maandag 27 februari 2012

"Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen" (Mt. 16, 18)

Wat zegt de Heer eigenlijk met deze woorden tegen Petrus? Welke belofte doet Hij hem daarmee en welke taak vertrouwt Hij hem toe? En wat zegt Hij tegen ons - tegen de Bisschop van Rome die op de kathedra van Petrus zetelt, en tegen de Kerk van vandaag? Willen wij de betekenis van deze woorden van Jezus begrijpen, dan is het nuttig zich te herinneren dat de Evangelies ons over drie situaties berichten waarin de Heer telkens op een bijzondere manier aan Petrus de taak overdraagt die hem eigen zal zijn. Het gaat steeds om dezelfde taak, maar uit de verscheidenheid van situaties en van beelden die worden gebruikt, wordt voor ons duidelijker wat de Heer ermee beoogde en nog beoogt.

In het Evangelie volgens Matteüs dat we zojuist hebben gehoord geeft Petrus zijn belijdenis aan Jezus door Hem te erkennen als Messias en Zoon van God. Op grond daarvan wordt hem zijn bijzondere taak toevertrouwd door middel van drie beelden: dat van de steenrots die fundament of hoeksteen wordt, dat van de sleutels en dat van het binden en ontbinden. Op dit ogenblik wil ik niet nog eens deze drie beelden interpreteren die de Kerk in de loop der eeuwen steeds weer opnieuw heeft uitgelegd; ik zou liever de aandacht willen vestigen op de geografische plaats en op de chronologische context van deze woorden.

De belofte vindt plaats bij de bronnen van de Jordaan, aan de grens van het Joodse land, aan de grens die toegang geeft naar de heidense wereld. Het moment van de belofte markeert een beslissende wending op de weg van Jezus: vanaf nu trekt de Heer op naar Jeruzalem en voor het eerst zegt hij tegen de leerlingen dat deze weg naar de Heilige Stad de weg is naar het Kruis: "Van dat ogenblik af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen" (Mt. 16, 21).

Beide zaken gaan samen en bepalen de innerlijke plaats van het Primaat, sterker nog: van de Kerk in het algemeen: voortdurend is de Heer onderweg naar het Kruis, naar de nederigheid van de lijdende en ter dood gebrachte Dienaar van God, maar tegelijkertijd is Hij ook altijd onderweg naar heel de wijde wereld, waarbij Hij ons voorgaat als Verrezene, opdat in de wereld het licht zal stralen van zijn woord en van de aanwezigheid van zijn liefde; Hij is onderweg opdat door middel van Hem, de gekruisigde en verrezen Heer, God zelf in deze wereld komt.

In deze zin kwalificeert Petrus in zijn Eerste Brief zichzelf als "getuige van het lijden van Christus, tevens deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden" (1 Pt. 5, 1). Voor de Kerk gaan Goede Vrijdag en Pasen altijd samen; zij is steeds zowel het mosterdzaadje als de boom in de takken waarvan de vogels uit de lucht nestelen. De Kerk - en Christus in haar - lijdt ook vandaag de dag. In haar wordt Christus steeds weer bespot en geslagen; steeds weer opnieuw wordt geprobeerd Hem uit te stoten uit deze wereld. Steeds weer wordt de kleine boot van de Kerk geteisterd door de wind van de ideologieën die met hun watergolven in haar doordringen en haar tot zinken lijken te veroordelen.

En toch, juist in de lijdende Kerk is Christus aan de winnende hand. Ook nu beveelt Christus de wateren en toont Hij zich Heer van de elementen. Hij blijft in zijn boot, in het bootje van de Kerk. Zo openbaart zich ook in het Petrusambt van de ene kant de zwakte van wat eigen is aan de mens, maar tegelijkertijd ook de kracht van God: juist in de zwakheid van de mensen toont de Heer zijn kracht, laat Hij zien dat Hij zelf door middel van zwakke mensen zijn Kerk bouwt.

Wenden we ons nu tot het Evangelie volgens Lucas, die ons vertelt hoe de Heer tijdens het Laatste Avondmaal opnieuw een speciale taal toevertrouwt aan Petrus. Deze keer staan de woorden die Jezus tot Simon richt onmiddellijk na de instelling van de Allerheiligste Eucharistie. De Heer heeft zich zojuist nog aan de zijnen gegeven, onder de gedaanten van brood en wijn. Wij mogen in de instelling van de Eucharistie de ware en eigenlijke daad zien waardoor de Kerk is gesticht. Doormiddel van de Eucharistie geeft de Heer aan de zijnen niet alleen zichzelf, maar ook de realiteit van een nieuwe communio onderling, die zich zal voortzetten in de tijd "totdat Hij komt". Door middel van de Eucharistie worden de leerlingen zijn levend huis dat in de loop van de geschiedenis uitgroeit tot de nieuwe en levende tempel van God in deze wereld. En zo spreekt Jezus, onmiddellijk na de instelling van het Sacrament, over wat het leerling zijn, het ambt of "dienstwerk" in de gemeenschap, betekent: hij zegt dat het een inzet betekent om te dienen, zoals Hijzelf te midden van hen is als Degene die dient.

Dan richt Hij zich tot Petrus. Hij zegt dat Satan gevraagd heeft de leerlingen te mogen ziften als tarwe. Dit doet denken aan de passage uit het Boek Job, waar Satan vraagt Job te mogen treffen. De duivel - de lasteraar van God en van de mensen - wil daarmee bewijzen dat er geen ware godsdienstigheid bestaat, maar dat alles in de mens altijd en alleen maar het voordeel beoogt. In het geval van Job staat God Satan de gevraagde vrijheid toe, juist om daarmee zijn schepsel te verdedigen, de mens, en zichzelf. Zo ook in het geval van de leerlingen van Jezus - God geeft aan Satan in elke tijd een zekere vrijheid. Ons lijkt het dikwijls dat God Satan te veel vrijheid laat; dat Hij Hem de mogelijkheid gunt ons al te vreselijk door elkaar te schudden; en dat dit onze krachten te boven gaat en ons te zeer bedrukt. Altijd weer opnieuw zullen wij tot God roepen: Ach, zie toch de ellende van uw dienaren, bescherm ons toch! En inderdaad vervolgt Jezus met te zeggen: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken" (Lc. 22, 32). Het gebed van Jezus is de grens die aan de macht van de Boze is gesteld. Wij kunnen onze toevlucht zoeken onder deze bescherming, ons er aan vastklampen en gerust zijn.

Maar, zegt het Evangelie ons, Jezus bidt speciaal voor Petrus: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken". Dit gebed van Jezus is tegelijkertijd belofte en opdracht. Het gebed van Jezus beschermt het geloof van Petrus; dat geloof dat hij in Caesarea van Filippus heeft beleden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" (Mt. 16, 16). Kijk, hier ligt ook de opdracht van Petrus: niet toelaten dat dit geloof verandert, het steeds opnieuw verlevendigen, juist ook ten overstaan van het kruis en van alle tegenwerpingen van de wereld. Daarom juist bidt de Heer niet alleen voor het persoonlijke geloof van Petrus, maar voor zijn geloof als dienst aan de anderen. Dat is het, wat Hij wil zeggen met de woorden: "En gij, eenmaal tot inkeer gekomen, versterk uw broeders".

"Gij, eenmaal tot inkeer gekomen" - dit woord is tegelijkertijd profetie en belofte. Het profeteert de zwakte van Simon die, tegenover een dienstknecht en een dienstmaagd, zal loochenen Jezus te kennen. Door deze val moet Petrus, en met Hem ieder van zijn opvolgers, leren dat de eigen kracht alleen niet voldoende is om de Kerk van de Heer op te bouwen en te leiden. Niemand slaagt daar alleen uit eigen kracht in. Hoezeer bekwaam en moedig Petrus ook lijkt, al bij het eerste moment van beproeving bezwijkt hij.

"Gij, eenmaal tot inkeer gekomen" - de Heer die zijn val profeteert, belooft hem ook zijn bekering: "Toen keerde de Heer zich om en keek Petrus aan..." (Lc. 22, 61). De blik van Jezus bewerkt de verandering en wordt tot redding van Petrus: "Hij ging naar buiten en begon bitter te wenen" (Lc. 22, 62). Wij willen steeds weer smeken om deze heilzame blik van Jezus: voor allen die in de Kerk verantwoordelijkheid dragen; voor allen die lijden onder de verwarringen van deze tijd; voor de groten en de kleinen: Heer, zie ons steeds weer opnieuw aan, trek ons zo op uit iedere val en neem ons in uw goede handen.

De Heer vertrouwt Petrus de taak toe voor zijn broeders doormiddel van de belofte van zijn gebed. De opdracht van Petrus is verankerd in het gebed van Jezus. Dit is het, wat hem de zekerheid geeft van zijn volharding temidden van alle menselijke ellende. En de Heer vertrouwt hem deze taak toe in de context van het Avondmaal, in verband met de gave van de Allerheiligste Eucharistie. De Kerk, gesticht in de instelling van de Eucharistie, is in haar diepste wezen eucharistische gemeenschap (communitá), en zo gemeenschap (communio) in het Lichaam van de Heer. De taak van Petrus is: deze universele gemeenschap (communio) voor te zitten; haar aanwezig te laten blijven in de wereld als een ook zichtbare, geïncarneerde eenheid. Hij moet - zoals de heilige Ignatius van Antiochië zegt - samen met de Kerk van Rome de liefde voorzitten: de gemeenschap (communitá) van liefde voorzitten die voortkomt uit Christus en die steeds weer opnieuw de grenzen van het privé overschrijdt om de liefde van Christus uit de dragen tot aan de uiteinden der aarde.

De derde verwijzing naar het Primaat staat in het Evangelie volgens Johannes . De Heer is verrezen, en als Verrezene vertrouwt Hij Petrus zijn kudde toe. Ook hier doordringen elkaar wederzijds het Kruis en de Verrijzenis. Jezus voorzegt Petrus dat zijn weg op het kruis uit zal lopen. In deze Basiliek, opgericht boven het graf van Petrus - een armengraf - zien we dat de Heer juist zo, doorheen het Kruis, steeds weer overwint. Zijn macht is geen macht op de wijze van deze wereld. Het is de macht van het goede, van de waarheid en van de liefde, die sterker is dan de dood. Ja, zijn belofte is waar: de machten van de dood, de poorten van de hel, zullen de Kerk niet overweldigen, de Kerk die Hij heeft gebouwd op Petrus en die Hij persoonlijk juist zo zal blijven bouwen.

Op dit hoogfeest van de heilige Apostelen Petrus en Paulus richt ik mij in het bijzonder tot U, dierbare Metropolieten, die uit talrijke landen bent gekomen om uit de handen van de opvolger van Petrus het pallium te ontvangen. Ik begroet u hartelijk, evenals degenen die u hebben begeleid. Bovendien groet ik met bijzondere vreugde de Delegatie van het Oecumenisch Patriarchaat, onder voorzitterschap van zijne Eminentie Joannis Zizioulas, Metropoliet van Pergamo, voorzitter van de Internationale Gemengde Commissie voor de theologische dialoog tussen katholieken en orthodoxen. Ik ben Patriarch Bartholomeüs I en de Heilige Synode dankbaar voor dit teken van broederschap, dat een uiting is van het verlangen en de inzet om sneller vooruitgang te maken op de weg naar de volle eenheid waarom Christus voor al zijn leerlingen heeft gebeden.

Van onze kant voelen wij dat wij het vurige verlangen delen dat eens tot uitdrukking is gebracht door Patriarch Athenagoras en Paus Paulus VI: uit dezelfde Kelk te kunnen drinken en van hetzelfde Brood te kunnen eten dat de Heer zelf is. Bij deze gelegenheid bidden wij opnieuw dat die gave ons spoedig zal worden verleend. En wij danken de Heer dat wij ons verenigd mogen weten in de belijdenis die Petrus in Caesarea van Filippus heeft afgelegd namens alle leerlingen: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God". Deze belijdenis willen wij uitdragen in de wereld van vandaag. Moge de Heer ons helpen om, juist in dit uur van onze geschiedenis, ware getuigen te zijn van zijn lijden en deelgenoten van de heerlijkheid die zich zal openbaren.

Amen.

Paus Benedictus XVI
Homilie - 29 juni 2006

Paus Benedictus XVI

Het Heilig Misoffer

Anoniem zei:

Er is geen Tridentijnse Mis of Nieuwe Mis. De Mis is de Mis, in alle ritussen. Het Misoffer is de tegenwoordigstelling op het altaar, van het Kruisoffer van Jezus op Golgotha, over plaats en tijd heen.

De Tridentijnse ritus is vastgelegd op de overlevering, zoals Jezus die aan de Apostelen gaf. De Novus Ordo ontstond in een kliekje van 4 protestantse en 2 modernistische "katholieke" theologen, die de Katholieke liturgie "aanvaardbaar" moesten maken voor de "protestanten". Een dubieus en onnodig spel. De vruchten zien we rondom ons : totale apostasie, zelfs geen "protestantisme" meer. Wie 1 cent gezond verstand heeft weet nu waar de klepel hangt.

Wie op het hellend vlak van de Novus Ordo verder gaat verliest het Katholiek Geloof. De modernisten-parasieten vieren hun lusten nog eens goed bot op de laatste gelovigen en de jeugd, altijd al een gemakkelijk slachtoffer van dwaalleraars. Hoe erg de modernisten ook steigeren en te keer gaan; hun acties zijn NIETS vergeleken met Gods almacht.

woensdag 22 februari 2012

De Tridentijnse Mis versus de Nieuwe Mis




CONCILIE VAN TRENTE

SESSIO XXII - DOCTRINA DE SANCTISSIMO MISSAE SACRIFICIO
22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer
CANONES OVER HET H. MISOFFER


Canon 2 over het H. Misoffer

Als iemand zegt:

met deze woorden: "doet dit tot Mijn gedachtenis" (Lc. 22, 19; 1 Kor. 11, 24) heeft Christus de apostelen niet als priesters aangesteld (instituisse), of Hij heeft niet bevolen, dat zij (de apostelen) zelf, en de andere priesters Zijn Lichaam en Bloed zouden offeren (offerent),

hij zij verdoemd.


Canon 9 over het H. Misoffer

Als iemand zegt:
  • de ritus van de Roomse Kerk, waarin met gedempte stem een deel van de canon en de consecratiewoorden worden uitgesproken, moet veroordeeld worden,
  • of de Mis mag alleen maar in de volkstaal gecelebreerd worden;
  • of bij de offering van de wijn in de kelk, moet geen water worden bijgemengd, omdat het tegen de instelling door Christus zou zijn,
hij zij verdoemd.

vrijdag 17 februari 2012

Aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht: "Katholieke orthodoxie heeft de toekomst!"

Aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht heeft liever een kleine kerk die recht is in de leer, dan een grote massakerk. Dat zeg hij aan de vooravond van zijn benoeming tot kardinaal in Rome.

"De sterkste parochies zijn die parochies die hun Katholieke identiteit zorgvuldig hebben behouden. Dat is de toekomst. De toekomst van de kerk is zich vasthouden aan Christus en Zijn Evangelie, en dat is alleen de weg die God zegent."

Eijk ontkent dat hij conservatief is. Hij noemt zich "orthodox" en zegt dat zijn lijn de toekomst heeft. "Waar het mij vooral om gaat is een eerlijke representant te zijn van Christus in Nederland."

Bron: ANP

Sint-Jan van Lateranen; de Moederkerk van alle kerken

vrijdag 10 februari 2012

Stefanus wordt onschuldig gestenigd en de Christenen worden vervolgd



Handelingen van de Apostelen 7,54-8,3


Hoofdstuk 7
[54] Toen ze dit hoorden, waren ze diep gekwetst, en ze knarsetandden van woede tegen hem. [55] Maar hij stond daar, vol van de Heilige Geest, hij richtte zijn blik op de hemel, zag de heerlijkheid van God, en daar stond Jezus aan Gods rechterhand. [56] Hij zei: ‘Ik zie de hemelen open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God.’ [57] Maar ze hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, [58] sleurden hem de stad uit en stenigden hem. De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette. [59] Ze stenigden Stefanus, terwijl hij bad: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ [60] Hij viel op zijn knieën en riep met luide stem: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan.’ Na deze woorden stierf hij.

Hoofdstuk 8
[1] Saulus was het eens met de moord op Stefanus. Op die dag brak er een hevige vervolging uit tegen de gemeente in Jeruzalem; met uitzondering van de apostelen raakten allen verspreid over de landstreken van Judea en Samaria. [2] Vrome mannen begroeven Stefanus en hielden een grote dodenklacht om hem. [3] Saulus wilde de gemeente vernietigen; hij drong de huizen binnen, sleepte mannen en vrouwen naar buiten en liet ze gevangenzetten.


Johan Bonny, ook gij zijt een Saulus die instemt met het gooien van stenen naar Christus, net zoals Saulus instemde met de steniging van de Heilige Stefanus.

Beste Johan, wanneer zult gij u gaan bekeren?

Gesprek met Joseph Kardinaal Ratzinger; zo spreekt een échte bisschop

donderdag 9 februari 2012

Catholics, you have been robbed of the Mass!




WHAT IS THIS VIDEO ABOUT?

This is a clip from the 1973 made-for-TV film "Catholics" (later renamed "The Conflict"), shown full-length on US public broadcasting stations. It is a visually and intellectually impressive film. The story line is faithful to Brian Moore's 1972 book by the same name. The film depicts the real-life confrontation between Traditionalists and Modernists in the Roman Catholic Church after the highly controversial and divisive Second Vatican Council.

The Modernist occupiers of the Church's official structures arbitrarily order Catholics to join with heretical sects in a so-called "ecumenical" movement that contradicts the authentic teachings and traditions of Catholicism. A group of Irish monks decides to continue with Catholic Tradition and remain faithful to the Tridentine Latin Mass. When the monks' fidelity to the Mass inspires an international following, the Modernists become alarmed and disconcerted, rightly fearing worldwide Catholic resistance to their sinister plot.

Martin Sheen is the agent sent by the Modernists to force the monks to accept the new religion and its schismatic new liturgy or face excommunication at the hands of the Modernists. Great dialogue ensues as some of the monks eloquently defend their Faith.

The acting by Trevor Howard is absolutely flawless and authentic. It is masterful, heartfelt, and beautiful. Almost equally so is that of Cyril Cusack, who plays the role of Father Manus, a monk. Martin Sheen's role is important, but not nearly as much as Howard's, and not remotely as well-crafted.

The DVD version of the film titled "Catholics" is very grainy, with lines running through it, and soundtrack distortions that make it hard to enjoy.

The digitally re-mastered version of this film by Digiview, titled "The Conflict" (run time 77 minutes) has the best quality and is available for purchase on Internet. This film, like the book, will interest everyone that likes philosophy or religion, regardless of their faith or lack of one.

The Once Forbidden Rite

dinsdag 7 februari 2012

Paus Benedictus XVI: ‘Christenen mogen niet zwijgen over het kwaad’

"De Christenen mogen niet zwijgen over het kwaad". Dat zegt Paus Benedictus XVI in zijn vastenboodschap die vandaag werd gepubliceerd.

Hoewel de wereld doordrongen is van individualisme onderstreept de Paus het belang van de ‘broederlijke terechtwijzing’.

Volgens Benedictus XVI hebben de christenen de plicht het kwade aan te klagen en de zondaars te berispen.

Bron: RKnieuws.net

'Bisschop' Bonny, woont blasfemisch theaterstuk Castelluci bij

Johan Bonny, 'bisschop' van Antwerpen, heeft zaterdag in deSingel in Antwerpen een voorstelling bijgewoond van Romeo Castellucci’s "On the Concept of the Face, regarding the Son of God". Hij schreef hierover een opiniebijdrage die gepubliceerd werd in De Standaard en De Morgen.

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=0C3LPUG8

http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1390986/2012/02/07/Castellucci-en-het-gelaat-van-Jezus-Christus.dhtml

Het is natuurlijk niet verwonderlijk, dat de 'bisschop' die begrip had voor het Manifest 'Gelovigen nemen het woord', deze blasfemische toneelvoorstelling bijwoont.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat deze apostaat zijn verhaal gaat zoeken in een afvallige gazet; De Standaard en in een communistische gazet; De Morgen!

BONNY, YOU ARE (NOT) MY BISHOP!!!

The Genesis Problem... Genesis is not 'bad science', but exquisite theology = Genesis is geen 'slechte wetenschap', maar exquisiete theologie




I’m continually amazed how often the “problem” of Genesis comes up in my work of evangelization and apologetics. What I mean is the way people struggle with the seemingly bad science that is on display in the opening chapters of the first book of the Bible. How can anyone believe that God made the visible universe in six days, that all the species were created at the same time, that light existed before the sun and moon, etc., etc? How can believers possibly square the naïve cosmology of Genesis with the textured and sophisticated theories of Newton, Darwin, Einstein, and Stephen Hawking?

One of the most important principles of Catholic Biblical interpretation is that the reader of the Scriptural texts must be sensitive to the genre or literary type of the text with which he is dealing. Just as it would be counter-indicated to read Moby Dick as history or “The Wasteland” as social science, so it is silly to interpret, say, “The Song of Songs” as journalism or the Gospel of Matthew as a spy novel. By the same token, it is deeply problematic to read the opening chapters of Genesis as a scientific treatise. If I can borrow an insight from Fr. George Coyne, a Jesuit priest and astrophysicist, no Biblical text can possibly be “scientific” in nature, since “science,” as we understand it, first emerged some fourteen centuries after the composition of the last Biblical book. The author of Genesis simply wasn’t doing what Newton, Darwin, Einstein, and Hawking were doing; he wasn’t attempting to explain the origins of things in the characteristically modern manner, which is to say, on the basis of empirical observation, testing of hypotheses, marshalling of evidence, and experimentation. Therefore, to maintain that the opening chapters of Genesis are “bad science” is a bit like saying “The Iliad” is bad history or “The Chicago Tribune” is not very compelling poetry.

So what precisely was that ancient author trying to communicate? Once we get past the “bad science” confusion, the opening of the Bible gives itself to us in all of its theological and spiritual power. Let me explore just a few dimensions of this lyrical and evocative text. We hear that Yahweh brought forth the whole of created reality through great acts of speech: “Let there be light,’ and there was light; ‘Let the dry land appear’ and so it was.” In almost every mythological cosmology in the ancient world, God or the gods establish order through some act of violence. They conquer rival powers or they impose their will on some recalcitrant matter. (How fascinating, by the way, that we still largely subscribe to this manner of explanation, convinced that order can be maintained only through violence or the threat of violence). But there is none of this in the Biblical account. God doesn’t subdue some rival or express his will through violence. Rather, through a sheerly generous and peaceful act of speech, he gives rise to the whole of the universe. This means that the most fundamental truth of things—the metaphysics that governs reality at the deepest level—is peace and non-violence. Can you see how congruent this is with Jesus’ great teachings on non-violence and enemy love in the Sermon on the Mount? The Lord is instructing his followers how to live in accord with the elemental grain of the universe.

Secondly, we are meant to notice the elements of creation that are explicitly mentioned in this account: the heavens, the stars, the sun, the moon, the earth itself, the sea, the wide variety of animals that roam the earth. Each one of these was proposed by various cultures in the ancient world as objects of worship. Many of the peoples that surrounded Israel held sky, stars, sun, moon, the earth, and various animals to be gods. By insisting that these were, in fact, created by the true God, the author of Genesis was, not so subtly, de-throning false claimants to divinity and disallowing all forms of idolatry. Mind you, the author of Genesis never tires of reminding us that everything that God made is good (thus holding off all forms of dualism, Manichaeism and Gnosticism), but none of these good things is the ultimate good.

A third feature that we should notice is the position and role of Adam, the primal human, in the context of God’s creation. He is given the responsibility of naming the animals , “all the birds of heaven and all the wild beasts” (Gen. 2:20). The Church fathers read this as follows: naming God’s creatures in accord with the intelligibility placed in them by the Creator, Adam is the first scientist and philosopher, for he is, quite literally, “cataloguing” the world he sees around him. (Kata Logon means “according to the word”). From the beginning, the author is telling us, God accords to his rational creatures the privilege of participating, through their own acts of intelligence, in God’s intelligent ordering of the world. This is why, too, Adam is told, not to dominate the world, but precisely to “cultivate and care for it” (Gen. 2: 16), perpetuating thereby the non-violence of the creative act.

These are, obviously, just a handful of insights among the dozens that can be culled from this great text. My hope is that those who are tripped up by the beginning of the book of Genesis can make a small but essential interpretive adjustment and see these writings as they were meant to be seen: not as primitive science, but as exquisite theology.

by Fr. Robert Barron

vrijdag 3 februari 2012

L'affaire Castellucci in Antwerpen

deredactie.be - OPINIE

Over het omstreden toneelstuk van Romeo Castellucci
02 / 02 / 2012

Eerherstel naar aanleiding van het 'schuwspel': “On the concept of the face, regarding the Son of God “ van Romeo Castellucci in deSingel

http://opinie.deredactie.be/2012/02/02/over-het-omstreden-toneelstuk-van-romeo-castellucci/


VTM-Nieuws:

http://vtm.be/nieuws/binnenland/82341-stinkbom-bij-omstreden-toneel


Wat is die stank?

Elke avond voordat het doek omhoog gaat, moeten er verschillende flesjes met dampende bruine vloeistof worden gekarnd om de textuur, de consistentie - en, onvermijdelijk, de stank - precies goed te krijgen. De enige troost is dat dit synthetische rekwisietenstront is: "Je dacht toch niet dat het echt was?" grapt Castellucci. "Ik produceer het echt niet zelf."

http://www.guardian.co.uk/stage/2011/apr/19/romeo-castellucci-concept-face-son

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer