donderdag 28 februari 2013

De laatste uren...


De laatste toespraak van Paus Benedictus XVI

Laatste Zegen van Paus Benedictus XVI van op het balkon van het Apostolisch Paleis te Castel Gandolfo


De laatste publieke woorden van Paus Benedictus XVI:

"Ik dank u uit de grond van mijn hart, lieve vrienden! Ik ben blij om bij u te zijn, omringd door de schoonheid van de schepping. Vanaf 8 u. vanavond zal ik niet langer Paus zijn. Ik ben dan gewoon een pelgrim die begint aan de laatste fase van zijn pelgrimstocht hier op deze aarde. Maar, ik wil nog met mijn hart, met mijn liefde, met mijn gebed, met mijn reflectie, werken voor het welzijn van de Kerk en voor het algemeen welzijn van de mensheid. En ik voel me sterk ondersteund door uw genegenheid. Laten we samen vooruit gaan met de Heer voor het welzijn van de Kerk en de wereld. Ik zal u nu mijn apostolische zegen geven. + . Ik dank u allen. Buona notte!"

Paus Benedictus XVI


Om 8 u. vanavond zal de declaratie in verband met de troonsafstand van Paus Benedictus van kracht worden. De Roomse zetel zal dan vacant zijn.

Libanese TV toont wat de VRT 'vergat' uit te zenden...

Paus Benedictus arriveert in Castel Gandolfo

Paus Benedictus verlaat het Vaticaan

Paus Benedictus belooft absolute gehoorzaamheid aan de volgende Paus

Paus Benedictus en de jeugd

Castel Gandolfo

Paus Benedictus


Rome Today


Rome Tonight


Nachtwake op het Sint-Pietersplein 27-28 februari 2013


woensdag 27 februari 2013

De laatste algemene audiëntie van Paus Benedictus



Onderstaand de belangrijkste delen uit de toespraak van de Heilige Vader:

“Beste broeders en zusters [...] Op dit moment strekt mijn geest zich uit tot de hele Kerk, verspreid over de hele wereld. Ik dank God voor het ‘nieuws’ dat ik tijdens deze jaren van het Petrusambt heb mogen ontvangen over het geloof in de Heer Jezus Christus. Over de liefde die het lichaam van de Kerk doorstroomt en haar doet leven in liefde. Over de hoop die ons opent en richt naar de volheid van het leven, in de richting van ons hemels vaderland. [...]

Op dit moment heerst in mij een groot vertrouwen, omdat ik weet, en wij allemaal weten, dat het Woord van het Leven van het Evangelie de kracht is van de Kerk. Het is haar leven. Het Evangelie zuivert en vernieuwt, draagt ​​vrucht waar de gemeenschap van gelovigen naar hem luistert en de genade van God verwelkomt in waarheid en in liefde leeft. Dat is mijn vertrouwen, dat is mijn vreugde.

Toen ik op 19 april bijna acht jaar geleden, heb ingestemd het Petrusambt op mij te nemen, hield ik mij vast aan deze zekerheid die mij altijd begeleid heeft.

Op dat moment, zoals ik al herhaaldelijk heb uitgesproken, weerklonken deze woorden in mijn hart: Heer, wat vraagt U van mij, en waarom vraagt U het van mij? Het is een zware last die U op mijn schouders legt, maar als U het bent die het mij vraagt, dan zal ik op Uw Woord mijn netten uitwerpen, ervan overtuigd dat U mij leidt. En de Heer heeft mij waarlijk geleid, is Hij mij nabij geweest en ben ik in staat geweest elke dag zijn aanwezigheid te ervaren.

Het is een stukje van de reis van de Kerk, met zijn momenten van vreugde en licht, maar ook met momenten die niet makkelijk waren. Ik heb mij gevoeld als Sint Petrus met de apostelen in de boot op het Meer van Galilea: de Heer heeft ons zovele dagen gegeven met zon en zachte bries, dagen met vis in overvloed. Er zijn ook momenten geweest waarop de wateren van streek waren en de wind tegen stond, zoals in de hele geschiedenis van de Kerk. En de Heer leek te slapen.

Maar ik heb altijd geweten dat de Heer ook in de boot was. Ik heb altijd geweten dat het schip van de Kerk niet van mij is, dat die niet van ons is, maar dat hij van Hem is en Hij hem niet zal laten zinken. Hij is het die stuurt, ook door de mannen die Hij heeft gekozen, want dat is hoe Hij het wilde. Dit was en is een zekerheid die door niets kan worden verduisterd. En het is daarom dat mijn hart vandaag vol dankbaarheid is tegenover God: dat Hij de hele Kerk en ook mij nooit heeft zijn troost, zijn licht, zijn liefde heeft onthouden.

We zijn in het Jaar van het Geloof, dat ik wenste om juist ons geloof in God te versterken tegenover een context waarin Hij steeds meer op de achtergrond lijkt te raken. Ik wil ieder van ons uitnodigen ons vaste vertrouwen op de Heer te vernieuwen, om ons als kinderen toe te vertrouwen aan de armen van God, verzekerd dat deze armen ons altijd zullen beschermen en ons toestaan van dag tot dag voort te gaan, ook in moeizame tijden. Ik zou willen dat ieder van ons zich geliefd weet door de God die zijn Zoon voor ons gegeven heeft en ons zijn mateloze liefde heeft getoond. Ik zou graag willen dat ieder de vreugde voelt christen te zijn.

Een mooi morgengebed zegt: ‘Ik aanbid U, mijn God, en ik hou van U met heel mijn hart. Ik dank U voor het feit dat U mij geschapen heeft en tot christen heeft gemaakt.’

Ja, wij zijn blij met de gave van het geloof, het is het meest kostbare goed, dat niemand ons kan ontnemen. Laat ons de Heer daarvoor iedere dag danken met gebed en met een consequent christelijk leven. God houdt van ons, maar Hij wacht op onze liefde voor Hem!

In deze laatste maanden had ik het gevoel dat mijn krachten waren afgenomen. Ik heb God in gebed met grote aandrang gevraagd om mij met Zijn licht te verlichten en mij te helpen de beste beslissing te nemen, niet voor mijn eigen welzijn, maar voor het welzijn van de Kerk. Ik heb deze stap genomen in het volle besef van het gewicht ervan en ook van de nieuwheid, maar met een diepe geestelijke sereniteit. De Kerk liefhebben betekent ook de moed hebben om moeilijke en pijnlijke beslissingen te nemen, en altijd het welzijn van de kerk in het oog te houden en niet dat van zichzelf.

Sta mij toe om nogmaals terug te keren naar 19 april 2005. De ernst van de beslissing is juist ook gelegen in het feit dat vanaf dat moment, ik voor altijd en eeuwig door de Heer in beslaggenomen was. Altijd: degene die het Petrusambt aanvaard, heeft geen eigen leven meer. Hij behoort altijd en volledig toe aan allen, aan de gehele Kerk. Zijn leven is, om zo te zeggen, geheel ontdaan van de privé-dimensie. Ik ben in staat geweest om te ervaren, en ik ervaar het ook nu, dat men het leven precies ontvangt in het weggeven ervan.

Eerder heb ik al gezegd dat veel mensen die de Heer liefhebben ook de opvolger van Sint Petrus beminnen en hem waarderen; dat de paus werkelijk broeders en zusters, zonen en dochters heeft over de hele wereld, en dat hij zich veilig voelt in de omhelzing van hun gemeenschap, omdat hij niet meer aan zichzelf toebehoort, maar behoort tot allen en allen behoren tot hem.

Het ‘altijd’ is ook een ‘voor altijd’: er is geen weg meer terug naar het private. Mijn beslissing om de actieve uitoefening van het dienstwerk neer te leggen verandert daar niets aan. Ik keer niet terug naar het privéleven, een leven van reizen, vergaderingen, recepties, conferenties, enz. Ik laat het kruis niet in de steek, maar ik blijf op een nieuwe manier verbonden met de gekruisigde Heer. Ik draag niet meer het gezag over het bestuur van de Kerk, maar met de dienst van het gebed blijf ik zogezegd binnen de beslotenheid van Sint Petrus. St.-Benedictus, wiens naam ik draag als paus, zal hierin een groot voorbeeld voor mij zijn. Hij toonde ons de weg naar een leven dat, actief of passief, volledig toebehoort aan het werk van God.

Ik dank allen en iedereen ook voor het respect en het begrip waarmee u deze zeer belangrijke beslissing hebt ontvangen. Ik zal de reis van de Kerk voortzetten en met gebed en reflectie begeleiden, met dezelfde toewijding aan de Heer en aan zijn Bruid, die ik tot vandaag elke dag heb geprobeerd te beleven en die ik altijd zal willen blijven beleven.

Ik vraag u voor mij tot God te bidden, en vooral om te bidden voor de kardinalen die geroepen zijn tot hun belangrijke taak, en voor de nieuwe opvolger van de apostel Petrus: moge de Heer hem vergezellen met het licht en de kracht van zijn Geest. [...]”

Bron: Katholiek Nieuwsblad

Durante la última audiencia general del Papa:


De laatste algemene zegen van de Heilige Vader

MEMENTO - Vaticano, 19 April 2005 om 18.03 u. - Het begin van de Hermeneutiek der Continuïteit'

Over de Pauselijke Monarchie

Paus Benedictus XVI
Ring van Paus Benedictus
De Troon
Tiara van Paus Benedictus XVI
Tu es Petrus

zondag 24 februari 2013

Het Laatste Angelus van Paus Benedictus XVI


Laatste Angelus


Angelo Kardinaal Bagnasco, Aartsbisschop van Genua, zegt dat het voorbeeld van Paus Benedictus aanzet om de Kerk op een waarachtige manier te vernieuwen

De Pauselijke Academie voor het Leven - Statement over de zogenaamde 'morning-after-pil' (31 oktober 2000): "De 'morning-after-pil' is een chemisch geïnduceerde abortus"

De morning-after-pil belet de innesteling van het bevruchte eitje (= een embryo) in de baarmoeder.

De anti-innestelingswerking van de morning-after-pil is in feite niets anders dan een chemisch geïnduceerde abortus.

De zwangerschap begint bij de bevruchting en niet met de innesteling van het bevruchte eitje.

Er is dus duidelijk sprake van een zwangerschap die afgebroken wordt, geaborteerd wordt.


BRON:

http://www.vatican.va/roman_curia/pontifical_academies/acdlife/documents/rc_pa_acdlife_doc_20001031_pillola-giorno-dopo_en.html

Vijf jaar geleden verklaarde Bisschop, nu Kardinaal, Elio Sgreccia (Vice-Voorziter van de Pauselijke Academie voor het Leven van 1996 tot 2005 en Voorzitter van 2005 tot 2008), dat de 'morning-after-pil' niet gebruikt mag worden, zelfs niet in gevallen van verkrachting

"Volgens bisschop Sgreccia kan de morning-after-pil niet worden toegediend door Katholieke geneesheren. De enige Vaticaanse richtlijn over dit onderwerp, die in 2000 werd uitgebracht door de Pauselijke Academie voor het Leven, betreft een absoluut verbod op het gebruik van de pil."

http://www.lifesitenews.com/news/archive//ldn/2008/feb/08022906

Duitse Katholieke artsen verzetten zich tegen de aborterende en nu schismatieke Duitse bisschoppenconferentie: "Katholische Kliniken und Vergewaltigung: der Skandal wird immer skandalöser!"

Ärztevereinigung St. Lukas e.V. - Katholiken im Gesundheitswesen


Website:

http://www.kathmed.de/


Het document waarin de artsen de medische en ethische bezwaren tégen de morning-after-pil uiteenzetten:

http://www.kathmed.de/images/bilddaten/wissenschaftliche_darlegung_wirkungsweise_postkoitalpille.pdf


Kortom: de morning-after-pil is abortief! Dus moord!

vrijdag 15 februari 2013

Paus Benedictus XVI ontmoette op 14 februari 2013, in de Paulus-VI-hal in het Vaticaan, de clerus van Rome en spreekt over het 'Concilie van de Vaders' en het 'Concilie van de Media'.

"En zo was er het 'Concilie van de Vaders' - het échte Concilie -  maar er was ook het 'Concilie van de Media'. Het 'Concilie van de Media' was bijna een Concilie in en van zichzelf en zo zag de wereld het Concilie, via hen, via de media. Het Concilie dat dus onmiddellijk en effectief bij de mensen doordrong, was het 'Concilie van de Media' en niet het 'Concilie van de Vaders'.

"De media zagen het Concilie als een politieke strijd, een machtsstrijd tussen de verschillende stromingen binnen de Kerk. Het was duidelijk dat de media de kant van die fractie zouden kiezen, die het best bij hun wereld aansloot. Er waren degenen die een decentralisatie van de Kerk betrachtten, de macht voor de bisschoppen en vervolgens door de term 'Volk van God', de macht voor het volk, de leken. Er was deze drievoudige kwestie: de macht van de Paus, vervolgens overgebracht naar de macht van de bisschoppen en vervolgens de macht van allen... 'volkssoevereiniteit'. Natuurlijk droeg dit laatste de goedkeuring van de media weg en werd dit door de media verkondigd en geholpen."

"En we weten dat het 'Concilie van de Media' voor iederéén toegankelijk was. Het 'Concilie van de Media' was zo dominant en zo effectief, dat het de veroorzaker was van vele calamiteiten, van veel problemen, van veel ellende... Want in werkelijkheid werden seminaries en kloosters gesloten, en werd de liturgie getrivialiseerd... En het échte Concilie heeft geworsteld om zich te kunnen materialiseren, te realiseren, want het 'Virtuele Concilie' was sterker dan het échte Concilie. Maar de ware kracht van het échte Concilie was aanwezig en is langzaam naar voren gekomen en wordt steeds meer de échte macht achter de échte hervormingen en de ware vernieuwing van de Kerk."

"Wij zien nu hoe 50 jaar na het Concilie, het 'Virtuele Concilie' aan het desintegreren is, de weg kwijt is en dat nu het échte Concilie, met zijn spirituele kracht, tevoorschijn komt. En het is onze taak in dit 'Jaar van het Geloof', vanaf dit 'Jaar van het Geloof', om eraan te werken, zodanig dat het échte Concilie, met de kracht van de Heilige Geest, wordt gerealiseerd en dat de Kerk écht wordt vernieuwd. Wij hopen dat de Heer ons zal helpen."

"Ik, teruggetrokken in gebed, zal altijd bij u zijn, en samen met de Heer zullen wij voorzeker progressie maken. De Heer is zegevierend!"

Paus Benedictus XVI

donderdag 14 februari 2013

"Lectio Divina" van Paus Benedictus XVI in het Pauselijk Seminarie te Rome op Vrijdag, 8 februari 2013. Een zeer belangrijke toespraak van de Heilige Vader... Zo mooi, zo diepgaand, zo 'Romeins' en zo 'Petrijns' - "Il futuro è nostro." "De toekomst is van ons."

"Quindi, abbiamo motivo di non lasciarci impressionare - come ha detto Papa Giovanni - dai profeti di sventura. (...) Naturalmente, c’è un falso ottimismo e un falso pessimismo. Un falso pessimismo che dice: il tempo del cristianesimo è finito. No: comincia di nuovo! Il falso ottimismo era quello dopo il Concilio, quando i conventi chiudevano, i seminari chiudevano, e dicevano: ma … niente, va tutto bene … No! Non va tutto bene."

"Daarom hebben wij reden om ons niet te laten beïnvloeden - zoals Paus Johannes al zei - door de onheilsprofeten. (...) Er is natuurlijk een vals optimisme en een vals pessimisme. Een vals pessimisme dat zegt: de tijd van het Christendom is voorbij. Nee: het begint opnieuw! Het vals optimisme was dat van na het Concilie, toen de kloosters werden gesloten, de seminaries werden gesloten, en men zei: maar... dit is niets, alles gaat goed... Nee! Niet alles gaat goed."

http://www.radiovaticana.va/player/index_fb.asp?language=it&tic=VA_I5UU2JS7

maandag 4 februari 2013

Over het eigendomsrecht van kerken - een juridisch-historische onderbouwing

1. De illegale annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden door de revolutionaire Eerste Franse Republiek

In 1794 werden de Oostenrijkse Nederlanden tijdens de Eerste Coalitieoorlog door de Eerste Franse Republiek veroverd en in 1795 geannexeerd. Na de illegale annexatie van onze gebieden door een moorddadig, dictatoriaal en revolutionair Frankrijk op 1 oktober 1795, werden de goederen van de kerkfabrieken genationaliseerd op grond van de decreten van 2-4 november 1789 en van 28 oktober - 5 november 1790, en een groot deel van de goederen werd verkocht.

2. Het Concordaat van 1801

Na het Concordaat van 26 messidor jaar IX (15 juli 1801) tussen Napoleon Bonaparte en Paus Pius VII werden de niet-vervreemde genationaliseerde goederen ter beschikking gesteld van de kerkelijke overheid zonder dat eenduidig uitspraak werd gedaan over het eigendomsrecht van deze goederen. Hoe dan ook beschikt de kerkelijke overheid altijd over het recht van vruchtgebruik van deze goederen.

3. De arresten van het Hof van Cassatie

Wat de kerkengebouwen betreft, werd door het Hof van Cassatie tot 1870 altijd voorgehouden, dat het eigendomsrecht aan de kerkfabrieken toekwam, maar in latere arresten heeft het Hof in bepaalde gevallen geoordeeld dat de kerken die na het Concordaat aan de kerkelijke overheid werden ter beschikking gesteld, eigendom zijn van de gemeenten.

Er moet worden opgemerkt dat er meer historische jurisprudentie is die de kerken aan de kerkfabrieken toewijst, dan aan de gemeenten. Hoe dan ook stelde het Hof van Cassatie tot 1870 dat de kerken altijd het eigendom van de kerkfabriek waren.

4. Wat veranderde er dan in 1870 of wat veranderde er niet?

De Franse troepen die zich sinds 1849 in de Pauselijke Staten ophielden om deze te beschermen, werden in 1870 terugtrokken naar aanleiding van de Franse nederlaag in de Frans-Duitse Oorlog. Victor Emanuel II kon zo het gehele gebied, dat nog restte van de Pauselijke Staten, door middel van een illegale, militaire invasie veroveren. Echter, in 1871 erkende de bezetter van de Pauselijke Staten, het nieuwe Italië, de onschendbaarheid en de soevereiniteit van de Paus, maar wees deze geen territorium toe.

De facto houden de Pauselijke Staten dan op te bestaan, de jure echter niet! De Heilige Stoel weigerde dus terecht de positie en bevoegdheid van de nieuwe Italiaanse overheid over de Pauselijke Staten wettelijk te erkennen.

De vraag stelt zich dan ook of de gebeurtenissen van 1870 het Concordaat van 1801 de jure / 'volgens het recht' buiten werking stelde, aangezien er de jure niets veranderde en aangezien de Belgische staat de facto geen betrokken partij was.


5. De Verdragen van Lateranen

Het dispuut tussen De Heilige Stoel en de Italiaanse republiek werd pas krachtens de Verdragen van Lateranen in 1929 door erkenning van de soevereiniteit van de Staat van Vaticaanstad opgelost. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de Staat van Vaticaanstad en de Italiaanse staat redelijk goed te noemen.

Blijkbaar oordeelde het Belgische Hof van Cassatie dat door de opheffing van de Pauselijke Staten het Concordaat niet meer geldig was. De vraag kan gesteld worden of deze zienswijze correct was. Echter, met de Verdragen van Lateranen en de oprichting van de Staat van Vaticaanstad ontstaat er weer een nieuwe situatie: de soevereine Paus beschikt weer over een eigen onafhankelijk territorium.

De Verdragen van Lateranen erkennen expliciet de onafhankelijkheid en soevereiniteit van De Heilige Stoel. Dit betekent dat het Concordaat tussen Napoleon en Paus Pius VII nog steeds geldig is. Nog waarschijnlijker is, dat het Concordaat nooit opgehouden heeft te bestaan!

De vraag stelt zich dan ook of de gebeurtenissen van 1870 het Concordaat van 1801 de jure / 'volgens het recht' buiten werking stelde, aangezien er de jure niets veranderde en aangezien de Belgische staat de facto geen betrokken partij was.

6. De nationalisering van de kerkelijke goederen door het revolutionaire regime van de Franse bezetter was onwettig

Uit de nieuwe, nog te vellen arresten van het Hof van Cassatie zal moeten blijken welke interpretatie het Hof volgt aangaande het eigendomsrecht van de niet-vervreemde genationaliseerde goederen die na het Concordaat op 15 juli 1801 ter beschikking werden gesteld van de kerkelijke overheid.

Het is onze inschatting dat wat de kerkengebouwen betreft, het eigendomsrecht weldegelijk aan de kerkfabrieken toekomt, aangezien de nationalisering van de goederen van de kerkfabrieken (en van de kloosters en de abdijen) door de buitenlandse, bezettende en vijandige overheid, namelijk de Eerste Franse Republiek, op grond van de decreten van 2-4 november 1789 en van 28 oktober - 5 november 1790, onwettig was.

7. Het legitieme verzet van de lokale bevolking tegen de Franse dictatuur

De onwettigheid van de beleidsdaden van de Franse bezetter, vooral dan de illegale annexatie van de Oostenrijkse Nederlanden en de illegale nationalisering van de kerkelijke goederen, wordt onderstreept door het verzet van de lokale bevolking. De beleidsdaden van de Franse bezetter werden zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking op dictatoriale wijze doorgedrukt, aangezien de Franse bezetter de facto, doch illegitiem, alle eeuwenoude privaatrechtelijke en publieke gebruiken had afgeschaft.

8. Het Verdrag van Campo Formio van 1797

Oostenrijk erkende het verlies van de Oostenrijkse Nederlanden pas met de Verdrag van Campo Formio in 1797. Het Verdrag van Campo Formio was een vredesverdrag dat op 17 oktober 1797 ondertekend werd door de vertegenwoordigers van Frankrijk (Napoleon Bonaparte) en van Oostenrijk (Graaf Ludwig von Cobenzl), in het plaatsje Campo Formio (tegenwoordig Campoformido). Het Verdrag bepaalde dat de Oostenrijkse Nederlanden in Franse handen kwamen.

9. De rechtsgeldigheid van het Concordaat van 1801

Dit betekent dus dat de voormalige Oostenrijkse Nederlanden nu definitief een onderdeel werden van de Franse Republiek. Door het Verdrag van Campo Formio is het Concordaat van 1801 tussen Napoleon Bonaparte en Paus Pius VII dat bepaalde dat de niet-vervreemde genationaliseerde goederen aan de kerkelijke overheid werden teruggeven, ook in de voormalige Oostenrijkse Nederlanden rechtsgeldig.

Opmerkelijk is dat het Concordaat van 1801 de soevereiniteit van de Paus erkent en de Paus zelfs directe zeggenschap geeft over de kerkelijke goederen in de Franse Republiek. Eigenlijk houdt dit een erkenning in van het Kerkelijk Recht dat dus weldegelijk van toepassing is op de kerkelijke goederen. Dit alles wordt door de latere Belgische wetgeving erkend.

10. Noot

Nogmaals, voor de kerken en pastorijen en de goederen die na het 15 juli 1801 door de Kerk werden vervorven en gebouwd, gelden natuurlijk de gewone wetten aangaande het eigendomsrecht.

zondag 3 februari 2013

Over het eigendomsrecht van kerken en pastorieën

1. Kerkfabrieken/kerkraden beheren uiteraard de goederen waarvan ze eigenaar zijn. Zoals elke rechtspersoon kan de kerkfabriek eigenaar zijn van goederen, zowel roerende (zoals bvb. gelden) als onroerende (huizen, gronden), die ze historisch bezit of die ze verworven heeft door aankoop, schenking of legaat.

De kerkfabriek is soms ook eigenaar van de parochiekerk of van de pastorie. Dit wordt hierna (zie nr. 2 en 3) verder onderzocht. Wat de parochiekerk betreft, dient gesignaleerd te worden dat deze altijd door de kerkfabriek wordt beheerd en dat zij ook het vruchtgebruik heeft, zelfs als ze er geen eigenaar van is.

2. Om uit te maken wie de eigenaar is van de parochiekerk, moet men in eerste instantie de historiek van het kerkgebouw nagaan.

Vooreerst zijn er de oude parochiekerken, nl. deze die bestonden vóór zij tijdens de Franse Revolutie werden genationaliseerd, en die achteraf niet werden vervreemd maar ingevolge het Concordaat van 1801 opnieuw ter beschikking werden gesteld van de eredienst. Over het eigendomsrecht van deze kerkgebouwen zijn er in de rechtspraak nogal wat uiteenlopende arresten die naargelang het geval, de Staat, de gemeente of de kerkfabriek aanduidden als eigenaar.

Gaat het om parochiekerken die na het Concordaat van 1801 werden gebouwd of verworven, dan dient te worden nagegaan door welke instantie ze werden gebouwd of verworven, of aan wie ze werden geschonken. Parochiekerken van na 1801 kunnen dan naargelang het geval zowel aan de gemeente als aan de kerkfabriek toebehoren. Wie precies de eigenaar is van de parochiekerk kan dan wel zijn belang hebben, doch het beheer ervan komt in ieder geval toe aan de kerkfabriek.

3. Ook voor de pastorie dient er een onderscheid gemaakt te worden. Voor oude pastorieën, nl. deze die bestonden vóór zij tijdens de Franse Revolutie werden genationaliseerd, en die achteraf niet werden vervreemd maar ingevolge het Concordaat van 1801 werden ter beschikking gesteld van de eredienst, is de rechtspraak ook zeer uiteenlopend.

In tegenstelling echter met de oude parochiekerken die geacht worden tot het openbaar domein van de gemeente te behoren, maken oude pastorieën die gemeentelijke eigendom zijn, deel uit van het privaat domein van de gemeente. Aangezien goederen uit het privaat domein echter vatbaar zijn voor verjaring (goederen uit het openbaar domein zijn dit niet), is het mogelijk dat kerkfabrieken ingevolge dertigjarige verjaring deze pastorieën verworven hebben en er bijgevolg eigenaar van zijn.

4. Gaat het om nieuwe pastorieën, nl. zij die na het Concordaat werden gebouwd of verworven, dan dient zoals bij de kerkgebouwen die in dat geval verkeren, nagegaan te worden door wie ze werden gebouwd, door wie ze werden verworven of aan wie ze werden geschonken. Zo een nieuwe pastorie kan dan zowel aan de gemeente als aan de kerkfabriek toebehoren.


Enkele opmerkingen:

Notariële aktes en de notulen van de kerkfabriek kunnen als bewijsmateriaal dienen om het eigendomsrecht vast te stellen.

Een belangrijke vraag die beantwoordt moet worden is: "Wie was de opdrachtgever?" De opdrachtgever is ook eigenaar.

Een andere vraag is: "Wie subsidiëerde het gebouw?" De subsidiërende instantie is echter nooit eigenaar.

De kerkfabriek/kerkraad heeft de plicht om haar patrimonium te claimen en het te beschermen, ook als gemeenten etc. iets anders beweren.

In laatste instantie komt het altijd aan de rechter toe om het eigendomsrecht vast te stellen. 

zaterdag 2 februari 2013

Kerkfabrieken/Kerkraden - Gebouwen van Eredienst - Herhaling van de principes aangaande het gebruik van een kerk en de beschikking erover

Wie ook de eigenaar is van een kerk, die bestemd is voor de openbare uitoefening van de Eredienst, het gebruik ervan en de beschikking erover zijn onderworpen aan belangrijke beperkingen:

a. Elke kerk die bestemd is voor de openbare uitoefening van de Eredienst, maakt deel uit van het openbaar domein en is buiten de handel; uit dien hoofde is de eigendom ervan onvervreemdbaar en onverjaarbaar zolang deze bestemming voortduurt; deze regel strekt zich uit tot het onroerend toebehoren van de kerk dat er een noodzakelijk onderdeel van uitmaakt, zoals de toren en de klokketoren, het voorportaal, de steunberen, de sacristies (PAND, BEL-GES, V° Eglise, nrs. 55 en 87).

b. Men kan geen enkele erfdienstbaarheid verwerven op een gebouw van de eredienst, zelfs niet door verjaring.

c. Wanneer de gemeente eigenaar is van de kerk, houdt haar eigendomsrecht geen enkel recht van gebruik in met betrekking tot de kerk en zijn toebehoren; de gemeente is niet gerechtigd erover te beschikken vermits zij, hoewel ze eigenaar is, verplicht is, krachtens de organieke wetten op de eredienst, de bijzondere bestemming van de kerk zijnde de uitoefening van de Eredienst te bewaren; in deze hypothese moet de gemeente deze bestemming eerbiedigen en bijgevolg de vrije en exclusieve beschikking over de kerk overlaten aan de kerkelijke overheden en de leden van de kerkfabriek.

d. Dit alles betekent dat, wie ook de eigenaar is van een kerk die bestemd is voor de openbare uitoefening van de Eredienst - gemeente, kerkfabriek of andere - het gebruik ervan toekomt aan de kerkelijke overheid, de bisschop en de pastoor-kerkbedienaar, deze laatste vaak bijgestaan door een parochiale ploeg die te onderscheiden is van de kerkfabriek; tenslotte behoort het politierecht in de kerk toe aan de pastoor-kerkbedienaar, dewelke over de sleutel van het gebouw beschikt, doch deze sleutel kan hij overhandigen aan een vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld de koster.

e. Het beschikkings- en genotsrecht over om het even welke kerk die bestemd is voor de openbare uitoefening van de Eredienst wordt bepaald en beperkt door deze bestemming: de kerkfabriek of de gemeente, in de hypothese dat deze laatste eigenaar is van de kerk en de kerstfabriek derhalve vruchtgebruiker is, moeten de bestemming bewaren van de gebouwen die bestemd zijn voor de uitoefening van de openbare eredienst; zij mogen er geen gebruik van maken noch toestaan dat vreemd is aan deze bestemming (een uitzondering kan nochtans gemaakt warden voor bepaalde gevallen van overmacht en wanneer de kerk aldus bijdraagt tot een dienst van openbaar nut, zonder evenwel dat zijn bestemming daardoor in belangrijke mate wordt aangetast).


Conclusie

Een kerk die bestemd is voor de openbare uitoefening van de Eredienst wordt bepaald en beperkt door deze bestemming.

Een nevenbestemming die vreemd is aan deze bestemming mag wettelijk niet worden toegestaan. [Dit gaat zelfs zover dat de tegenwoordig populaire drankgelagen die in kerken na 'vieringen' georganiseerd worden en waarbij zonder vergunning alcohol wordt geschonken, de facto onwettig zijn en zelfs voor de strafrechter strafbaar zijn!]

Een kerk herbestemmen, nadat deze ontrokken is aan de Eredienst, kan enkel maar met het akkoord van de bisschop.

De bisschop beschikt dus altijd over het absolute veto-recht!

vrijdag 1 februari 2013

Over het 'herbestemmen' en het 'nevenbestemmen' van kerken...

Kerkfabrieken, centrale kerkbesturen, parochieploegen, dekenale conferenties en stuurgroepen allerhande in Vlaanderen werken momenteel druk aan een toekomstvisie voor hun kerkgebouwen [= een kerk blijft een kerk!]. Daarmee geven ze gehoor aan de oproep uit de conceptnota van de Vlaamse overheid over de toekomst van de Vlaamse parochiekerken. Kerkbesturen moeten tegen eind juni een meerjarenplan bij de stad of gemeente indienen.

Geert De Kerpel, hoofdredacteur van ‘Tertio’, schrijft in zijn editoriaal dat er inzake herbestemming onmiskenbaar een trend is in de richting van pastorale eenheden (federaties en dekenaten), waarbij nog slechts enkele kerken het volledige cultusaanbod [?] behouden. Dat betekent echter niet dat andere kerken per definitie worden gesloten. Ook medebestemming biedt mogelijkheden. “Vandaag wordt voor het eerst in twee eeuwen grondig nagedacht over een krimpscenario [Hoe zou dat komen?]. Van echte herbestemming is op de meeste plaatsen echter vooralsnog geen sprake”.

Het debat over de herbestemming plaatst volgens De Kerpel ook het debat over de toekomst van het kerkelijke leven zelf op de agenda. Kerken zijn niet zomaar gebouwen [Een kerk is het Huis van God!] en vele mensen – ook diegenen die niet kerkelijk zijn - voelen er zich emotioneel mee verbonden. Niet zelden zijn kerken het enige kunsthistorisch waardevolle monument ter plaatse. “Maar wat amper een generatie geleden ondenkbaar was, wordt bespreekbaar. Dat is al heel wat [De Kerpel, een politiek benoemde CD&V-er uit het Gentse, vindt het herbestemmen en nevenbestemmen van kerken dus blijkbaar iets positiefs.]. Onvermijdelijk volgen vroeg of laat ook drastischere stappen. Als het maar goed doordacht gebeurt, opgenomen in een globaal plan (bisdom) en na ruim overleg met alle betrokkenen [Met 'plannen' en 'overleg' kopen we helemaal niets! Wordt er niet meer gebeden of zo?]. En met de moed en het gezag die mogen verwacht van echt leiderschap, burgerlijk en kerkelijk.” [Om kerken te sluiten roept De Kerpel de burgerlijke en kerkelijke overheden op om dus hun 'gezag' te gebruiken. Zachte dwang of erger. De Kerpel staat dus duidelijk aan de kant van de overheid die dus kerken wil sluiten en dat als iets positiefs ziet!]

Eerder werd duidelijk dat het openhouden en onderhouden van alle kerken, tegen de achtergrond van het dalende aantal priesters en gelovigen (nog 5,4% van de Vlamingen gaat wekelijks naar de mis) en de toenemende kosten voor onderhoud, niet langer realistisch is [Wat te denken van sporthallen, voetbalvelden, stadions, zwembaden, culturele centra, bibliotheken, archieven, operagebouwen, theaters, musea etc. die door minder dan 5,4% van de bevolking worden bezocht? En dat op jaarbasis en niet wekelijks! Gaan we die ook allemaal sluiten? Het is overduidelijk dat meer dan 70% van de bevolking wel eens per jaar naar een kerk gaat!].

Burgemeester Mark Vos van Riemst zei op 16 januari 2013 tijdens de studiedag ‘Kerk zoekt toekomst’ dat de beste bestemming van een kerkgebouw nog steeds die als kerk is. Ook indien kerken aan de erediensten worden onttrokken blijven zij eigendom van de gemeenten [Dit klopt niet! De meeste kerken zijn het eigendom van de kerkfabriek of de kerkraad en religieuze ordes. Slechts een minderheid van de kerken is in handen van de gemeenten! Nu zie je hoe die lui redeneren.], die de kosten moeten dragen. Tijdens de studiedag, een organisatie van de Vereniging van Vlaamse Steden & Gemeenten (VVSG) en het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC), werd gezegd dat steden en gemeenten best wat druk op de ketel kunnen zetten opdat verantwoorde keuzen worden gemaakt en er zuinig met schaarse middelen wordt omgesprongen. [Het onderhoud van kerken is een peulschil voor de gemeenten!]

Het weekblad ‘Tertio’, dat deze week een dossier brengt, schrijft dat er in vergelijking met het buitenland in België weinig kerken zijn herbestemd [Omdat onze kerken ook nog allemaal in gebruik zijn.]. Vlaanderen telt 1.850 parochiale kerkgebouwen voor de Katholieke eredienst. Steeds vaker wordt het efficiënte gebruik daarvan in vraag gesteld [Een kerk is er niet om economisch gewin te genereren.]. Elke sluiting of herbestemming roept [terecht] weerstanden op.

Dat werd vooral duidelijk bij de sluiting van de Brusselse Kathelijnekerk. “Dat toont dat mensen betrokken zijn. Zeker in landelijke gemeenten is de kerk vaak het enige gebouw dat ertoe doet”, zegt Niek De Roo, expert van de West-Vlaamse Intercommunale [Brussel als 'landelijke' gemeente! Zelfs daar in de stad kregen ze die kerk bijna niet gesloten omdat de mensen zo protesteerden!]. “Onverschilligheid of verwaarlozing zouden veel erger zijn. Laten we niet de weg opgaan van Frankrijk waar duizenden kerken verkommeren.” [Neen, veeleer sluiten of slopen we ze! Dat is zoals uit angst om te sterven, zelfmoord plegen! EUTHANASIE!] De Roo meent dat de beste realisaties het gebouw intact laten. Ingrepen kunnen best omkeerbaar zijn. “Zij moeten recht doen aan het bijzondere karakter van de ruimte. Niet elke architect kan weg met een kerk. Het is aangewezen ontwerpers aan te wijzen vanuit goede selectieprocedures.” [Het herbestemmen van kerken zal altijd meer kosten dan de kerk kerk laten!]
Bron: KerkNet/Tertio
Uit het Kerkelijk Recht:

Canon 1210 - In een gewijde plaats mag alleen toegelaten worden wat dienstig is voor de uitoefening of de bevordering van de eredienst, de vroomheid en de godsdienst, en is verboden wat niet in overeenstemming is met de heiligheid van de plaats. Wel kan de Ordinaris in afzonderlijke gevallen een ander gebruik toestaan dat niet strijdig is met de heiligheid van de plaats.

Merk op dat deze definitie weinig speelruimte laat voor 'nevenbestemming'.


In verband met 'herbestemming' nog even dit:

Canon 1222

§ 1 Als een kerk op geen enkele wijze nog voor de goddelijke eredienst gebruikt kan worden en de mogelijkheid niet bestaat om ze te herstellen, kan zij door de diocesane Bisschop teruggebracht worden tot een profaan en niet onwaardig gebruik.

§ 2 Waar andere ernstige redenen het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt, kan de diocesane Bisschop, na de priesterraad gehoord te hebben, deze terugbrengen tot een profaan en niet onwaardig gebruik, met toestemming van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden, en mits het zieleheil er geen enkele schade door lijdt.

"...mits het zieleheil er geen enkele schade door lijdt..."

Merk op dat deze definitie weinig speelruimte laat voor 'herbestemming'.

Het is dan ook vrijwel onmogelijk om legitiem een kerk te nevenbestemmen of te herbestemmen!


CONCLUSIE:

Een kerk is het Huis van God.

Christus woont in het tabernakel!

Het Huis van God verbouwen, leidt tot huisvredebreuk en ergernis bij de gelovigen!

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer