buiten onze kristelijke kerken; en we zijn niet bij machte deze brand naar binnen te doen inslaan. Wij zijn blijkbaar vooral en alleen doende namens Kristus elkaar de kerk uit te bannen.’

[In uw homelie hebt u toen o.m. het volgende gezegd: ‘Wij, teologen, hebben de kloof tussen theorie en praxis niet kunnen overbruggen, - integendeel, zij is breder en dieper geworden. Wij hebben de vragen die de gelovigen zich voortdurend stellen, niet of te weinig tot de onze gemaakt en we zien scherper dan ooit hoe het vuur, zowel tot menselijke bevrijding als tot kontemplatieve verstilling, uit onze kristelijke broederschap verdwijnt en oplaait buiten onze kristelijke kerken; en we zijn niet bij machte deze brand naar binnen te doen inslaan. Wij zijn blijkbaar vooral en alleen doende namens Kristus elkaar de kerk uit te bannen.’

Eerlijk, maar schandalig! En dat reeds in 1977! En onze bisschoppen doen maar door!]

Is dat toch niet toegeven dat de vernieuwing niet geslaagd is? En wat ziet u als remedie?

Ja, ik moet wel toegeven dat er in de kerk, laat ik zeggen, drie blokken zijn: de hiërarchie (paus, bisschoppen, priesters in de zielzorg), de universitaire of akademische teologie en het gelovige volk. En ik denk dat er tussen deze drie blokken een enorme kommunikatiestoornis is. Teologen zijn met hun ‘akademische problemen’ bezig, de hiërarchie met haar problemen en tussen beide staan de gelovigen: in de kou! Een remedie? Ik geloof dat we allen tezamen - hiërarchie, teologen en het gelovige volk - vooral bezig moeten zijn met de reële problemen, vragen en noden van de mensen. In dialoog, in samenspraak. En niet de hiërarchie met haar bezorgdheid om haar gezag, - niet de teologen met hun eigen, vaak voor de mensen vreemde problematiek, maar gezamenlijk bezig zijn met de konkrete, reële levende mensen! En dat de kerk juist daarbij - niet te vroeg maar ook niet te laat - de naam ‘God’ laat vallen als reële levensweg.

Ik heb wel eens de indruk dat vele - progressieve - kristenen Kristus een hartelijk schouderklopje geven en knipogend zeggen: wij met zijn tweeën brengen dat wel voor mekaar. Laten we de oude daarboven maar voor wat hij is.

De zgn. ‘Dood van God’-theologie [!] heeft als zodanig een zeer kortstondig bestaan gekend en feitelijk niet eens binnen de katolieke theologie [?]. In het kristendom gaat het inderdaad om Gód. Maar God is niet los verkrijgbaar. Ik bedoel dit: Hij is alleen in vertaling te benaderen. En er zijn vele vertalingen van God. Sommigen ervaren Hem in de mooie, nietvervuilde natuur of in het grootse van het heelal. Kristenen geloven dat Jezus, de Kristus, de beste vertaling van God is. Vroeger heeft men echter Jezus zo tot God verklaard dat zijn mens-zijn nagenoeg verdween. Maar juist dit menszijn moet ons zeggen en laten zien wie God is en hoe Hij mensen bejegent. Hoe meer je de nadruk legt op de menselijkheid van Jezus, hoe meer je nagaat hoe hij als mens mensen bejegent, des te beter leer je God kennen. Dat bedoelen de zgn. moderne Jezusinterpretaties of kristologieën. Ze willen God niet wegdrukken maar Hem in Jezus' menselijkheid ons juist naderbij brengen. Als je dat mens-zijn van Jezus niet beklemtoont, weet je tenslotte niet wát je zegt als je beweert dat Jezus Gód is. Dat zou ik sommigen te bedenken willen geven!

[Het is inmiddels bekend, dat Leo 'Kardinaal' Suenens een grote aanhanger was van de zgn. ‘Dood van God’-theologie!!!

Over Suenens en zijn ‘Dood van God’-theologie:

http://kavlaanderen.blogspot.be/2013/04/leo-kardinaal-suenens-was-een.html

'Kardinaal' Suenens de vrijmetselaar en Schillebeeckx de meeloper?]

Bron: Joos Florquin. 1977. Ten huize van... 13. Brugge.

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Beste Guardian Angel, je maakt te veel woorden vuil aan dit stuk vuil. Nouvelle Théologie is braaf vergeleken met Schillebeeckx. Misschien dat Nouvelle Théologie hem te theologisch was.

In zijn doctoraal werk ‘Op zoek naar de levende God’ introduceer hij Nederlandse theologen in de Nouvelle Théologie van Chenu, Congar, Hans Urs von Balthasar en anderen. ***

‘Op zoek naar een levende God’ introduceert theologen... Ja, tot wat eigenlijk?

Eerst en vooral, iedereen die op zoek is naar de “levende God”, raad ik het Nieuwe Testament te lezen, dat is een heel boek over de levende God. En daar knelt het schoentje. Men heeft opgehouden de bijbel als Geopenbaarde Waarheid te aanvaarden. Niet voor niets dat Thomisme aan de kant werd geschoven werd om plaats te maken voor Exegese, want van die levende God in het NT wilden Schillebeekcx niets weten, daarom is hij maar de oorsprong van de Bijbel gaan onderzoeken, om te onderzoeken waar die ‘fantasie’ in de Bijbel vandaan kwam.

En welke inzichten heeft Schillebeeckx ontdekt door zijn exegese?

In ‘Jezus: Een experiment in Christologie’, (1974) schreef hij:

“... we ons niet moeten inbeelden dat het geloof van de Apostelen in ‘Verrezen Jezus’ veroorzaakt was door het lege graf en de verschijningen.... De nieuwe levenswijze die Jezus hen tijdens hun leven geleerd had, heeft haar mening niet verloren bij Zijn dood.... Maar het lege graf betekende het begin van de tradities." Het lege graf was volgens Schillebeeckx een “onnodige hypothese” omdat “...een eschatologische lichamelijke verrijzenis, theologisch gezien, heeft niets met een lijk te maken.”

Totale wartaal, tenzij Schillebeeckx letterlijk bedoelde dat Jezus helemaal niet verrezen is, en als het niet aan internationale druk gelegen had, had Ratzinger, Schillebeeckx verketterd voor de inquisitie.

Ik neem aan dat die “internationale druk” in de vorm van Suennens en Alfrink kwam.

Dat was al in 1976.

In 1984 had Ratzinger Schillebeeckx opnieuw uitgenodigd. Dit keer omwille van zijn boekje “Kerkelijk ambt, voorgangers in de gemeente van Jezus Christus” (1979). (“Voorganger”, “Gemeente”) waarin hij de priesterwijding als waardeloos beschreef:

“...de apostolische opvolging voor de sacramentele wijding vormt een niet-wezenlijk gegeven voor de uitoefening van het priesterambt en bijgevolg voor het verlenen van de macht de Eucharistie te consacreren.” (******)

Ratzinger heeft hem toen opnieuw de raad gegeven "de leer van de Kerk openlijk te erkennen". Maar een verkettering bleef uit.

En dan vraag jij je af waarom Danneels kwaad uit het conclaaf weggelopen is toen Ratzinger tot paus verkozen werd. Danneels zal in zijn broek gedaan hebben en moest zich snel gaan verfrissen, of Danneels zal bang geweest zijn dan indien hij niet snel van Vaticaanstad vluchtte, dat hij iets later de kans niet meer gekregen zou hebben.

___
*** een eerste uitweiding: Schillebeeckx introduceerde Congar en co. in de Kerk. De ‘Kerk’ is Congar en co. gaan opzoeken. Niet omgekeerd. Maar het lijkt mij dat Congar en co, alsook Lutheranen en co. nog in de Bijbel geloofden, terwijl Schillebeeckx helemaal niets meer geloofde.

(******) een verdere opmerking: “Apostolische opvolging” in deze context klinkt raar. Het is niet alleen bijzonder Anti-Paus, maar ook, lees eens opnieuw;

“...de apostolische opvolging voor de sacramentele wijding vormt een niet-wezenlijk gegeven voor de uitoefening van het priesterambt...”

Dit is ook een anglofiele houding, die Anglicaanse “priester” tot volwaardig priester maakt, alsook de Lutheraanse predikanten, alsook mijn kotmadam.

Anoniem zei

jongens toch zoveel woorden vuil maken aan al uw studies om "priester" te worden
ik ben mijn jobke kwijtgeraakt om tegen abortus te zijn op mijn werk en dan later 16 jaar loodzware arbeid om mijn oude maar heilige Moederke te verzorgen,CHRISTEN ZIJN heren is DOEN hetgeen Jesus zei"als ge Mij liefhebt onderhoudt dan mijn geboden,dat kunt ge ook zonder al uw theologische interpreteerbare zever,DOE gewoon hij u VRAAGT en ge zult God zien,OOK misschien dan alleen als ge het evangelie ziet als een kind,en ge DOET hetgeen Hij U zegt
er wordt hier veel te veel gezeverd door geleerde mannen die schermen met hun academische kennis,maar van het evangelie niets begrijpen,of ge nu priester,bisschop of paus zijt,geen centimeter helpt u dat in het Pardadijs als ge niet als een onschuldig kind opkomt voor de Waarheid die God is en die alles wat ik doe in mijn leven bepaal,en waarvoor ik mijn jobke verloor in 1980 en toch door zo weinig mensen gesteund werd

de apostelen waren ook geen geleerde priester,hoe meer ge van die zaken als filosofie en theologie studeert hoe minder ge God begrijpt,ik heb geen priesters en pausen nodig,valse profeten zijn het,verraders van Jezus,enkel iemand als pater Pio,dat spreekt mij aan,iemand die een kat een kat noemt en zonde zonde en niet rond de pot draait

Anoniem zei

Uitstekend werk dit interview met kritisch commentaar zeer breed onder de ogen te brengen: het geeft een zelden realistisch beeld van de situatie in 1977 als reeds duidelijk alle symptomen van de catastrofe te zien waren en toch nog volmondig over de vele (300) jonge studenten theologie die alles gingen veranderen, gesproken wordt.

Een vertaling in het engels is daarom edizeer wenselijk.

Anoniem zei

4 Bemerkingen:

1. De revolutionaire mentaliteit in de kerk gaat, zoals reeds in dit interview aangeduid, terug tot in de jaren 40 (o.a. ook A. Dondeyne) en zelfs veel verder, tot het einde van de 19e eeuw met het personalisme (A. Loissy), het modedrnisme en het relativisme (hierop wird reeds door Lionel Nagels in "Positief" verwezen)
Het primaat van de Absolute Waarheid werd daarentegen door P. Kolbe aangehangen en geleefd; en was ook de basis van het werken van Msgr. Lefebvre.
(Diens theologische raadgever was P. Sarto OP, eveneens dominicaan; zijn papieren blijven nog steeds achter slot en grendel bij de orde in Frankrijk omdat te openhartig en gevaarlijk voor de Modernisten).
2. Het valt geweldig op hoe de modernistische promotoren van het concilie niet meer besproken worden resp. zedig doodgezwegen: Suenens, Alfrink, Lercaro...Döpfner had op zijn sterfbed zwaar berouw.
Al deze " brightest Boys" waren uiteindelijk verantwoordelijk voor de grootste catastrofe die de Kerk overkwam sedert de reformatie.
3.Natuurlijk komt ook de afschaffing van het celibaat ter sprake- faktisch de overname van protestantse posities.
Waarom nu uitgerekend de katholieke kerk verbetering kan krijgen door het slaafs naapen van een protestantse eigenheid, waar de evangelische kerken bvb. in Duitsland nog veel meer in de crisis zitten, is total onklaar. Eerder het tegendeel ervan!
4. Sedert 50 jaar wordt gesproken over de "vruchten van het concilie" en (1977: Schillebeeckx en zijn vele jonge Theologen/2008 Bonny met zijn nieuwe aanpak).
Dit ging en gaat parallel met een geweldige afbraak van het geloofsleven, een vernietigingsveldtocht tegen de Usus antiquior en met een explosie van pedo- en homofilie.
Daarover heeft Schillebeeckx niets meer gezegd: zijn ideeen werden steeds verwarder.
Zeer merkwaardig is zijn boekje tesamen met Oosterhuis (daar met het "Huis van Liefde" geassocieerd)(Of de berichtgeving van De Tijd in de jaren 70 hier gerefereerd wordt?)
Het klinkt brutaal en is toch zo: Zizania (Waterrijst)!

Anoniem zei

En Passant: de neergang van de dominikanenorde in Vlaanderen is nog faliekanter als bij de jezuieten.
Volgens hun eigen homepage (laatste stand: 2009) waren er 48 man in 7 huizen; over de verdere evolutie worden er geen cijfers meer aangegeven.
Op hun eigen homepage wordt niet eens meer naar nieuwe roepingen of geinteresseerden gevraagd- de grote vraag of er tenminste nog roepingen zijn, hebben ze daarmee zelf beantwoord.
Het tijdschrift "Kultuurleven" wird in 2000 bij zijn 70e verjaardag gesloten; de vlamingen hebben dat naar het schijnt niet Meer nodig.
Het "Tijdschrift voor Geestelijk Leven" wird van papier op internet omgesteld en dan direkt naar Nederland overgebracht.
De grote clou: zoekend naar de grote vlaamsgezinde Pater Callewaert OP, door Schillebeeckx hier met geen woord genoemd, stootte ik in Google op een verwijzing bij de vlaamse dominicanen; dit aanklikkend stelt men dan vast dat deze tisten P. Callewaert van hun internetsite verwijderd hebben.
Wat hun prekenaangebod en de aankondigingen van hun missen betreft: voor 6 maanden trad plots een totale stilte op in de aether. Voor kort werd weer iets gepost, maar her en der- de grote worp der nieuwe evangelizering is het nu niet bepaald.
Dit is niet het licht dat in de duisternis schijnt, niet eens een flakkerend kaarsje- dat schijnen veel meer de laatste flikkeringen van een bijna kapotte gloeilamp te zijn direkt voor de kortsluiting.
Wanneer men dan nog eens het lange interview met Schillebeeckx leest, ziet men eerst goed hoe verblind de heersende westelijke theologen waren en hoe ze het kerkvolk in de vernietiging joegen- zoals de generaals in Verdun, aan de Somme en bij Passchendaele.

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

Raymond Kardinaal Burke: ‘We have to judge acts’

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Raymond Kardinaal Burke

Raymond Kardinaal Burke
Curie-Kardinaal en Prefect van de 'Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur', zei op 13 december 2013: "Het 'Evangelii Gaudium' van Bergoglio behoort NIET tot het Pauselijke Magisterium"

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer